Beleggen in barbaars relikwie

Goud was als beleggingsobject jaren in de ban. Sinds de prijs flink is gestegen, duiken overal nieuwe beleggingsproducten op die zijn gebaseerd op de goudprijs.Door Hanno Bakkeren..

Een dalende dollar en de sluimerende kredietcrisis stuwen de goudprijs naar nieuwe hoogten. Goudfondsen, certificaten en turbo’s vinden gretig aftrek bij beleggers. Een door ABN Amro georganiseerd goudseminar trok zo veel belangstellenden dat de bank een extra avond moest houden. Goud geldt na jaren vergetelheid weer als veilige vluchthaven.

De fascinatie voor goud is van alle tijden. Behalve mooi is goud schaars, breed geaccepteerd, duurzaam, compact en makkelijk deelbaar, en daarmee al sinds mensenheugenis het betaalmiddel bij uitstek. De vroegste vorm van Europese bankbiljetten doken in de 17de eeuw op, maar hadden altijd goud als basis: de bezitter kon zijn papiertje te allen tijde bij de bank omruilen voor goud.

In 1944 sloten de economische grootmachten in Bretton Woods, een plaatsje in de New Hampshire in de VS, een overeenkomst om tot een stabiel internationaal monetair systeem te komen. Hier besloten ze hun valuta voortaan binnen een beperkte bandbreedte te koppelen aan de goudprijs. Om het makkelijker te maken bood Amerika aan zijn dollar tot internationale standaard te verheffen. De dollar werd als reservemunt ‘as good as gold’, omdat de Verenigde Staten plechtig beloofden de dollar op ieder moment om te wisselen voor een vaste hoeveelheid goud: een troy ounce (iets meer dan 31 gram) voor 35 dollar.

Dat ging lange tijd goed, totdat er eind jaren zestig twijfel ontstond over Amerika’s kredietwaardigheid. De oorlog in Vietnam kostte bakken met geld en het vermoeden rees dat de Amerikaanse geldpersen overuren draaiden. Steeds meer landen vroegen om omwisseling van hun dollarreserves in goud.

Om de stormloop op de Amerikaanse goudvoorraden te stuiten, besloot president Nixon het omruilloket in datzelfde jaar te sluiten. De dollar werd, net als alle munten zonder goudstandaard, een conventie, ofwel een ‘I owe you nothing’.

Economen waren er over het algemeen niet rouwig om. In navolging van hun grote voorbeeld John Maynard Keynes beschouwden zij goud als een ‘barbaars relikwie’. Waarom zo veel waarde hechten aan een metaal met een beperkte gebruikswaarde? Waarom zou je dat spul met veel moeite opgraven om het vervolgens in ondergrondse kluizen stof te laten vergaren? Daarmee sloegen ze de waarschuwing van de Franse filosoof Voltaire in de wind: ‘De waarde van papiergeld keert vroeg of laat terug naar zijn intrinsieke waarde: nul’.

Het nulpunt van Voltaire werd nooit bereikt, maar begin jaren tachtig steeg de goudprijs tot boven de 800 dollar. Als gevolg van de de Iraanse revolutie en een gierende Amerikaanse inflatie vluchtten beleggers massaal in goud. De waarde van een dollar uitgedrukt in goud was daarmee met 95 procent gedaald ten opzichte van tien jaar eerder. De jaren daarna schommelde de goudprijs tussen de 300 en 500 dollar om in 1999 te zakken naar een dieptepunt van 253 dollar.

Sindsdien is goud bezig aan een opmars. Zorgen om de dollar en de kredietcrisis hebben de prijs opgestuwd tot 730 dollar. Marktvolgers verwachten dat het einde nog niet in zicht is.

De vraag naar goud is met 4.000 ton per jaar aanzienlijk groter de wereldwijde mijnproductie (2.500 ton). Daar staat tegenover dat er nogal wat oud goud boven de markt hangt. De mensheid heeft sinds de oudheid naar schatting 158 duizend ton gedolven. Van dat goud circuleert meer dan de helft in de vorm van juwelen. Centrale banken zijn goed voor een vijfde deel, beleggers een zesde en de industrie een achtste. Het jaarlijkse productietekort wordt aangevuld met sloopgoud (oude sieraden en goud uit bijvoorbeeld afgedankte computerchips) en verkopen door centrale banken.

Met het slinken van die voorraden verwachten goudbeleggers een toenemende schaarste en dus hogere goudprijzen. Daar staat tegenover dat tweederde van de vraag afkomstig is van juweliers, vooral uit India en omstreken. Hoge prijzen zouden die vraag kunnen drukken.

Beleggen in fysiek goud levert geen rente of dividend op, terwijl de inflatie doorgaat. Een goudprijs van 800 dollar begin jaren tachtig komt overeen met 2.000 dollar nu, zodat goudkopers van toen nu op 65 procent verlies staan.

Beleggen in goud kan ook indirect. Zo volgen certificaten bijvoorbeeld de goudprijs één op één, desgewenst afgedekt voor het dollarrisico. Andere beleggingsproducten zoals turbo’s of speedsters zijn deels met geleend geld gefinancierd en kennen daardoor een hefboom: afhankelijk van het financieringsniveau stijgt of daalt de waarde met een veelvoud van de beweging van de goudprijs.

In plaats van in goud kan ook direct of indirect worden belegd in goudproducenten. Het grootste fonds, Blackrock Merrill Lynch World Gold, behaalde over de afgelopen vijf jaar een gemiddeld rendement van ruim 20 procent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden