Beleggers in blinde galop

Beleggingsverzekeringen: spaarders zijn er dol op. Ook al lopen ze honderden miljoenen aan rendement mis door hun geld niet rechtstreeks te beleggen....

NOG drie weken. Tot 1 juli zijn koopsommen en periodieke premies voor levensverzekeringen aftrekbaar van de inkomstenbelasting tot een bedrag van 6179 gulden per persoon. Het nieuwe belastingstelsel zal die aftrek vanaf 2001 drastisch beperken.

Nog drie weken? Dan weten de Nederlandse beleggers genoeg. Nog één keer storten zij zich als blinde paarden in de armen van de verzekeraars.

De toeloop is massaal, ziet Frank Rosenmuller, baas van levensverzekeraar Royal. Hij kijkt er even de CBS-cijfers in zijn pc op na. 'Tot en met april is er 780 miljoen gulden aan nieuwe premies gestort', leest hij voor. Driekwart van dat bedrag, ofwel 582 miljoen gulden, ging naar beleggingsverzekeringen, waarbij de premie wordt belegd in een fonds van de verzekeraar. Rosenmuller: 'Toen wij eind jaren tachtig met dit product begonnen, was het marktaandeel van beleggingsverzekeringen nog 3 procent.' Nu is het marktaandeel dus 75 procent - een ongekende groei.

Beleggingsverzekeringen zijn dure, ingewikkelde, ondoorzichtige handenbindertjes. Eenmaal gekocht, kom je er nooit meer vanaf. Verkoop van de polis vóór het einde van de looptijd levert een forse boete op. Bovendien moet de einduitkering worden omgezet in een wél belaste lijfrente, een aanvullend inkomen. En wie weet of het belastingvoordeel nu opweegt tegen de inkomstenbelasting die hij over tien, twintig, dertig jaar moet betalen?

Maar de belegger wil de nadelen niet zien. Bij Royal kan hij een telefoonnummer bellen. Als hij een pincode intoetst, hoort hij de actuele waarde van zijn beleggingspolis - op ieder gewenst moment van de dag. 'Het is zo grappig', vertelt Rosenmuller. 'Natuurlijk houden wij bij wanneer en hoe vaak onze klanten dat nummer draaien. Wat denk je? Ze bellen vooral wanneer de beurs omhoog gaat. Dalen de koersen, dan blijft het stil.'

De rage ontstond begin jaren negentig, toen de Amerikaanse beurshausse oversloeg naar Nederland. Met lede ogen zagen de verzekeraars het geld van hun saaie polissen wegvloeien naar sexy aandelen. Dat kunnen wij ook, dachten zij: zie daar de beleggingsverzekering.

Daarmee sloegen zij twee vliegen in één klap. Zij reden mee op de golven van de beursgekte, en profiteerden van de fiscale aftrekbaarheid van verzekeringspremies, ooit ingevoerd om het sparen voor de oude dag te stimuleren. Deze fusion cooking tussen verzekeren en beleggen werd zo'n doorslaand succes, dat er spoedig een tegenactie op gang kwam.

Beleggingsgiganten ABN Amro en Robeco keken jaloers naar de belastingaftrek, die zij hun klanten niet konden bieden. Met steun van De Nederlandsche Bank startte dit tweetal een lobby achter de schermen tegen de bevoordeling van de verzekeraars. In juni 1994 zette Robeco-topman Pieter Korteweg ook openlijk de aanval in.

Beleggingsverzekeringen verschillen in niets van rechtstreekse beleggingen, stelde Korteweg. Het verzekeringselement noemde hij 'een farce'. Dat bedroeg hooguit 1 tot 2 procent van de totale premie. Daarom zouden ook banken en beleggingsinstellingen deze producten moeten kunnen verkopen.

Korteweg hield zijn betoog in een periode waarin Robeco hand over hand marktaandeel verloor. Hij wilde de beleggingsverzekering niet afschaffen, maar hem zelf ook gaan verkopen. Toen zijn Haagse lobby mislukte, kwam hij in 1996 met RoZeker, een eigen koopsomdochter.

RoZeker hamerde vooral op de lage kosten en doorzichtigheid van zijn producten. Dat was geen toeval. In november 1995 had de Amsterdamse hoogleraar Arnoud Boot een geruchtmakend onderzoek gepubliceerd. Zijn uitgangspunt was simpel: stop honderd gulden rechtstreeks in een beleggingsfonds, stop hetzelfde bedrag in een beleggingspolis, en zoek de verschillen.

'De resultaten zijn schokkend', concludeerde Boot. De verzekeraars declareerden een veelvoud van de kosten die een beleggingsfonds in rekening brengt - gemiddeld 'rond de 20 procent van het ingebrachte geld'.

Zo wordt er bij een inleg van tienduizend gulden slechts acht mille echt belegd. De consument wist van niets 'omdat verzekeringsmaatschappijen de polissen zoveel als mogelijk ondoorzichtig en onvergelijkbaar maken', concludeerde Boot.

Zonder het zijn klanten te vertellen ving de verzekeraar twee keer: hij rekende kosten voor het beleggen - fondsbeheer, fees voor het switchen naar andere beleggingen of voor een hoger dan beloofd rendement - én voor de verzekering - polis-administratie, provisie voor de tussenpersoon.

Daarbij profiteerde hij van een gapend gat in het toezicht. Beleggingsfondsen staan onder controle van De Nederlandsche Bank. Maar de interne beleggingen van verzekeraars niet. En hun eigen waakhond, de Verzekeringskamer, controleert ze evenmin.

Neem Royal. De klant kan rechtstreeks investeren in een beursgenoteerd beleggingsfonds van deze verzekeraar, of een beleggingsverzekering kopen. In beide gevallen stroomt zijn geld via de centrale kas van Royal naar de belegging. Toch behaalt de polishouder een lager rendement dan de rechtstreekse belegger.

Waarom dat is, kan Rosenmuller niet uitleggen. 'Er is een verzekering aan gekoppeld', probeert hij eerst - maar daarvoor rekent Royal verzekeringskosten. Dan zegt hij: 'Ik zou de beleggingskosten op nul kunnen stellen, en daar grootscheeps reclame mee maken. Maar dan vertel ik er niet bij dat ik andere kosten verhoog.'

Daarmee schetst hij de praktijk van de beleggingsverzekering. Dankzij de enorme 'interne' beleggingstrog kan de verzekeraar vrijelijk schuiven met zijn kosten. En dat terwijl alle beleggingsverzekeringen sinds 1997 vallen onder de Code Rendement en Risico, opgesteld onder regie van het Verbond van Verzekeraars.

Deze Code was een uitvloeisel van de mislukte lobby in Den Haag, de komst van een nieuwe, succesvolle concurrent als RoZeker en de groeiende kritiek van bijvoorbeeld Boot en de Consumentenbond. Om erger te voorkomen, grepen de verzekeraars naar het beproefde polderwapen van de zelfregulering.

Maar net als het toezicht liet ook de Code een belangrijk gat vallen. 'Zoals hij nu is opgesteld, hoeft de verzekeraar zijn beleggingskosten niet te laten zien', zegt Rosenmuller. Anders dan vele andere verzekeraars is dat Royal een doorn in het oog. 'Samen met de Consumentenbond hebben wij altijd bepleit dat de Code ook openheid over de beleggingskosten zou voorschrijven.'

Royal doet dat al zo'n twaalf jaar uit zichzelf. Want, vindt Rosenmuller: 'Als je zulke ingewikkelde producten wilt verkopen, moet je de klant volstrekte transparantie bieden.' Hij heeft goede hoop dat die transparantie binnenkort gemeengoed wordt. Het Verbond werkt aan een herziening van de Code. 'Ik denk dat na de zomer de beleggingskosten er ook in staan', verwacht de Royal-topman.

Die concessie zou wel eens een typisch geval van 'te weinig en te laat' kunnen worden. De fiscus is het allang beu om de goklust van de burger jaarlijks met miljarden aan te moedigen, en sneed per 2001 fors in de aftrek. De Verzekeringskamer publiceert een onderzoek naar de informatieverstrekking aan polishouders en er verschijnt over twee weken een nieuwe evaluatie van de werking van de Code Rendement en Risico.

Ongeveer gelijktijdig komt het onderzoeksinstituut Nyfer met een nieuwe Marktverkenning naar beleggingsverzekeringen. Beide rapporten, zo voorspellen ingewijden, zullen vernietigend zijn voor de sector.

Maar bovenal lijkt de lobby in Den Haag alsnog te gaan lukken, zij het met zo'n tien jaar vertraging. De kans is groot dat minister Zalm van Financiën het niet zal laten bij beperking van de aftrek. Vermoedelijk komt hij met nieuwe regels, die de beleggingsverzekering aan verdere beperkingen onderwerpen. Het einde nadert voor de zelfregulering van de verzekeraars.

Én de hoge rendementen op aandelen, én het lagere risico van een verzekering - de beleggingsfondsenrage was ook te mooi om waar te zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden