De ondernemingRataPlan

Bij kringloopwinkel RataPlan staat sinds de coronacrisis een file voor de deur

RataPlan-directeur Gert-Jan Dekker wist het zeker: een kringloopwinkel moest er niet als een ‘uitdragerij’ uitzien. Zijn keten, de grootste in kringloopland, kreeg een enorme impuls van de corona-opruimdrift.

Tweedehands spullen worden uitgezocht bij een vestiging in Den Haag.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Keurend streelt Kitty de Kuijper het blad van de zwarte, uitklapbare tafel. Even lijkt ze er wel wat in te zien, maar dan bedenkt ze zich: ‘Nee, hij is veel te groot.’ Die tafel wordt het even niet, maar verder sluit ze de ene koop na de andere. ‘Ik heb al een bank gekocht’, zegt ze, wijzend naar het steenrode exemplaar een eindje verderop. En stoelen, en een kleinere tafel.

De Kuijper gaat verhuizen, en wil voor haar nieuwe huis in Den Haag andere meubels. En die gaat ze hier kopen, in dit warenhuis RataPlan op het Haagse bedrijventerrein Ypenburg. Hoeveel ze daarvoor uittrekt? ‘Ik heb een budget van 500 euro’, zegt ze.

Bedrijf: RataPlan

Waar: Den Helder

Sinds: 1982

Jaaromzet: 25 miljoen euro

Aantal werknemers: 900

RataPlan is de grootste keten van kringloopwinkels in Nederland, en de vestiging op Ypenburg is met zijn 5.500 vierkante meter (een kwart Amsterdamse Bijenkorf) de grootste kringloopwinkel in Nederland. Drie verdiepingen vol stellingkasten met spullen, netjes gesorteerd: keukenspullen, buitensportartikelen, fietsen, een verdieping kleding, geluidsapparatuur, boeken, cd’s, speelgoed.

Voor 500 euro kun je niet een héle woning inrichten, weet directeur Gert-Jan Dekker. ‘RataPlan wordt vaak ingeschakeld om woningen in te richten voor statushouders. Voor 1.200 euro heb je alles: meubels, matrassen, beddengoed, tv, koelkast, pannen, bestek. En nog een tegoedbon voor de statushouder, om te kopen wat hij toch nog mist.’

RataPlan heeft zijn roots in marinehoofdstad Den Helder. Veel marinemannen (want het waren destijds bijna uitsluitend mannen) waren dankzij een riante pensioenregeling al op jonge leeftijd op zoek naar nuttig werk. Een groepje van hen begon in 1982 met een onmilitair maar milieuvriendelijk plan: ze gingen schillen ophalen. En oud ijzer.

De oudijzermannen kregen echter ook bruikbare spullen aangeboden. Ze besloten ‘die hele RataPlan’ te gaan verkopen in een winkel, en die groeide en groeide. Rond de eeuwwisseling werd het bedrijf overgenomen door de Sociale Werkplaats in Den Helder. Die zag er wel iets in om mensen met een arbeidshandicap een werkkring te bezorgen. Maar de winkel kregen ze niet rendabel. Ze besloten de winkel af te stoten, en benaderden daarvoor Dekker.

Als geboren winkelman (hij had net het familiebedrijf, twee winkels in buitensportartikelen, moeten opheffen) zag hij onmiddellijk wat er aan scheelde: RataPlan deed zijn naam te veel eer aan. ‘Het was geen winkel, maar een uitdragerij.’

Hij ordende de spullen zoals je dat in een winkel zou doen en richtte een etalage in. Meteen werd het drukker. De winkel ging op zondag open: weer drukker. Hij organiseerde modeshows: weer drukker. Drie jaar later al begon hij vestigingen elders te openen, in een steeds hoger tempo, nu zo’n drie per jaar. De 25ste vestiging wordt deze week geopend, in Lelystad.

Even leek corona roet in het eten te gooien. In het begin van de lockdown daalde de omzet in de winkels met de helft. Maar het herstel volgde al binnen drie maanden, ‘en nu zitten we ruim boven de omzet van vorig jaar’, zegt Dekker. RataPlan bleek juist tot de winnaars van de coronapandemie te behoren. Het begon met de aanvoer van spullen. Dekker: ‘We hadden hier een file voor de deur.’ De thuiszittende mensen ruimden hun huizen op, verbouwden, verplaatsten, kortom: ze dankten spullen af. En die werden massaal aangeleverd. ‘Het gevolg was dat onze winkels vol lagen met prima spullen, voller dan ooit.’ Een verzuchting kan hij niet onderdrukken: ‘Dit is zo’n rijk land. Spullen komen hier soms nog in de originele verpakking binnen, ongeopend. En we hebben kleding waar het originele prijskaartje nog aan hangt.’

RataPlan-directeur Gert-Jan Dekker in een winkel in Den Haag.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Je moet bij RataPlan niet raar opkijken als je een kunstbeen vindt, of een röntgenfoto, een bank van Jan des Bouvrie of een pak van Mart Visser. Of, zoals onlangs: een schilderij van Cornelis Troost, mogelijk 8.000 euro waard maar op de kop getikt voor twee tientjes. Dat soort treffers trekt speciaal publiek: de verzamelaars en ‘schatgravers’: mensen die de Karel Appel, de Rolf Benz-bank of de Gucci-tas willen vinden voor anderen hem in de gaten krijgen. ‘Nu er meer spullen komen, komen zij ook vaker. Sommigen komen hier wel meerdere keren per dag.’

Gemeten in kilo’s vormen keukenspullen een kwart van de omzet. Meubels, boeken, cd’s en elektrische apparaten zijn goed voor elk 10 à 15 procent. Maar de grootste categorie is kleding: eenderde van de omzet. Dekker: ‘Tweedehands kleding groeit nog steeds. In 2004 werd geschat dat gemiddeld 4 procent van de inhoud van kleerkasten tweedehands was, in 2025 wordt verwacht dat het 17 procent is.’

Wel raar, een winkelier die bij het woord ‘omzet’ niet begint te praten over euro’s maar over kilo’s. ‘We zetten per jaar tien miljoen kilo om’, zegt hij. Toch zit daar logica in. RataPlan heeft een sociaal doel: werk bieden voor mensen met een arbeidshandicap. Dat lukt heel goed want er werken 450 mensen in de winkels (plus nog eens zoveel in de fietsenstallingen van de NS, een aparte activiteit waar ook de helft van de omzet wordt geboekt). Maar ook een milieudoel. Elke kilo ‘omzet’ spaart een kilo CO2 uit, berekende TNO.

De doorloopsnelheid is hoog. In zes weken is de helft van alle artikelen verkocht. De andere helft wordt gereed gemaakt voor recycling. Onverkochte kleding wordt gesorteerd op materiaal, soms zelfs uit elkaar gehaald. Glaswerk gaat bij glaswerk, metaal bij metaal, hout bij hout. Aldus in ‘monostromen’ gesorteerd verlaat 34 procent van de kilo’s de winkels.

Resteert 16 procent restafval, waarvoor RataPlan een recyclefabriek aan het opzetten is. Maar restafval zal er altijd blijven, en daarbij is het bedrijf afhankelijk van de gemeente. ‘Als wij bij de gemeente het gewone tarief voor bedrijfsafval moeten betalen, 195 euro per ton, dan hebben we een probleem. Maar dat doen alleen Haarlem en Almere, sinds een politieke omwenteling daar. Overal elders kunnen we het gratis kwijt. Daar snappen ze wel dat ze dankzij ons minder afval krijgen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden