Betaald voetbal teert op overheid

Het betaald voetbal in Nederland draait in belangrijke mate op steun van de overheid. De afgelopen vijf jaar vloeide ruim driehonderd miljoen gulden van provincies en gemeenten naar de clubs....

Dit blijkt uit een onderzoek, dat de Volkskrant deed naar de financiële bijdragen van de verschillende overheden aan de 36 voetbalclubs in de ere- en eerste divisie. De bevindingen staan haaks op het uitgangspunt van de rijksoverheid om het beroepsvoetbal zichzelf te laten bedruipen.

Begin dit jaar leidden de problemen rond de Arnhemse voetbalclub Vitesse en hoofdsponsor Nuon tot discussies over de bemoeienis van de overheid met het betaald voetbal. De provincie Gelderland is voor 46 procent aandeelhouder van Nuon.

Eerder deze week bleek dat de helft van de voetbalclubs in financiële problemen verkeert. Voor het komende voetbalseizoen, dat vrijdagavond begint, zijn de totale uitgaven van de clubs gestegen tot meer dan zeshonderd miljoen gulden.

Uit het onderzoek blijkt dat met name gemeenten en provincies de clubs en het voetbal financieel ondersteunen. De afgelopen jaren sprongen tal van gemeenten bij wanneer een club in financiële moeilijkheden verkeerde.

Onlangs nog redde de gemeente Den Bosch de lokale voetbalclub FC Den Bosch door zich garant te stellen voor drie miljoen gulden. Eerder werden de faillissementen van Cambuur Leeuwarden, FC Volendam, ADO Den Haag en FC Groningen voorkomen.

P. Coppes, directeur van het Nederlands Instituut voor Lokale Sport en Recreatie, vindt de steun van gemeenten onaanvaardbaar. 'Aangezien het betaald voetbal zich steeds meer als bedrijfstak profileert, moeten gemeenten hun handen ervan af trekken.'

Het meeste geld steken gemeenten in de renovaties of nieuwbouw van stadions. Ook schenken gemeenten stadions of de grond waarop de stadions worden gebouwd aan de clubs. In de meeste gevallen gaat het dan om een symbolische overdracht van één gulden en/of een subsidie waarmee de exploitatiekosten kunnen worden betaald.

Ook zijn voor vele miljoenen aandelen van nieuwe voetbaltempels gekocht. Voorbeelden hiervan zijn Amsterdam, Breda en Kerkrade. Amsterdam investeerde 72 miljoen gulden door aandelen te kopen van de Amsterdam Arena. In Kerkrade werd 8,5 miljoen gestopt in aandelen van het nieuwe Roda JC-stadion. Breda investeerde zestien miljoen in het NAC-stadion en leende de club daarnaast nog eens elf miljoen gulden.

FC Twente kreeg vorig jaar in het kader van het grotestedenbeleid een subsidie van 2,8 miljoen gulden van de provincie Overijssel voor de renovatie van het Arke-stadion in Enschede. De gemeente investeerde hier bovenop ruim 9,1 miljoen gulden.

Vier jaar daarvoor, in 1995, ontving de club van de gemeente Enschede al een renteloze lening van 3,5 miljoen gulden en werd er voor 5,6 miljoen gulden aan infrastructuur rond het stadion aangelegd.

Ook de provincie Gelderland, die verklaart geen bijdrage aan het betaald voetbal te doneren en eerder betrokken was bij de problemen rond Vitesse en hoofdsponsor Nuon, investeerde fors in stadions. In 1995 werd drie miljoen subsidie gegeven aan het Gelredome van Vitesse en een lening verstrekt van 25 miljoen. In 1998 betaalde Gelderland acht miljoen voor renovaties van de stadions van NEC (Nijmegen) en De Graafschap (Doetinchem).

Voor de veiligheid rond de voetbalstadions wordt eveneens een flink beroep op de overheid gedaan. Uit cijfers van het ministerie van Binnenlandse Zaken blijkt dat er de laatste jaren steeds meer politie wordt ingezet rond voetbalwedstrijden. Het vorige seizoen bedroegen de kosten daarvan 25 miljoen gulden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden