Beleggingshypotheek ondanks beursval buiten gevarenzone

De sluipende beurskrach brengt de meeste bezitters van een beleggingshypotheek niet in problemen. De lange looptijd biedt voldoende zekerheden: bijstorten is niet nodig....

door Annemieke Diekman

'Hier en daar misschien een telefoontje, maar er is geen sprake van grote ongerustheid', zegt Erik Muetstege, hoofd hypotheken van de Postbank. 'De buitenwereld lijkt zich er drukker over te maken dan de houders van de beleggingshypotheken zelf. Wij hebben dan ook geen brief klaarliggen om onze klanten gerust te stellen. Dat is absoluut niet nodig.'

Ook bij de landelijke hypotheekorganisatie De Hypotheker, die hypotheken verkoopt van vrijwel alle geldverstrekkers in Nederland, loopt het geen storm, meldt marketing manager Kees van de Kerk. 'Wanneer je een huis koopt, ben je heel druk in de weer met de financiering, maar daarna wil je er niet meer over nadenken. Daarnaast zijn de mensen die een beleggingshypotheek hebben zich er wel van bewust dat ze een bepaald risico lopen. Wanneer ze behoudender zijn en alle risico willen uitsluiten, kiezen ze meestal voor een andere hypotheekvorm, zoals de spaarhypotheek.'

Wat maakt de geldverstrekkers zo zeker van hun zaak? Het gros van de beleggingshypotheken heeft een looptijd van twintig tot dertig jaar. Die periode is in het algemeen lang genoeg om pieken en dalen op de beurs op te vangen, zo zeggen vrijwel alle financiële instellingen. Maar ze kunnen nog niet uit ervaring spreken, want bijna geen enkele bestaande beleggingshypotheek is ouder dan zes à zeven jaar. Het fenomeen beleggingshypotheek heeft midden jaren negentig pas een hoge vlucht genomen. Toch wordt de lange looptijd met grote stelligheid benadrukt. 'Die horizon moet je inderdaad goed in het oog houden', meent Muetstege van de Postbank. 'Klanten begrijpen dat heel goed. Wanneer je een beleggingshypotheek afsluit en dus gaat beleggen op lange termijn, maakt het moment van instappen niets uit. Al is het leuker om het eerste jaar 10 procent te maken en daarna 2 procent dan andersom. Dus wat dat betreft is het nu misschien juist een goed moment om een beleggingshypotheek af te sluiten.'

Daarnaast trachten banken en verzekeraars allerlei zekerheden in te bouwen. 'Er wordt een risicoprofiel geschetst voor de klant en er wordt gelet op een goede spreiding van fondsen. Ook wordt extra aandacht besteed aan risicovolle beleggingen. De klant kan daar vaak maar een beperkt percentage van zijn inleg voor gebruiken', zo legt Muetstege uit.

Dat klinkt mooi, maar feit blijft dat er nu al enige tijd heel weinig rendement wordt gehaald met de onderliggende beleggingen en het er niet naar uitziet dat daar snel verandering in komt . Moet de klant niet bijstorten als de beursmalaise en economische stagnatie jarenlang aanhouden, zoals bijvoorbeeld in Japan gebeurt?

Nee, zeggen alle grote hypotheekverstrekkers. Ook bij een daling van de huizenprijzen en dus een verlaging van de onderliggende waarde van de hypotheek hoeft er niet bijgestort te worden. 'De Postbank sluit een contract af met een klant waarin wordt vastgelegd dat hij premie en rente betaalt. Wij kunnen dan contractueel gezien niet zeggen: wij zijn eens even door uw wijk gefietst en wij willen meer zekerheid.'

Maar wat gebeurt er nu als je op dit moment je huis wilt of moet verkopen, bijvoorbeeld vanwege een verre nieuwe baan, een scheiding of werkloosheid? In het slechtste geval moet je het beleggingsdepot verkopen en je verlies nemen. Dat kan heel pijnlijk zijn omdat zelfs de meest gedegen risico-arme fondsen de afgelopen tijd een flinke waardedaling hebben laten zien. Een andere optie is het huis verkopen, de hypotheek aflossen en het beleggingsdepot voorlopig aanhouden. Diverse hypotheekverstrekkers bieden die mogelijkheid, waaronder de Postbank. De beste optie is de beleggingspolis mee te verhuizen, maar dat is niet altijd mogelijk.

Geen reden voor paniek dus, zolang je in je huis blijft wonen. Maar is de beleggingshypotheek onder aspirant-huizenkopers ook nog steeds populair? Volgens Muetstege van de Postbank wel. 'Wij merken niets van een verminderde interesse.' Uit concurrentie-overwegingen noemt geen enkele aanbieder verkoopcijfers, maar bij de Postbank vormen de beleggingshypotheken nog altijd 'een behoorlijk aandeel' van het totaal aantal verkochte hypotheken.

Van de Kerk van De Hypotheker, die zich baseert op een marktonderzoek van Blauw Research , ziet dat anders. 'Er is een verschuiving van gewone beleggingshypotheken, waar je zeg 50 of 100 euro per maand of een bedrag ineens als beleggingspremie voor de uiteindelijke aflossing inlegt, naar de combinatie- of hybride hypotheken, waar je de premie deels belegt en deels vastrentend laat wegzetten. Die tendens zal zich in 2002 voortzetten.'

Bijstorten vormt misschien een te verwaarlozen risico bij de meest gangbare beleggingshypotheken, maar bezitters kunnen aan het einde van de looptijd wel met een restschuld blijven zitten omdat de inleg slechter heeft gerendeerd dan voorzien. Van de Kerk (De Hypotheker) rekent voor: u sluit een hypotheek af van 300 duizend euro. Met een eenmalige inleg van 30 duizend euro heeft u bij een gemiddeld rendement van 8 procent die drie ton over dertig jaar terugverdiend. Is het rendement 6 procent, dan levert dit slechts 172 duizend euro op. De restschuld: 128 duizend euro. Met een periodieke inleg van 2539 euro per jaar, nodig om tot die drie ton te komen, eindigt u na dertig jaar met 207 duizend euro, nog altijd een restschuld van 93 duizend - eenmalige inleg rendeert veelal minder dan periodieke inleg. Als u de 207 duizend euro daarna weer tegen 6 procent rendement belegt, heeft u na 6,5 jaar alsnog die drie ton.

Mensen die na dertig jaar nog hetzelfde huis bewonen en dat ook niet willen verkopen, blijven in beide gevallen zitten met een restschuld, waarvan de rente onder het huidige belastingregime na dertig jaar niet langer kan worden afgetrokken. Wie wel gaat verkopen, kan de dans ontspringen, omdat over een periode van dertig jaar wel kan worden uitgegaan van een prijsstijging van het huis. Als dat niet zo is, wordt het volgende huis (noodgedwongen) een stuk kleiner en goedkoper.

Een kleine troost: de eventuele restschuld is wel aan inflatie onderhevig. Met een inflatie van 3 procent is een restschuld van 100 duizend euro over dertig jaar nog 41 duizend euro waard, bij 2 procent is dat 55 duizend euro.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden