Bij het schutten klinkt een accordeon

Bijna 23 jaar is gegraven aan het Zweedse Götakanaal, het levenswerk van een gepensioneerde kolonel. Drie passagiersschepen onderhouden de verbinding tussen Gotenburg en Stockholm....

KORT NA het vertrek van de Packhuskajen in Gotenburg, achter het nieuwe operagebouw, heet de gezagvoerder met de Finse naam mede namens de andere elf bemanningsleden zijn 45 passagiers van harte welkom. Hij belegt er sessies voor in het Zweeds, Engels en Duits. De drie groepjes zijn ongeveer even groot. Hij wijst op het rookverbod dat op de Göta älv - we varen stroomopwaarts naar het noorden over de rivier die de stad zijn naam heeft gegeven - zowel binnen als aan dek in acht moet worden genomen. Op dit deel van de route die het m.s. Juno in drieëneenhalve dag naar Stockholm voert, passeren binnenvaarttankers die gehuld kunnen zijn in explosieve sluiers van gas. Het maakt weinig uit, niemand is in het aansteken van tabak geïnteresseerd.

Dat de kleine hutten met de eenvoudige kooien (boven elkaar in de tweepersoonsaccommodatie), een wastafeltje en een uitklapbaar tafelblad, niet van buitenaf kunnen worden afgesloten, maakt wel wat reacties los, maar heet in geval van nood in ons eigen belang. De paar keer dat we onderweg aan een kade afmeren, zal een bemanningslid toezicht houden.

De Juno is een charmant en eerbiedwaardig wit scheepje dat ook bij rustig weer een beetje rommelt en kraakt en een vage en alleen achter op het brugdek waarneembare geur van dieselstook afscheidt. In 1874 gleed het als een ultramodern stoomschip van de helling in Motala, waarbij de maatvoering (6,68 meter breed, 31,54 meter lang, diepgang 2,72 meter), was gedicteerd door de afmetingen van de 58 sluizen in het Götakanaal, het levenswerk van een gepensioneerde kolonel, Baltzar von Platen. Er was bijna 23 jaar aan gegraven toen het op een septemberdag in 1832 officieel in gebruik werd gesteld. Gadegeslagen door zijn familie voer de regerend vorst, Karl Johan XIV, staand op de boegspriet (het veilige dikke ondereinde) van de koninklijke sloep, als eerste door de verbindende sluis bij Mem.

Voorlopig koerst de in 120 jaar nogal eens verbouwde Juno in de richting van de eerste sluis bij het dorp Lilla Edet (Klein Edet), waar in een mastodontische hal jaarlijks ettelijke miljoenen kilometers toiletpapier op kartonnen rolletjes worden gewikkeld. Met de Wilhelm Tham (1912) en de Diana (1931) vormt de Juno de vloot van de Göta Kanal Rederiaktiebolaget. Eigenaar/directeur Britmari Brax nam de drie verliesgevende passagiersschepen een jaar of tien geleden over van haar vader. Haar broers ontfermden zich over de vrachtvaarttak. Ooit was ze twee zomers hostess geweest op de Diana, 'in de tijd dat ouders nog uitmaakten wat hun kinderen moesten doen'.

In de gouden jaren van vooral na 1945 kwamen de meeste passagiers uit Amerika. Brax: 'Voor hen was de tocht over het kanaal een must. Bovendien hadden ze nog niet veel keus. Rusland en de Baltische staten zaten potdicht en de Noordkaap was nog niet zo razend populair.' Toch lijken dat niet de bestemmingen waarvan haar doelgroep nog droomt. 'Ook is er meer concurrentie van rederijen die dagtochten aanbieden.' Ze neemt elk jaar zelf de bemanningsleden aan en werkt ze in voor het seizoen dat loopt van half mei tot begin september. Ze vaart traditiegetrouw mee op de eerste en de laatste tocht, en voorziet steevast elk schip bij vertrek uit haar woonplaats Gotenburg van bloemen uit eigen tuin.

Ze moet op de kleintjes letten. Als ze een fax krijgt dat aan boord een nieuwe stofzuiger nodig is, vraagt ze eerst waarom en kan het zijn dat ze het ding eigenhandig uit elkaar haalt om vast te stellen dat er alleen een filtertje moet worden vervangen, zegt ze. 'In zulke ouderwetse schepen, de Juno is het oudste nog varende passagiersschip ter wereld, gaat enorm veel geld zitten. Bijna acht maanden per jaar liggen ze in het dok, goed ingepakt tegen de vorst. Het onderhoud is duur, de veiligheidseisen zijn streng, de verzekeringsmaatschappij inspecteert elke klinknagel.'

Van de 610 kilometer die het traject over water tussen de beide steden meet, is een kleine tweehonderd kilometer aangelegd. Een belangrijk deel van de route loopt via bestaande vaarwegen en over enkele meren, waaronder het Vänern, in grootte het derde van Europa en de enige plek in Zweden waar je vanaf een binnenwater de horizon kunt zien. Ook mooi, maar het haalt het niet bij de rustige tocht door het kanaal, tussen bloeiende velden met bijenkorven, akkers, weilanden met donkerrode boerderijen in de verte tegen de bosrand. Soms schuren de boomtakken langs de scheepshuid of is in het heldere water een beverburcht te zien. Kwikstaarten, een enkele fietser op het jaagpad en bij elke niet al te afgelegen sluis vormt zich wel wat bekijks.

Op twee plaatsen worden de opvarenden onthaald op zang en muziek. Bij Forsvik zetten de nazaten van de weggenomen Henry Kindbom, de 'apostel van Tiveden', in wisselende en deels helaas wat sukkelende samenstelling de traditie voort en weerklinken tijdens het schutten vanaf de sluiskade enkele stichtelijke liederen met accordeonbegeleiding. En bij Borensberg heft in het ochtendlicht van half acht een 85-jarige in hemdsmouwen de strijkstok, met achter zich in de halfschaduw op de veranda zijn vrouw, die in deze streekro

manidylle haar handen aan haar schort blijft afvegen. Soms is de krasse muzikant aan de late kant en is hij gedwongen in pyjama het instrument aan de kin te zetten.

Dat het traject bochtig is, vloeit uiteraard voort uit de onwil van sommige boeren - nooit een zeilschip gezien - om zelfs tegen betaling grond af te staan voor zoiets mallotigs als vaarwater. Baltzar Bogislaus von Platen was de man met visie, een houwdegen die, ondanks 'een opvliegende aard', de juiste eigenschappen bezat om het project met kracht te leiden en tot een goed einde te brengen. Tijdens de uitvoering - hij stierf drie jaar voor de voltooiing - kreeg hij te maken met drie vorsten. Gustav Adolf IV keurde zijn plannen goed, zijn neef Karl XIII die hem van de troon stootte, was zo verstandig de voortgang niet te belemmeren en Carl Johan XIV plukte er als eerste monarch de vruchten van.

Von Platen had de beschikking over zestigduizend dienstplichtige soldaten en een compagnie Russische krijgsgevangenen. Hun dag begon met een reveil om vier uur, 's avonds om negen uur werd de taptoe geblazen. Ze groeven acht miljoen kubieke meter grond weg, bliezen met dynamiet rotsen op, timmerden en hanteerden de troffel bij het opmetselen van de sluismuren. In de winter kon niet worden gewerkt.

Aanvankelijk werd het kanaal bevaren door zeil- en stoomschepen, die vracht vervoerden en wat dekpassagiers meenamen. De lijst met beroemdheden die de tocht hebben gemaakt, is lang: van de jonge dichter H.C. Andersen tot de bejaarde Lord Baden Powell. De komst van de trein in 1869 betekende aanvankelijk een aanvulling, maar al snel verloor het kanaal zijn functie. Een eerste vooruitziende kapitein kocht het verliesgevende schip van zijn reder om toeristen te gaan vervoeren. Tegenwoordig wordt het kanaal alleen nog gebruikt voor de pleziervaart.

Passagiers op de Juno van over de grens. Een artsen

echtpaar uit Brisbane, dat op weg is naar een diabetescongres in Helsinki, mede gesponsord door de Australische fiscus. Amerikanen met een Zweedse achternaam die hopen nog wat uitlopers te vinden aan hun stamboom, wat niet meevalt als je Carlsson heet, Svensson of Larsson. Mogelijk reisden hun door de hongersnood verdreven voorouders in omgekeerde richting naar Gotenburg tijdens de massale uittocht van eind vorige eeuw. Het echtpaar uit Smolan, Kansas, trad vijftig jaar geleden in het huwelijk. Aan dek wordt een enorme taart aangesneden voor iedereen. Hun vier zoons hebben de trip aangeboden. Jammer dat zij alleen dochters hebben weten te verwekken die ook weer alleen dochters hebben gebaard. 'Nu sterft het geslacht Frost uit.'

Ook is er een Zwitserse voormalige postbeambte met zijn vrouw. In 1956 heeft hij een jaar in een meubelfabriek gewerkt in Stockholm. Toen zijn verblijfsvergunning afliep, had hij zich voorgenomen terug te keren om de tocht te maken. Tussen droom en daad wurmden zich de richtlijnen van de Schweizerische Post: wie met vakantie wil, regelt zelf vervanging. Voor de bestelroute viel dat nog te doen, maar werk maar eens iemand in voor het agentschapje. Daar komt, een buitenstander heeft daar geen weet van, meer bij kijken, al bedien je alleen maar een paar dorpen in het dal. Het was er tot zijn pensionering domweg niet van gekomen. Amper was hij uitgeluid of het kantoortje werd opgedoekt.

Hun tengere alleenstaande landgenote, tegen wie ze in hun streektaal kunnen aanzingen, heeft nu haar hond dood is pas de invitatie uit Stockholm van zo lang geleden kunnen aannemen. Een herder, op 'n dag zó'n gezwel, dertien is hij geworden. Je hoort nog eens wat op een klein schip, en dan regent het niet eens. Hoe benauwend zou dat zijn, opeengepakt in een van de twee kleine lounges, met als verstrooiing het volgen van druppelsporen op de ruiten? Zou zo'n meticuleus verslag in het Duits, dat enige ingesletenheid verraadt - vanaf hoe de Schäfer zichzelf tragisch begon te verminken tot het verlossende spuitje - bij onophoudelijke neerslag de moordzucht aanwakkeren?

Die gedachte - naadloos komt het verhaal op een eerdere viervoeter, helaas overreden - vat 's ochtends om zeven uur even post bij het verlaten van de laatste sluis in de trap bij Borenshult, als een smalle golfbreker in het Borenmeer zichtbaar wordt, die de scheepvaart bij oostenwind enige luwte biedt. Daar werd 'op de achtste juli, 's middags even na drie uur' het lijk opgevist van een jonge vrouw, naakt en zonder sieraden, door een lepelbaggermolen die de Griffioen heette, maar in de wandeling het Zwijn werd genoemd. Het boek van Maj Sjöwall en Per Wahlöö is van 1965, oorspronkelijk heet het Roseanna, maar de titel van de vertaling, De vrouw in het Götakanaal, heeft de naam van de vaarweg destijds in menig Nederlands geheugen weggeschreven.

Zekere Arne Stigson liet in 1957 in Den resande ensak de Zweedse zakenman Sylve Thomander in Gotenburg het loodje leggen, waarna de moordenaar denkt aan boord van het s.s. Artemis, dat dezelfde route vaart, uit handen van de politie te blijven. De detectiveroman staat in de goedgevulde boekenkast van de Juno, tussen de vogelgidsen en veldflora's, geschiedkundige werken en fotoboeken. De passagier mag ze lenen, en bij slecht weer is het vast ook vechten om de dagbladen, maar het is stralend zomerweer en elke middag is het zo heet dat de houten dekdelen moeten worden natgehouden om scheuren tegen te gaan.

Na drieëneenhalve dag varen (het schip blijft onderweg één nacht aan de kade, in Motala), met regelmatig de mogelijkheid om tijdens het tijdrovende schutten in de langste sluistrappen met spectaculaire hoogteverschillen, een stukje langs het kanaal te wandelen, arriveert de Juno in Stockholm, aan de kade in het hart van de waterrijke stad die sinds mensenheugenis het eindpunt vormt van de ontspannen tocht: Norra Riddarholmskajen. Tegenover het raadhuis met de gouden koepel die glanst in het zonlicht.

Göta Canal Steamship Company, tel: 00.46.31.80.63.15. http://www.gotacanal.se

Meer over