'Bedrijven benutten crisisgevoel schaamteloos'

De Duitse malaise brengt zwaarmoedigheid met zich mee, maar dat is geen reden het tafelzilver van de verzorgingsstaat te verkopen....

Van onze correspondent Sander van Walsum

Als hoeder van het Rijnlands model – het kapitalisme waarin niet enkel de aandeelhouders, maar alle betrokkenen een stem hebben – bevindt de vakbeweging zich onmiskenbaar in een defensieve positie. Zeker in Duitsland, waar de economische stagnatie al zo lang duurt en waar volgens de populaire zienswijze het bedrijfsleven is geketend door een fijnmazig en diep verankerd stelsel van sociale verworvenheden.

Michael Sommer erkent dat de omstandigheden momenteel niet in het voordeel zijn van de vakbeweging. Maar dat rechtvaardigt nog geen deemoed, vindt de 52-jarige president van de Deutscher Gewerkschaftsbund. De DGB, de zusterorganisatie van de Nederlandse vakcentrale FNV, heeft 7,5 miljoen leden. 'In deze samenleving hebben wij een taak te vervullen. Een volk dat de dood van zes miljoen joden op zijn geweten heeft, heeft vakbonden nodig', zegt Sommer. Waarmee hij wil zeggen dat hij zichzelf niet uitsluitend als zaakwaarnemer ziet voor de werkende en werkloze mensen, maar ook als bewaker van 's lands integriteit en (mede-)beheerder van zijn historisch kapitaal. Als leider van een moderne vakbeweging in een land met een duister verleden houdt hij er, met andere woorden, een heel brede taakopvatting op na.

Om met de tastbaarste component, die van de deplorabele staat van de economie, te beginnen: Sommer deelt de gangbare analyse over de toestand van het land. 'Ik heb niet de behoefte te ontkennen dat we ons al vier jaar in een diepe depressie bevinden. De relatief gunstige exportcijfers versluieren de ernst van de toestand slechts. Ik verschil evenmin van mening met de regering en de werknemers over de wenselijkheid van meer consumptie en meer investeringen. De bondsregering moet – indien mogelijk samen met Frankrijk, Italië en andere grote Europese economieën – de binnenlandse vraag stimuleren.

'De conjunctuur is in sterke mate afhankelijk van autonome psychologische factoren. In Duitsland misschien nog wel meer dan elders: de nationale identiteit van de oude Bondsrepubliek was in sterke mate geënt op de D-mark en de florerende economie. De huidige malaise heeft tegen die achtergrond aanleiding gegeven tot veel vertwijfeling en zwaarmoedigheid.'

Het crisisgevoel wordt echter schaamteloos benut door ondernemers die zich willen ontdoen van het tafelzilver van de Rijnlandse verzorgingsstaat, meent Sommer. Zij stellen, zegt hij, de situatie nog slechter voor dan ze al is om het land ontvankelijk te maken voor ingrepen die wel radicaal, maar niet noodzakelijk zijn voor de sanering van de economie. Zo hebben de twee grootste werkgeversorganisaties onlangs de aanval geopend op het medebestuur van werknemers en vakbonden in ondernemingen.

Het is een typisch Duits fenomeen, deze Mitbestimmung: het product van het 'historisch compromis' van 1951 waarin het streven naar sociale vrede en naar vriendschappelijke betrekkingen met de buitenwereld werd vastgelegd. Dit Duitse fenomeen ontwikkelde zich weliswaar nooit tot een exportsucces, maar hieraan kan, vindt Sommer, geen argument voor afschaffing worden ontleend. Te meer niet omdat het model tot voorbeeldige arbeidsrust heeft geleid. Zelfs vooraanstaande ondernemers, zoals DaimlerChryslertopman Jürgen Schrempp, beaamden dat ruimhartig.

De aanval op de Mitbestimmung maakt volgens Sommer deel uit van een strijd tussen het Amerikaanse en het Europese economische model. In het eerste is arbeid tot kostenfactor gereduceerd, in het tweede heeft arbeid ook een sociale component. Het Amerikaanse model heeft een paar slagen gewonnen. 'Het heeft de politiek van haar primaat beroofd, en het heeft tot een gelijkschakeling in het denken geleid. Het succes van ondernemingen wordt in belangrijke mate ontleend aan de hoogte van het dividend. Organisaties worden geacht succesvoller te zijn naarmate ze meer als een bedrijf worden bestuurd. Zelfs het onderwijs is niet gevrijwaard van die betreurenswaardige tendens.'

Zijn zorg over deze ontwikkeling is overigens betrekkelijk: Sommer gaat ervan uit dat de Amerikaanse zegetocht ooit ten einde komt. Om de simpele reden dat de Amerikaans-Europese verhoudingen 'in een dialectisch proces zijn gevangen'. Wat omhoog gaat, moet ook weer eens naar beneden.

Dat neemt niet weg dat Europa de VS met wat meer vertrouwen in de zegeningen van het eigen model tegemoet zou moeten treden. Daarin ziet Sommer een belangrijke rol voor de vakbeweging weggelegd. 'Wij moeten kanttekeningen plaatsen bij het eenzijdige nutsdenken en bij de economisering van de overheid. En we moeten eraan bijdragen dat men weer trots is op de sociale verworvenheden. De vakbeweging moet dus veel uitleggen.'

Vooral om te voorkomen dat men de herkomst van de sociale verworvenheden uit het oog verliest. 'Het zou een grote fout zijn als we het bestaande als vanzelfsprekend zouden gaan ervaren. De meeste van mijn generatiegenoten weten heel goed wat ik daarmee bedoel. Ik heb er onlangs nog drieënhalf uur over gesproken met Gerhard Schröder, een kind van de oorlog. Maar mijn eigen kinderen zijn zich van de historische dimensies hoegenaamd niet bewust, wat je hen natuurlijk niet kwalijk kan nemen. Integendeel. Ik heb hen altijd toegewenst dat zij in een normaal land zouden wonen. Maar tezelfdertijd wil ik dat zij zich bewust zijn van wat aan die normaliteit voorafging. Ik wil dat ook zij het als een schande ervaren dat een synagoge in het hartje van Berlijn zestig jaar na de oorlog permanent bewaakt moet worden. Dat moet men nooit normaal gaan vinden.'

Sommers engagement met een samenleving die in beginsel niemand uitsluit, heeft geleid tot een oproep – samen met werkgeversvoorzitter Dieter Hundt – tot een collectieve inzet voor het behoud van de multiculturele samenleving. De inspanningsverplichting strekt zich uit tot iedereen: allochtonen en autochtonen, moslims en niet-moslims. De huisregels zijn simpel: iedereen die in Duitsland woont, beheerst de Duitse taal, en heeft respect voor elkaar en voor de Duitse grondwet.

Dat de materie in de praktijk weerbarstiger is, blijkt uit de multiculturele drama's die zich momenteel voltrekken in Nederland, dat ook door Sommer altijd in de voorhoede van de beschaafde wereld werd gesitueerd. Aan die actualiteit verbindt de DGB-voorzitter niet de conclusie dat hij zich heeft vergist, maar dat het overal mis kan gaan. Ook in Duitsland.

Toch meent Sommer zich geen pessimisme over de toekomst van Duitsland en Europa te kunnen veroorloven. En welbeschouwd heeft hij daarvoor ook niet zoveel reden. Want voor iedereen met een greintje historische sensitiviteit is de Europese eenwording een grandioos succesverhaal.

De recente krachtmeting tussen het Europees parlement en de beoogde commissie-Barosso heeft Sommer gesterkt in de overtuiging dat dit verhaal nog lang niet ten einde is.

'Het parlement legde een ongekend zelfbewustzijn aan de dag en liet zich niet door nationale reflexen leiden. Hiermee is de Europese emancipatie een nieuwe fase ingegaan. Ik hoop dat hierdoor ook het Lissabon-proces (een serie afspraken over economische hervormingen in Europa, red.) wordt gereanimeerd: het Europese antwoord op de Amerikaanse dominantie. Uiteindelijk is dat de reddende formule voor het oude continent.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden