Column

Bij Ikea is het erger

Een ziekenhuis mag dan vergeven zijn van hartverscheurende verhalen, bij Ikea is het nog erger.

null Beeld anp
Beeld anp

Gisteren was ik in het ziekenhuis. Op bezoek bij een vriend. Ik merkte het al na enkele stappen richting hoofdingang: ik liep anders. Een heel raar loopje had ik opeens, met mijn voeten steeds recht voor me uit en niet die lichte zwabber naar de zijkant. Ik liep alsof ik ergens naar toe ging. Ja dat was het, ik liep heel opvallend de kerngezonde jongen uit te hangen.

Alweer. Enkele maanden geleden las ik een tekst voor in een ander ziekenhuis en ook daar bewoog ik me opeens heel anders. Energieker. Ik liep daar door de centrale hal als John Travolta door New York. Onweerstaanbaar. Ik probeerde er qua lopen uit te zien als een leuke, vlotte man die diep in het gebouw een frisdrankmachine kwam repareren. Niet vergeten volgende keer: een nijptang in mijn linkerhand.

Gisteren gebeurde precies hetzelfde. Ik liep in dat ziekenhuis het kerngezonde haantje uit te hangen. Doodsbang dat de mensen zouden denken dat ik binnenkort een kunstheup kreeg. Tot ik dwars door het restaurant liep. Weg was mijn loopje. Ik kwam piepend tot stilstand.

Aan alle tafeltjes zaten steeds twee mensen. Een met een jas aan. De ander niet. Dat was de zieke. Dat greep mij aan, dat al die lieve bezoekers daar, met hun jas aan, zich heel erg zaten te schamen omdat ze straks weer naar huis konden fietsen, met wind in hun haar, op weg naar een bed zonder wieltjes.

Ik zat naast mijn vriend zijn bed. Na enkele minuten gemompel vroeg ik hem of we in het restaurant konden gaan zitten. Dan was hij er ook even uit. Maar dat was niet de werkelijke reden. De aanwezigheid van andere patiënten op zijn kamer verlamde mij. Ik kan dat niet, tussen vijf bedden vol met mens praten over een ovenschotel.

Overal kan ik over ovenschotels praten, behalve in kamer 17d op afdeling 4a. Ik denk steeds: zij eten straks gestoomde aardappeltjes en kip met een zacht velletje. Ook daar, aan de rand van een verhoogd bed, schaamde ik mij diep voor mijn gezondheid. En dan toch dat loopje. Vreemd.

Gisteren, in het restaurant, zag ik binnen drie minuten minimaal twaalf hartverscheurende verhalen om mij heen. Nergens hoor je de mensen zo hard geluidloos schreeuwen. Nee, eerlijk zijn, dat is niet waar. Het is nog erger bij Ikea.

Je ziet de dochter met haar moeder zwijgend langs de bedden lopen en je weet: die dochter gaat het huis uit en nu zit die gescheiden moeder binnenkort helemaal alleen, want die dochter gaat beloven dat ze ieder weekend langskomt en veel zal bellen, maar dat doet ze niet, want ze leert allemaal ander mensen kennen et cetera.

Een man voelend aan een slaapbank. Vult u dat zelf maar in. Ik loop al heel lang in de rondte met het volgende plan: met een goede fotograaf onder aan de roltrap gaan staan bij Ikea, wachten tot de mensen met een kar vol meubels en wasrekjes beneden zijn, vragen of je ze mag fotograferen en daar dan bij schrijven wat ik denk te zien.

Twee vrouwen naast een enorme kartonnen doos. Een man alleen met een vergiet en een snijplank. Een jongen en een meisje met een bed en een kookplaat. Een vrouw alleen, met de ingelijste afbeelding van een enorme roos onder haar arm.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden