Beter opgeleide allochtoon vindt sneller een baan

Ze hebben nog altijd een stuk minder kans op werk dan hun westerse of autochtone leeftijdgenoten. Maar mede door een opleiding lopen allochtonen hun achterstand snel in.

Karim Boulidam (28): 'Binnenkort begin ik aan hbo-maatschappelijk werk, daarna criminologie.' Foto Guus Dubbelman

De tweede generatie niet-westerse allochtonen vergaat het op de arbeidsmarkt een stuk beter dan de eerste generatie. Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders van de tweede generatie hebben vaker een betaalde baan dan de eerste. Tegelijkertijd blijven de verschillen met autochtonen op de arbeidsmarkt nog altijd groot.

Dit blijkt uit nieuwe cijfers over 2014 van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Op verzoek van de Volkskrant heeft het CBS de werkloosheidscijfers en netto arbeidsparticipatie onder niet-westerse allochtonen uitgesplitst naar generaties. Om onderzoeksredenen definieert het CBS iemand van wie ten minste één ouder in een niet-westers land is geboren als 'niet-westerse allochtoon', ook al is de persoon om wie het gaat geboren en getogen in Nederland.

Hoger opgeleid

Het werkloosheidscijfer onder ook de tweede generatie niet-westerse allochtonen is nog steeds twee tot drie zo hoog als onder autochtonen, blijkt uit de CBS-cijfers. Maar de tweede generatie is wel minder vaak werkloos dan de eerste generatie niet-westerse allochtonen.

Ook is de netto arbeidsparticipatie - oftewel het percentage van de bevolking dat een betaalde baan heeft - van de tweede generatie in alle leeftijdscategorieën hoger dan die van de eerste. De tweede generatie biedt zich überhaupt meer aan op de arbeidsmarkt dan de eerste, constateert Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het CBS.

Een belangrijke verklaring voor de vooruitgang van de tweede generatie is het stijgende opleidingsniveau, zegt socioloog Jaco Dagevos van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). 'De doorstroom naar het hoger onderwijs is spectaculair', zegt hij. In 2013 waren Turkse en Marokkaanse 25- tot 35-jarigen bijvoorbeeld bijna drie keer zo vaak hoogopgeleid als de 55- tot 65-jarigen uit deze groepen, blijkt uit cijfers van het CBS en SCP.

Twee keer zo vaak

'Tegelijkertijd is er nog wel een achterstand ten opzichte van autochtonen', aldus Dagevos. In 2013 waren autochtonen met een leeftijd tussen de 25 en 35 jaar ruim twee keer zo vaak hoogopgeleid als hun Turkse en Marokkaanse leeftijdsgenoten.

Onder de niet-westerse allochtonen van de tweede generatie hebben Marokkaanse Nederlanders van alle grote bevolkingsgroepen het minst vaak een betaalde baan. Onder 25- tot 45-jarige Marokkaanse Nederlanders van de tweede generatie is dat bijvoorbeeld 58,7 procent, tegen 87 procent onder hun autochtone leeftijdsgenoten.

Een stuk beter scoren Antilliaanse Nederlanders (79,8 procent) van de tweede generatie, evenals de groep 'overige niet-westerse allochtonen' (83,2 procent).

Tot dit bonte gezelschap, waarvoor geen representatieve cijfers naar afzonderlijke etniciteit beschikbaar zijn, behoren bijvoorbeeld Iraanse Nederlanders, waarvan de tweede generatie een stuk vaker hoogopgeleid is dan autochtonen, blijkt uit de cijfers van het CBS en het SCP.

Tekts loopt door onder de grafiek.

Foto de Volkskrant

Hoe kijkt deze generatie zelf naar hun positie op de arbeidsmarkt? Drie persoonlijke portretten:

Ferhat Akyüz (25), Rotterdam:

'Mijn vrienden vinden mij een beetje een vreemde vogel', lacht de Turkse Ferhat Akyüz. 'Ik heb als enige van mijn vriendengroep sociologie gestudeerd. Ik denk diep over dingen na. Vaak als we het over iets hebben, ben ik degene die zegt: 'Interessant, maar heb je het ook vanuit perspectief B en C bekeken?'' Ferhats vader was 12 toen hij naar Nederland kwam. Vanaf het moment dat hij kon, werkte hij in een fabriek: zwaar, intensief werk. Mede door het bestaan dat zijn vader hiermee opbouwde, was er voor de jonge Akyüz een andere toekomst mogelijk. Een jaar geleden rondde hij zijn master Grootstedelijke Vraagstukken en Beleid af aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, na een eerdere bachelor sociologie. Maar de ideale baan voor hem laat nog even op zich wachten, want momenteel komt Ferhat Akyüz rond van een bijbaantje onder zijn opleidingsniveau.

Volgens cijfers van het CBS is de tweede generatie niet-westerse allochtoon nog altijd twee tot drie keer zo vaak werkloos als zijn autochtone leeftijdsgenoot. Op de vraag of de meesten van zijn vrienden met een baan autochtoon zijn, reageert Akyüz bevestigend. 'Maar of dat discriminatie is? Het kan aan zo veel dingen liggen. Ik wil niet de slachtofferrol innemen.'

Ferhat Akyüz (25). Foto Guus Dubbelman

Vicky Amo-Addae (22), Utrecht:

De vader van de half Ghanese, half Nederlandse Vicky Amo-Addae vluchtte begin jaren negentig naar Nederland. Daar kwam hij Amo-Addae's moeder tegen, die vluchtelingenwerk deed. Amo-Addae: 'Mijn vader vond het geweldig dat hij hier kon komen wonen. Daarom wilde hij graag zijn steentje bijdragen. Hij deed cursussen, leerde de taal snel en ging direct als metaalbewerker aan de slag.' Haar vader was nog maar twee jaar in Nederland toen Vicky geboren werd. Ze groeide op in Nijmegen en in haar thuisstad behaalde ze haar vwo-diploma. Na de middelbare school vertrok ze naar Eindhoven en rondde in drie jaar tijd de vierjarige opleiding Applied Science aan de Fontys-hogeschool nét niet cum laude af. Tijdens haar studie liep ze stage in Antwerpen en Maastricht en won ze een innovatieprijs voor een hoorapparaat zonder batterijen. In november studeerde ze af en nu werkt ze parttime in een bar in Utrecht. Dat is leuk, zegt ze, maar niet waarvoor ze gestudeerd heeft. Toch gloort er hoop, want vanaf eind mei gaat ze een drie jaar durend traineeship volgen bij drie verschillende bedrijven. Dat houdt in: in een laboratorium werken en vaccins en medicijnen produceren. Zo is ze weer een stapje dichter bij haar droom: fulltime moleculair bioloog worden.

Vicky Amo-Addae (22). Foto Guus Dubbelman

Karim Boulidam (28), Utrecht:

Met bewondering vertelt Karim Boulidam over zijn vader. 'Op zijn 17de verhuisde hij van Marokko naar Nederland. Hij kwam hierheen om de armoede te ontvluchten en geld te verdienen om zijn moeder en zus te onderhouden.' In Nederland werkte hij in een fabriek en daarna, toen die failliet ging, ging hij werken als verpleger in een verzorgingstehuis. Boulidam zelf heeft in zijn leven na een valse start ook hard moeten werken om een bestaan op te bouwen. Op zijn 22ste ging hij vier jaar de cel in ('een overval, drugsdealen en een uit de hand gelopen vechtpartij met een jongen uit de buurt'), waarna geen school of werkgever hem nog wilde. Samen met een vriend ook ex-gevangene begon hij Made in Prison: een stichting waarmee hij stad en land afreist om jongeren op middelbare scholen en in gevangenissen te behoeden voor een verval in criminaliteit. Naast zijn werk in een Utrechts buurthuis en bij de Moslim Omroep, verdient hij hier nu zijn brood mee. Maar hij is nog niet klaar. 'Binnenkort begin ik aan hbo-maatschappelijk werk', zegt hij trots. 'Daarna, als alles meezit, wil ik aan de universiteit criminologie gaan studeren.'

Karim Boulidam (28). Foto Guus Dubbelman
Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.