De onderneming Jan Snel

Bij Jan Snel zetten ze in een handomdraai woningen in elkaar

In de jaren zestig begon Jan Snel een transportbedrijf, vervolgens bedacht hij nieuwe toepassingen voor zeecontainers. Het bedrijf Jan Snel levert nu bouwmodules op maat die supersnel in elkaar worden gezet op locatie.

Directeur Harry van Zandwijk van Jan Snel in een prefab woning onderdeel. Beeld Raymond Rutting

In elf maanden stond de Ravel Residence er: achthonderd studentenwoningen aan de Amsterdamse Zuidas. Elke werkdag werden er veertien woningen bij gestapeld, alsof een kleuter gedachtenloos bezig was al zijn blokken uit de blokkendoos op te stapelen. Dak erop, gevel ervoor, klaar.

Ravel Residence is het grootste gebouw dat bouwonderneming Jan Snel tot nu toe heeft opgeleverd. Met slechts een klein groepje mensen op de bouwplaats. Want Jan Snel bouwt niet zozeer op de bouwplaats, maar vooral in zijn fabriek in Montfoort.

Bouwen in de fabriek gebeurt al heel lang; dat werd prefab genoemd. Gevel- en vloerplaten kwamen kant en klaar aan en werden ter plaatse in elkaar gezet. Dat gebeurt nog steeds. Maar Jan Snel gaat een forse stap verder, zegt Harry van Zandwijk. ‘Wij bouwen modulair. Hele stukken van de woning worden in de fabriek gebouwd, meestal in modules van zes bij drie meter. Op de bouwplaats zetten we ze aan- en op elkaar, en we sluiten de stekkers en de leidingen aan. Klaar.’ Breder dan drie meter kan ook; tot 4,5 meter kunnen de stukken woning nog over de weg vervoerd worden.

Volgens Van Zandwijk is Jan Snel een van de grootste bedrijven in Nederland in modulair bouwen. Daar heeft hij zelf een steentje aan bijgedragen. Als schoonzoon van de oprichters Jan en Bets Snel was hij jarenlang directeur, later ook eigenaar van het bedrijf. In 2014 verkocht hij tweederde van zijn aandelen aan Parcom, de investeringsmaatschappij van onder andere de bekende zakenman Robert van der Wallen. Ruim een maand geleden deed Van Zandwijk een stapje terug ten gunste van de nieuwe ceo Rutger Schuur, die elders door de fabriek loopt met een groepje potentiële klanten uit Nieuw-Zeeland. Van Zandwijk is nu ‘een soort president-commissaris’ en verantwoordelijk voor de commercie.

Twee dagen

In de fabriek worden stalen frames in elkaar geschroefd, er wordt gelast. Verderop worden betonnen vloeren gestort. Hij stapt een bijna klare module binnen, met keuken, vloerverwarming, elektrische bedrading. Schuin boven zijn hoofd bungelt een grote plaat: het plafond, klaar om te worden geplaatst. ‘Zo’n module is in twee dagen klaar’, zegt hij. Zonder verstoringen door vorst, file of regen. Dan kan hij de vrachtwagen op, naar de bouwplaats. Tot zes hoog bouwde hij al, volgend jaar komt er een gebouw van twaalf hoog. Details wil Van Zandwijk niet kwijt.

Snelheid is een van de voordelen van deze wijze van bouwen. In 2005 bereidde Frankrijk de viering voor van zestig jaar D-Day, bij de befaamde invasiestranden van Normandië. President Bush zou er komen, en de Franse president Chirac. ‘Een Belgische ondernemer vroeg of wij, binnen één maand, duizend woonunits konden bouwen, voor het huisvesten van de beveiligers en van militairen. Ik heb toen ja gezegd.’ Uiteindelijk werden het geen duizend modules, maar ‘slechts’ 325. Plus 20 duizend vierkante meter tenten. Alles stond er op tijd.

Jan Snel begon de onderneming in 1960, als transportonderneming, en nog steeds is transport een kernactiviteit. Hij haalde bij de boeren de melkbussen op die ’s ochtends aan de straat stonden, en vervoerde verder alles wat boeren vervoerd wilden hebben. Maar Jan was opgeleid tot timmerman, tot bouwer dus. Toen hij in de Rotterdamse haven in aanraking kwam met zeecontainers, zag hij al snel nieuwe toepassingen voor die dingen. ‘Hij zaagde er gaten in voor ramen en deuren, en zo had hij zijn eerste schaftunit voor de bouw.’ Luttele jaren later al bouwde hij die dingen om in zijn eigen fabriek. De grote groei kwam in de jaren tachtig. Postkantoren en scholen werden massaal gemoderniseerd, en Jan Snel leverde de tijdelijke lokalen.

Metalen onderdelen voor Prefab Woningen worden in de fabriek van Jan Snel aan elkaar gelast. Beeld Raymond Rutting

Aardbevingsbestendig

Complete modules bouwt het bedrijf sinds 2014. De industriële aanpak lijkt een sterke troef. Van Zandwijk wijst op de verbindingen in een stalen frame in aanbouw. ‘Aardbevingsbestendig’, zegt hij. ‘Dit wordt een onderdeel van een wisselwoning in Groningen.’ In het Groningse aardbevingsgebied heeft hij al tweehonderd wisselwoningen gebouwd, driehonderd volgen er nog. Speciaal voor deze order heeft het bedrijf in de Eemshaven een fabriek geopend. ‘Als ze in een bepaald gebied klaar zijn met huizen versterken, kunnen we deze huizen zo uit elkaar halen en op de andere plaats weer in elkaar zetten.’

Hergebruik is belangrijk. Soms kan dat vlakbij, soms ver weg. Een arbeidershotel op de Maasvlakte kreeg een tweede leven in Nigeria. En het lukt niet altijd meteen. Naast de fabriek staan modules drie hoog opgestapeld onder blauw zeil, te wachten op een volgende bestemming.

Studentenhuisvesting, starterswoningen, woningen voor ouderen: overal is een gebrek aan. Dus bouwt Jan Snel studentencomplexen in de meeste studentensteden. In Amsterdam Noord bouwt hij 540 eenheden voor een zogenaamd ‘Startblok’, een complex van enkele woningcorporaties voor starters en vluchtelingen. Elders in de stad, op IJburg, bouwde corporatie De Alliantie een complex van 142 woningen voor vluchtelingen en voor studenten. Waarom modulair? Goedkoper is het niet, zegt een woordvoerder van De Alliantie, ‘maar er zitten minder fouten in vanwege de industriële productie’. En het kan zo weer uit elkaar om elders te worden gebruikt.

Natuurlijk is investeringsmaatschappij Parcom niet in het bedrijf gestapt om het een beetje te laten voortkabbelen. Groot moet het worden. Overnames moeten er komen. Een van Van Zandwijks belangrijkste taken is nu bedrijven te selecteren die passen bij Jan Snel. ‘We zoeken vooral in Duitsland, Tsjechië en Scandinavië.’ Hij heeft wel gespeeld met heel andere streken. Syrië. Als er ergens een markt is voor industrieel bouwen, dan is dat immers wel in Syrië. Hij overwoog in Turkije een bedrijf over te nemen om van daaruit de Syrische markt op te gaan. ‘Maar de situatie is daar nu nog te onveilig. In Syrië, maar ook in Turkije.’

Maar de acquisities komen, dat staat voor hem vast. Hoe snel zal de groei gaan? Van Zandwijk kijkt peinzend. ‘We hebben nu nog een omzet van 120 miljoen, iets meer. Ik denk dat we over vijf jaar op 250 miljoen kunnen zitten, 300 misschien.’ Maar onmiddellijk dingt hij af op zijn voorspelling. ‘Ik heb geen glazen bol natuurlijk.’

Directeur Harry van Zandwijk van Jan Snel in een prefab woning onderdeel. Beeld Raymond Rutting

Jan Snel, anno 1960

Vestigingsplaats Montfoort

Personeel 320 man (plus 100 flex)

Omzet 125 miljoen (2017)

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel stond dat Parcom de investeringsmaatschappij van Robert van der Wallen is. Dat klopt niet, hij is een van de co-investeerders in de maatschappij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.