'Bekommer je nou eens om de mensen die er werken'

Daan Heerma van Voss interviewt mensen die werkloos zijn geworden. Chef-werkplaats Emile van Aalten: 'Hoe langer ik thuiszit, hoe meer ik denk: die crisis is een slap excuus geweest.'

Emile van Aalten. Beeld Ivo van der Bent

Op de lts wist Emile van Aalten (1955) al dat hij in de auto's wilde. 'Als kind was ik gefascineerd door die dingen, ik loog over mijn leeftijd om her en der proefritjes te kunnen maken, ik kende alle merken.' Zijn vader, zijn leraren, iedereen raadde de autobranche af: het betaalde slecht en je kreeg er vieze handen van. Februari 2014 ging garage en Renault-dealer Van Rhijn, gelegen in een woonwijk in Amsterdam-Zuid, failliet. Van Aalten werkte er 26 jaar, eerst als monteur, daarna als chef-werkplaats. Sindsdien heeft hij geen vast werk.

Hij woont in zijn eentje in Haarlem, in een straat waar de mensen in de deuropening staan en praten over voordeelacties van supermarkten. Emile is een geboren en getogen Amsterdammer, het kruis van de stad staat op zijn onderarm getatoeeerd. 'Weet je wat me nou echt pijn doet?', begint hij. 'Dat sommige buurtbewoners blij zijn dat we zijn vertrokken. Ik zit vaak te googelen, dan kom ik terecht op forums waarop buurtbewoners alsmaar klagen: dat de stoom uit de muren kwam, dat we lawaai maakten. Terwijl we juist altijd rekening met de mensen hielden. En daarbij denk ik dan: bekommer je nou ook eens om de mensen die er werkten. Mensen met een hypotheek, met jonge kinderen. Wat is dan belangrijker, hun leven of jouw doorbroken middagslaapje?'

Hoe kwam u bij garage Van Rhijn terecht?

'Via een advertentie in De Telegraaf, in 1987. Destijds werkte ik in een garage in Haarlem, een baan die ik via een vriend had gekregen. Daarvoor was ik verwarmingsmonteur geweest en had ik in dienst gezeten. Ik was 32 toen ik bij Van Rhijn begon. De werkdag begon om kwart over acht, maar ik was er meestal eerder, om voorbereidingen te treffen en op mijn gemak een bakkie koffie te drinken. Later, als chef-werkplaats, kreeg ik werkorders van de receptie, die ik verdeelde onder de jongens. Al was ik chef, ik stond niet echt boven ze. We kenden elkaar zo goed. Ze bellen nog weleens als ze een probleempje hebben.'

Wanneer begonnen de zaken minder te lopen?

'2012 was nog een druk jaar. Eind 2012 beëindigden we wegens geldgebrek het contract van een monteur die er een jaar eerder was bijgekomen. Dat was geen goed teken. 2013 was een uitermate slecht jaar. De bedrijven waarmee we leasecontracten hadden afgesloten, gingen failliet - die klanten was je kwijt. Particulieren kochten nauwelijks nog auto's, ze gingen minder rijden omdat het te duur was, ze stelden het onderhoud aan hun auto uit. Op alle fronten werd het minder.'

Gingen op de werkvloer geruchten over een ophanden zijnd faillissement?

'Helemaal niet. Er werden juist geintjes gemaakt. We dachten: de handel bloeit wel weer op, er komen vast goede tijden aan. De mensen van de receptie waren een uitzondering. Zij zeiden al vrij vroeg: het is over met deze tent. Wij in de werkplaats wilden dat niet geloven, we mochten die negativiteit niet toelaten. Ook al wisten we: het gaat niet goed, er zal iets moeten gebeuren.'

En dat 'iets' voltrok zich in februari 2014.

'Het was op een maandag. Van Rhijn, de eigenaar, kwam 's morgens naar me toe. Ik moest de jongens op kantoor bij elkaar brengen. Voor iets belangrijks. Het bedrijf bleek failliet. De crisis was verwoestend geweest.

'Pas later hoorde ik dat de verhuurder van het pand het huurcontract had opgezegd. Dat stond los van de crisis. Er was zelfs een rechter aan te pas gekomen en die oordeelde: binnen enkele weken moesten we eruit. De volgende dag kwam de curator langs, hij zei dat we alle lopende projecten direct moesten afronden.

'Hoe langer ik thuiszit, hoe meer ik denk: die crisis is een slap excuus geweest. De beëindiging van het huurcontract, daar is het misgegaan. Wat de redenen van de verhuurder zijn geweest? Ik weet het niet. Ik heb ernaar gevraagd, maar nooit antwoord gekregen. Maar als de rechter eraan te pas komt, speelt het probleem al veel langer, zo veel is zeker.

'Iedereen werd ontslagen. Van Rhijn had geen zin om op zijn 73ste ergens anders een doorstart te maken. Hij had zelf al 6 ton in het bedrijf gestoken. Dat zei hij tenminste.'

U gelooft dat niet?

'Ach ja, mensen zeggen van alles. Wat ik wel weet, is dat Van Rhijn in de goede jaren uitstekend heeft geboerd.'

U bent boos op Van Rhijn.

'Tot op de dag van vandaag vind ik dat hij er niet alles aan heeft gedaan om de zaak te redden. De overheadkosten waren te hoog, dus had het bedrijf iets kleiner moeten worden. Maar er is nooit sprake geweest van enig plan om te reorganiseren. Het bedrijf is gecontroleerd platgebrand. En daarnaast heeft hij me sindsdien niet één keer gebeld om te vragen hoe het is. Een beetje mens doet dat, na 26 jaar samenwerken.'

Hoe was de sfeer in die kantoorruimte?

'Gelaten. Vechten was zinloos. Er werden grapjes gemaakt, maar dat is een muurtje bouwen. Eigenlijk wil je het niet geloven. Vergeet niet: ik heb het bedrijf ook in volle bloei meegemaakt. Toen er veel auto's werden verkocht, er een strakke planning in de werkplaats was, zeventien monteurs aan het werk. Rijen vol gerepareerde auto's.'

Wat is er met het verdwijnen van de garage verloren gegaan?

'Het was een van de laatste ouderwetse garage-dealers in Amsterdam. Een echte buurtgarage, we kenden onze klanten en zij kenden ons. Veel klanten liepen de receptie gewoon voorbij en kwamen direct naar mij. Jeroen Krabbé wilde dat ik me over zijn auto ontfermde, niemand anders mocht het doen.

'Tegenwoordig zitten de garage-dealers allemaal buiten de stad. Het zijn showrooms, glazen huizen waar geen druppel olie vloeit. Wij konden niet tegen de grote bedrijven op. Zij kunnen groot inkopen en zijn daarom in staat lagere tarieven te vragen. Wij waren duur: 120 euro per uur. Dat was nodig om uit de kosten te komen, maar toch: het is echt veel geld. Mensen praten vaak vol weemoed over kleine winkeltjes en kruideniers die verdwijnen, maar uiteindelijk wil niemand meer betalen dan nodig.'

Waar leeft u van?

'Een WW-uitkering van 1.800 euro bruto: 70 procent van wat ik vroeger verdiende. Dat is niet veel. Vroeger kocht ik weleens een leuk paar schoenen of ging ik met mijn vriendin uit eten, zonder erbij na te denken. Dat is over. Ik gebruik mijn fiets en mijn scooter, maar zelden nog mijn auto. Het kost maar benzine. Ik ben verliefd op dat ding, weiger hem weg te doen. Gekocht bij Van Rhijn, de sticker zit er nog op.'

Werkloos

Van oral historian Studs Terkel (1912-2008) verscheen in 1974 Working: People Talk About What They Do All
Day and How They Feel About What They Do
, waarin 'gewone mensen' vertelden over hun werk. Terkel bracht met dat standaardwerk het veranderende Amerika in kaart. Voor V begeeft schrijver Daan Heerma van Voss zich nu in de wereld van de werklozen. Om de week een nieuw verhaal, een schets uit het andere Nederland.

Wat vindt u het moeilijkst aan werkloos-zijn?

'Ik ben gezond, heb veel kennis in huis, maar kan er niets meer mee doen. Ik krijg de ene afwijzing na de andere. In veertien maanden tijd ben ik uitgenodigd voor twee gesprekken. Twee! Past niet in het profiel, past niet in het profiel. Ik ben natuurlijk te oud, maar dat mogen ze niet zeggen, want dat is leeftijdsdiscriminatie. Terwijl ik juist door mijn ervaring weet hoe dankbaar je moet zijn voor werk. Ik weet zeker dat ik harder zou werken dan 90 procent van de jongeren die wel 'in het profiel passen'. Eigenlijk is het een schande.

'Ik heb een paar maanden op onbetaalde basis als gastheer gewerkt, bij het UWV. Mensen doorverwijzen, de deur opendoen. Ik kon er blijven werken, maar wel met een uurloon dat lager is dan mijn uitkering. Dan zou ik mijn huur nauwelijks meer kunnen betalen.'

Wat heeft u tijdens uw werkloosheid over uzelf geleerd?

'Mijn vertrouwen in mensen neemt wel af. Ze beloven veel, zeggen van alles. Je doet het goed, je komt er wel. Leuk en aardig, maar ik ben nog nergens. Toen ik mijn ontslag kreeg, had ik veel moed. Het werkloos-zijn kon nooit langer dan een half jaar duren, ik wilde werken en barstte van de energie. Ik volgde opleidingen en cursussen bij het UWV. Maar de laatste maanden heb ik geen moed meer. Ik volg al jaren saxofoonlessen bij een goede vriend. Vroeger betaalde ik hem, nu kan dat niet meer. Een paar weken geleden, toen ik nauwelijks in staat was tot een fatsoenlijke noot, vroeg hij of het wel goed met me ging. Nee, zei ik. Het ging helemaal niet goed. Ik begon gewoon te huilen.' De herinnering valt hem zwaar. Zijn ogen lopen vol, zijn stem slaat over, hij ademt diep in, diep uit. 'Nu ook weer. Het gaat gewoon niet. Ik heb nauwelijks nog invloed op mijn leven.'

Emile van Aalten

Werkte in de jaren tachtig als verwarmingsmonteur. Na zijn diensttijd kreeg hij op zijn 32ste een baan bij Renault-dealer Van Rhijn in Amsterdam. Hij werkte er 26 jaar - tot zijn ontslag in 2014.

Bent u ooit teruggegaan naar het pand waar vroeger de garage zat?

'Ik ben een Amsterdammer, de stad blijft trekken. Maar de buurt van de garage mijd ik. Er ligt te veel oud zeer. Ik moet het eens overwinnen, wanneer ik sterker ben. Ik heb afgesproken met een oud-collega en vriend: als het mooi weer is, gaan we er met zijn tweeën heen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden