Economie De onderneming

Beschadigde appels als motor voor de bijenstand

Beschadigde appels belanden bij De Fruitmotor in tanks en worden verwerkt tot Nederlandse cider, de Krenkelaar. De bijen profiteren, want de coöperatie steunt biodiversiteit via de boeren. Ontdekt de consument dit kleine knuffelproject?

Henri Holster en Hilde Engels met hun bijenvriendelijke citer, de Krenkelaar. Beeld Rebecca Fertinel

Hilde Engels (58) bracht een flink tijd van haar werkzame leven door in de voedselindustrie. Ze was onder meer adviseur in de aardappelen bij Aviko, en werkte bij Bolletje. Al die tijd zag ze met groeiende frustratie de natuur aftakelen, mede door de manier waarop de mens zijn voedsel produceert. ‘Ik probeerde mijn opdrachtgevers te interesseren voor duurzaamheid, maar er kwam toen nog weinig van de grond.’

Dan maar zelf, dacht ze, en startte in 2016 met twee Betuwse vrienden De Fruitmotor. Vorig jaar verwerkten ze daarmee zo’n 40 duizend kilo restfruit tot cider.

Op het landgoed van Bert den Haan, een van de leveranciers van De Fruitmotor, groeien de appels niet aan bomen, maar als druiven aan ranken die langs stokken omhoog lopen. Lopend door de boomgaard pikt Engels ze er meteen uit. Appel met een gekraste schil of een deuk, niet genoeg blos of een pukkeltje. ‘Dat wordt een krenkelaartje. Zeven op de honderd appels voldoen niet aan het perfecte plaatje wat supermarkten eisen. Wij zijn dankbare afnemers van al dat ‘mislukte’ fruit.’

Een vaak voorkomend mankement is een deuk. Henri Holster (55), verantwoordelijke voor teelt en ecologie bij De Fruitmotor, legt uit. ‘De appel en de peer horen tot de rozenfamilie. Ze hebben vijf kamertjes in het klokhuis. Als een of twee van die kamertjes niet bevrucht is met stuifmeel door een bij, groeit de vrucht aan die kant niet.’ Dan is de appel niet mooi rond, maar ingedeukt aan de kant waar de bloem niet bevrucht was.

Deze ‘appels met een plekje of een vlekje’, meestal goudrenetten, elstars of jonagolds, vergist De Fruitmotor tot wijncider. Dat gebeurt in de tanks van het Betuws Wijndomein, een lokale wijnmaker. Die staan anders ook maar leeg tussen april en september, als er geen druiven zijn. Eerst worden de appels tot sap geperst, om zes tot acht weken te gisten in roestvrijstalen tanks. Als de meeste suikers zijn omgezet in alcohol, wordt het troebele sap gefilterd, geklaard en afgevuld in flessen. Ook maakt het bedrijf steeds meer alcoholvrije cider.

Appelplukkers selecteren beschadigd fruit voor de Krenkelaar-cider. Beeld Rebecca Fertinel

De Fruitmotor is allesbehalve het kindje van twee klassieke drankenproducenten. Engels en Holster kijken verder dan de flessen Betuwse Krenkelaar waarvoor ze vorig jaar nog de publieksprijs ontvingen voor Beste Cider van Nederland, en verder dan het taaie gevecht tegen voedselverspilling. Ze spannen zich ook in voor de redding van de bij, het nuttige insect dat in zijn voortbestaan wordt bedreigd.

Holster: ‘Er zijn naast de tamme honingbij in Nederland ook nog zo’n 350 soorten wilde bijen, waarvan meer dan de helft op de rode lijst staat. Hoe meer soorten bijen, hoe beter de bestuiving.’ Die bijenpopulatie wordt bedreigd door de steeds strakkere indeling van het landschap. Engels: ‘Landschapspijn, noemen Friezen dat. Alles wordt strakgetrokken en kaalgeschoren. Wij proberen het tij te keren door onze telers een biodiversiteitspremie te betalen, vijf cent extra per kilo krenkelaars.’ Met dat geld leggen de boeren bloemenstroken aan in hun boomgaard, waar behalve bijen ook waterjuffers, zweefvliegen en libellen leven.

Maar de bijen blijven niet op één terrein, ze steken ook de sloot over. Daarom lobbyt De Fruitmotor ook bij gemeentes om de slootranden niet al te rigoureus te snoeien, en bij waterschappen die de uiterwaarden en dijkjes beheren. Bovendien verspreiden ze een bloemenmix, ‘De Blije Bij’, onder hun leden. Kaasjeskruid, cichorei, klaver, korenbloemen, kamille: de mix is zo dat er de hele zomer bloemen staan. Volgens de beide ondernemers is het vijf voor twaalf: ‘Als we hier over twintig jaar nog steeds fruit willen verbouwen, zullen we nu moeten zorgen dat er genoeg bloemen blijven.’

Ook qua bedrijfsvorm is De Fruitmotor een buitenbeentje in de sector: een ketencoöperatie. Teler, verwerker, verkoper en consument kunnen allemaal lid worden en vallen onder dezelfde organisatie. Engels: ‘Bij boerencoöperaties als FrieslandCampina gaat het altijd om een zo hoog mogelijke verkoopprijs. Consumentencoöperaties, zoals Coop-supermarkten, gaan juist voor een zo laag mogelijke inkoopprijs.’ Met het model van de ketencoöperatie hopen Engels en Holster die spanning uit de keten te halen, en te komen tot een eerlijke prijs.

Het sociaal ondernemerschap is hard werken. Vooral om de consument te bereiken moet De Fruitmotor veel hobbels nemen. Engels: ‘De supermarkten domineren de retailmarkt. 80 procent van alle voedingsverkoop gaat via een paar grote jongens, en die spelen een ander spel dan wij. Alles gaat om de prijs en de marge.’ Daar past geen biodiversiteitspremie tussen. Dus verkopen Engels en Holster vooral direct aan speciaalzaken, horeca en online.

Voor inspiratie praten ze regelmatig met organisaties als Tony’s Chocolonely, CommonLand en de moeder aller coöperatieven, het Baskische Mondragon. Voorlopig is het succes van die grote voorbeelden nog maar een droom. De Fruitmotor draait nog in belangrijke mate op vrijwilligers, die helpen bij proeverijen, markten en de administratie. Theo (73) bezorgt de dozen cider bij cafés in de omgeving.

Als het om verantwoord ondernemen gaat, tikken Engels en Holster alle hokjes af. Maar dat breekt De Fruitmotor soms wel op. Engels: ‘De Betuwe is onze thuisbasis, daar zijn we trots op. We willen dus ook graag de regionale economie stimuleren. Daarom heette onze cider eerst ook de Betuwse Krenkelaar.’

Met die regionale trots bleken ze zichzelf toch in de vingers te snijden. Holster: ‘Leuk, regionale economie, maar hoe gaat dat? Mensen trekken een cirkel van dertig, vijftig kilometer om hun locatie en willen van daaruit alles geleverd krijgen.’ Het Rivierengebied is dunbevolkt en valt buiten bijna alle cirkels, maar fruit groeit nu eenmaal het beste daar. Om ook in de rest van het land succesvol te kunnen verkopen, hebben ze daarom het ‘Betuwse’ maar uit hun naam gehaald.

Ondanks het brede bereik van hun coöperatie verdienen Holster en Engels met De Fruitmotor nog steeds niet voldoende om zelf van te kunnen leven. Voelt het soms niet als gerommel in de marge? Engels denkt even na. ‘We waren altijd een knuffelproject, en dat hebben we natuurlijk omarmd. Anders hadden we nooit kunnen komen waar we nu zijn. Maar het wordt tijd om de knuffelfase te ontstijgen. We zijn nu dan ook bezig met het aannemen van medewerkers om verder te professionaliseren.’ De volgende stap? ‘Ik droom van een eigen fabriek voor de coöperatie, met een grote proeftuin als ontmoetingsplek erbij.’

Bedrijf: De Fruitmotor

Waar: Lienden

Sinds: 2016

Aantal werknemers: 2 werknemers, 8 vrijwilligers, 200 leden

Jaaromzet: €130.000

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden