Bernd Stange Voetbaltrainer in oorlogstijd

Op de rokende puinhopen van de oorlog tracht de Duitse trainer Bernd Stange (55) het voetbal in Irak op te bouwen....

Door Willem Vissers

Als je elke dag schoten hoort en bomexplosies, 'is de vraag overbodig of je bang bent. Je weet nooit of in de auto vóór je een zelfmoordcommando zit.

'In delen van Bagdad heerst pure anarchie. Er zijn roversbenden. Agressie en brutaliteit zijn enorm. Als de Amerikanen met hun pantserwagens de straat hebben verlaten, breekt de hel weer los. De arrestatie van Saddam Hussein is geen garantie voor het stoppen van de anarchie.

'Mijn chauffeur is twee weken geleden door vier kogels geraakt in hand en dijbeen. Mijn spelers dragen een pistool als ze naar de training komen, omdat ze bang zijn voor overvallen.'

Bernd Stange, bondscoach van Irak, praat aan één stuk door. Op korte vragen geeft hij lange antwoorden. Soms zucht of zwijgt hij, als emotie knaagt aan de vastberadenheid in zijn stem. In het superdeluxe Swisshôtel te Basel, waar hij van de FIFA de Presidential Award krijgt voor zijn verdiensten in 2003, lacht de vroegere Oost-Duitser welvaartsproblemen weg. Entschuldige, Stange verzet de afspraak met tien minuten. Hij krijgt zijn kamer niet open. Sleutelkaart kapot. Triviaal eigenlijk.

In Bagdad heeft hij het Sheraton-hotel móeten verlaten, ondanks dringende adviezen van de Amerikanen juist in die veilige haven te blijven. Tijdens een trip naar Australië met de nationale ploeg sloegen twee raketten in. Stange is daarop verhuisd naar een hotel met louter Irakezen. 'Schrijf de naam niet op.'

Hij is moe, zeg maar gerust uitgeput, van een leven waarin de verlammende angst voor een plotselinge, gewelddadige dood op de loer ligt en de desinteresse van het huidige bewind voor het Irakese voetbal door zijn ziel snijdt.

Je kunt denken: de Amerikaanse bewindvoerder Paul Bremer heeft iets anders te doen dan denken aan voetbal. Stange ziet dat anders.

'Ik ben teleurgesteld en verbitterd, ik voel me verraden en eenzaam. Zo'n onderscheiding van de FIFA geeft me weer energie, maar het is één grote catastrofe in Irak.'

De diepe relatie met zijn spelers en de successen houden hem op de been. 'We zijn als vader en zonen. Nooit heb ik zoveel beroepen in mezelf verenigd: arts, trainer, materiaalman, psychiater, reisbureauleider, conditietrainer, mediavertegenwoordiger.'

Voor de oorlog

Toen Bernd Stange ruim een jaar geleden een contract tot 2006 tekende als bondscoach van Irak, werd hij vooral in Duitsland bedolven onder kritiek. Stange trad immers in dienst van een verderfelijk regime, hij werd trainer van de duivel. Fijntjes beschreven vooral de media uit het vroegere West-Duitsland zijn verleden, waarbij hij werd beticht van banden met de Stasi.

Journalisten berichten nu soms euforisch over hem. 'Terwijl ik dezelfde ben gebleven, met dezelfde sterke punten en zwakten. Mijn werk is altijd politiek beoordeeld en niet sportief. Dat heb ik geaccepteerd.'

Hij toont zich schuldbewust als het om zijn DDR-verleden gaat. 'Mijn opvatting is dat je sportieve successen niet politiek moet uitbuiten. Aan zo'n beleid heb ik in de DDR zelf meegewerkt, maar daarvan heb ik geleerd.'

Stange houdt politiek en sport liever gescheiden. Hij liet twee voorwaarden in zijn contract zetten: hij hoefde zich niet uit te laten over politiek en hij mocht het land verlaten als de oorlog begon. Politiek getinte uitspraken deed hij overigens genoeg. Een oorlog zou een schande zijn voor de wereldpolitiek, een bombardement van Irak zou haat zaaien en nieuwe terroristen doen opstaan.

Terugkijkend: 'Mijn grootste vergissing is geweest om te geloven dat er geen oorlog kán komen als Frankrijk, Duitsland, Rusland, China én miljoenen andere mensen tégen oorlog zijn. Ik hield het niet voor mogelijk dat in 2003 één enkel land een oorlog kan ontketenen, zonder goedkeuring van andere supermachten.'

Stange voelde zich een verrader toen hij in februari op bevel van de ambassade het vliegtuig naar Duitsland nam. 'Mijn spelers moesten in kelders schuilen voor de bommenregen, terwijl ik de oorlog volgde via CNN.

'Alle spelers heb ik een brief geschreven. Ze hadden al zoveel problemen overwonnen, ook nu zouden ze overleven. Ik vroeg ze te blijven trainen voor de wedstrijden die weer zouden komen. Want wat er ook gebeurt, voetbal blijft altijd bestaan, onder welk politiek systeem ook. Ik vroeg mijn God hen te beschermen. Och, wij hebben zoveel Goden in onze ploeg. De Koerden hebben hun God, de shi'ieten, de soennieten, de christenen.'

Na de oorlog

Eind juni keerde Stange terug naar Bagdad, met de bedoeling zijn vrienden diep in de ogen te kijken en zijn ontslag in te dienen. Hij geloofde niet meer dat de gestelde doelen te bereiken waren: het WK van 2006, de Azië Cup van 2004.

Stange neemt een aanloop voor een droefstemmende opsomming: 'Het stadion was een parkeerplaats voor Amerikaanse tanks. Alles was kapotgemaakt door rupsbanden en helikopters. In heel Bagdad was geen plekje te vinden waar je kon voetballen.'

De enige meevaller was dat de internationals niet onder de wapenen waren geroepen.

'Voor mij had het geen zin meer, maar ik werd enthousiast ontvangen door officials en spelers. Ze stonden klaar met bloemen en klapten toen ik het hotel binnenkwam. Bernd, help ons. Velen huilden. Toen heb ik besloten het voetbal opnieuw te helpen opbouwen.

'Er was helemaal niets meer: shirts, ballen, doelnetten, doelpalen, alles was gestolen of vernield. Alle kasten waren opengebroken, deuren uit de sponningen gelicht, airco's losgetrokken. Het bondsbureau was gebombardeerd.' Ergens in een voorstadje van Bagdad vonden de trainers twee doelen waarvan de palen niet waren afgezaagd, doelen mét netten.

Alles wat normaal is voor een moderne voetbalploeg, ontbrak. 'Zelfs nu kun je nog niet naar Bagdadvliegen. Altijd moet je eerst naar Amman of Damascus en vervolgens vijftien uur door de woestijn, met een jeep en bewapende soldaten aan boord. Je rijdt langs uitgebrande tanks, via omleidingen bij gebombardeerde bruggen. Altijd sta je urenlang te wachten bij de grens om paspoortfaciliteiten te regelen. Altijd heb je stress.'

Met enkele jonge Irakese trainers selecteerde hij spelers voor de nationale ploeg en het olympischelftal. Stange, die zich voor de oorlog vooral bezighield met de olympische ploeg, concentreerde zich nu op het nationale elftal, omdat de programma's elkaar overlapten.

Zijn ploeg ging aanvankelijk trainen in Koerdistan, op zeven uur met de bus. In Bagdad was het te gevaarlijk. Er was geen gras meer, doch slechts zand, modder en stenen. Overdag was het vijftig graden. Elektriciteit ontbrak, net als water om te douchen. 'Ik besprenkelde me soms met mineraalwater, om af en toe een uurtje te kunnen slapen. Ik heb het allemaal volgehouden om een voorbeeld te zijn voor de spelers. We probeerden de ellende zoveel mogelijk te vergeten.'

Irak ging weer wedstrijden spelen en plaatste zich zelfs voor de eindronde van de Azië Cup door Bahrein, Myanmar (het vroegere Birma) en Maleisië uit te schakelen, en dat in louter uitwedstrijden.

Stange trekt de vergelijking met 1954, toen de Duitsers de wereldtitel grepen en het verslagen land na de Tweede Wereldoorlog nieuw zelfvertrouwen opdeed. 'Dit was niet het wonder van Bern, maar het wonder van Irak. Vlak na de oorlog waren we gezakt naar de 74ste plaats op de wereldranglijst en vanaf juni zijn we geklommen naar 44, de beste klassering in de laatste vijftien jaar.

'Natuurlijk is die wereldranglijst Spielerei, maar het is een indicatie. Ik denk dat de ongelooflijk zware training de ploeg zover heeft gebracht. We hebben zeker vijftig trainingen gewichtheffen afgewerkt, met oude, verroeste gewichten. Lekker combineren, met korte passjes, was op die velden onmogelijk. Ik heb de nadruk gelegd op atletisch vermogen.'

De toekomst

Op een gegeven moment, toen het plafond was bereikt van zijn incasseringsvermogen, mobiliseerde Stange de vrienden die hij in dertig jaar als trainer heeft leren kennen.

Boos: 'Ik heb nul-komma-nulnul-niks hulp gekregen van de landen die de oorlog hebben gemaakt, Amerika, Engeland, Italië en Spanje. Die hebben me nog geen bal gegeven, geen shirtje, schoen of doelnet.

Cynisch: 'Ja, we hebben vijfduizend ballen van de Amerikanen gekregen, maar dat was pure propaganda. Ze waren van plastic en alleen geschikt om er handtekeningen op te zetten. Ik ben bij de Engelse ambassade geweest en heb gesmeekt me te helpen. Niemand heeft iets gedaan.'

De FIFA stelde geld beschikbaar, sponsors nodigden hem uit voor een trainingskamp in Duitsland en hij vloog met de ploeg naar Australië, een land nota bene dat tot de coalitie behoorde.

'Na de kwalificatie voor de Azië Cup verloor ik mijn zelfbeheersing en heb ik bewindvoerder Paul Bremer tijdens een persconferentie in Bagdad frontaal aangevallen, omdat hij niet eens iemand heeft laten bellen om te feliciteren. Integendeel: de spelers hebben twee keer hun salaris van 200 dollar per maand niet ontvangen. Ik heb mijn laatste loon in januari gekregen. Ik heb meer dan 20 duizend dollar van familie geleend, want de voetbalbond heeft niets.

'Vergeet niet: wij zijn het goede nieuws van Irak. Een embargo, drie oorlogen, van honger stervende kinderen, smerig drinkwater; dan is het toch mooi dat de nationale voetbalploeg naar de 44ste plaats is gestegen.

'Iedereen mag zijn mening hebben over deze oorlog, maar die van mij is dat de redenen om te beginnen telkens zijn veranderd. Eerst ging het om wapens. Toen men die niet vond, waren er banden met Al Qa'ida. Daarna ging het erom dictator Saddam Hussein te verdrijven. Er heerste hysterie die ik als inwoner van Bagdad slechts met verbazing volgde.

'Mensen in Texas kochten alle plakband op om hun ramen af te plakken, bang als ze waren voor massavernietigingswapens. Er is niets gevonden.

'En wij hebben niet eens geld voor de WK-kwalificatiewedstrijden tegen Palestina, Taiwan en Oezbekistan. We bedelen. Ik heb pas een rijke Irakees in Damascus bezocht, van wie ik vijfduizend dollar heb losgekregen.

'We moeten de problemen oplossen met degenen die het land regeren. In Irak worden twee miljoen vaten aardolie per dag geproduceerd. Eén vat kost 25 dollar. Dan moet er toch ook een budgetje voor voetbal vrijgemaakt kunnen worden, de enige sport in Irak die iets voorstelt. Alle wedstrijden in de competitie waren voor de oorlog met 50 duizend toeschouwers uitverkocht. Mensen beleefden vreugde aan voetbal.'

Stange kan nog een reden bedenken waarom hij geen hulp krijgt. Argwanend: 'Men wil mij niet als Duitser, men hult zich in stilzwijgen en laat me bungelen, omdat Duitsland niet meedeed in de oorlog en ik me duidelijk uitliet.

'Het WK blijft mijn droom, maar de prijs begint hoog te worden. Ik heb een lijfwacht, maar geen auto die voor me uit rijdt. Ambassades zijn omgetoverd tot vestingen, humanitaire hulpverleners zijn vertrokken.

'En ik loop vrij rond in een Tshirt, zonder kogelvrij vest. Ik kan toch niet langer dan een jaar zonder salaris werken. Als ik de kogel krijg of op een mijn loop, leggen ze een bosje bloemen op mijn graf. Meer niet. Daarom verwacht ik een antwoord van Paul Bremer.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden