Reportage Bedrijfsscholen

Bedrijfsschool beleeft ware heropleving door tekort aan technisch personeel

Alleen al in de technologische industrie zijn er tegenwoordig zo’n 60 bedrijfsscholen. Daarmee beleeft de vakschool een ware heropleving. Gegadigden zijn meer dan welkom, desnoods met een enkelband.

Foto Peter van Hugten

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie

Met zijn bedrijfspetje achterstevoren op zijn hoofd kijkt Sjors Banning toe hoe een toekomstige collega metalen schuifbeugels voor een brouwerij zaagt. Het is de derde week dat de 17-jarige Banning rondsnuffelt in de werkplaats van het Veghelse Flowfirm. Hij ziet het helemaal voor zich: binnenkort staat hij hier ook volwaardig te lassen, schuren en zagen.

‘Voor het eerst heb ik zin om naar school te gaan. Ik weet nu waarvoor ik het doe’, zegt Banning grijnzend. In november begint Banning in de eerste lichting van Bqaam, de school van Flowfirm. Tijdens zijn opleiding krijgt hij een bescheiden startsalaris en de schoolkosten worden betaald door het bedrijf.

‘Op die manier proberen we ons tekort aan technisch personeel op te lossen’, legt Flowfirm-directeur Ben Tuithof uit. Als het kon zou Flowfirm morgen dertig goed geschoolde krachten aannemen voor het onderhoud en de installatie van machines in de voedselindustrie. Maar die krachten zijn er simpelweg niet. Bovendien neemt de kwaliteit van de tijdelijke werknemers af door de vergrijzing.

Stroom goede werknemers

Dus ontstond het idee van een eigen school. Een waar de scholieren leren TIG-lassen en communiceren op een manier die past bij het werken op fabriekslocaties. Een school waarvan het bedrijf zeker weet dat de stroom goede werknemers continu blijft. ‘Iedereen is bij ons welkom, we kijken niet naar vooropleiding of achtergrond’, zegt Tuithofs compagnon Michiel Werner. ‘Bij de aanmelding hebben we ook iemand aangenomen met een enkelband. Die komt op veel plekken niet zomaar aan de bak. Maar hij was wel heel gemotiveerd.’

Het lijkt een conclusie die de afgelopen jaren in veel bestuurskamers is getrokken. Flowfirms plaatsgenoot Sligro begon anderhalf jaar geleden met een eigen school en ook andere grote namen als de NS, Jumbo en De Vries Scheepsbouw gingen Flowfirm voor. Alleen al in de technologische industrie zijn er zo'n zestig bedrijfsscholen, schat brancheclub FME. Daarmee beleeft de bedrijfsschool een ware heropleving in Nederland.

Aansluiten op wensen bedrijfsleven

'In de jaren vijftig van de vorig eeuw begonnen veel werkgevers met eigen vakopleidingen', vertelt Erik Nijhof,  tot 2016 als senior docent-onderzoeker verbonden aan de vakgroep Economische en Sociale Geschiedenis van de Universiteit Utrecht en auteur van het boek Het menselijk kapitaal: Sociaal ondernemersbeleid in Nederland. ‘De werkgevers hadden destijds veel bezwaren tegen het technisch onderwijs. De toenmalige ambachtsscholen waren opgericht langs lijnen van de verzuiling, waardoor de invloed van de levensbeschouwelijke organisaties op het onderwijs dominant was. Om het onderwijs meer te laten aansluiten op de wensen van het bedrijfsleven begonnen veel bedrijven of bedrijfstakken eigen vakopleidingen.’

Die bloeiperiode kwam ten einde rond de jaren negentig. Onder invloed van liberalisering en internationalisering brokkelde onder bedrijven de animo voor eigen scholen af. Voor die tijd waren bedrijven als Shell en Philips een soort ‘verzorgingsstaatjes’ met eigen huisvesting, eigen opleidingen en baangarantie.

Scheppen van werkgelegenheid in de statuten

 ‘Tot in de jaren zeventig had Philips nog in de Nederlandse statuten staan dat het scheppen van werkgelegenheid een van de taken van het bedrijf was’, zegt Nijhof. ‘Maar rond de jaren negentig wilden de bedrijven zich steeds meer op hun kern gaan richten. Huisvesting en onderwijs hoorden daar minder bij.’ Dus verdween de Philips Bedrijfsschool in 1989 en doekte Shell de bedrijfsschool in Pernis in 2001 op.

‘Het klassieke beeld dat een bedrijf werknemers volledig zelf opleidt is niet meer actueel’, zegt Hans de Jong, president Philips Nederland, nu over die keuze. ‘In de hele keten moeten de kennis en vaardigheden van de werknemers zich ontwikkelen in lijn met de nieuwste technologische innovaties. We doen dit deels zelf ,maar veelal in samenwerkingsverbanden met lokale scholen. Publiek-private samenwerking heeft de toekomst.’

Jongeren tijdens de open dag van de Academy, de bedrijfsschool van Tata Steel in IJmuiden. Jongeren met interesse in techniek kunnen zich laten informeren over opleidingen van het staalbedrijf. Foto ANP

Tekort jongeren

Toch zien brancheorganisaties als de FME dat er nu weer meer aandacht voor bedrijfsscholen vanuit het bedrijfsleven. ‘Het is niet zozeer dat bedrijven weer eigen bedrijfsscholen oprichten volgens het klassieke model’, laat de brancheorganisatie weten. Het doel is niet meer om jonge werknemers te kneden en ze veertig jaar bij het bedrijf te houden. ‘De observatie is nu veel eerder dat bedrijven erop anticiperen dat er te weinig goed opgeleide jongeren in de techniek en ict zijn en dat reguliere opleidingen moeite hebben mee te bewegen met de voortdurend veranderende behoeften van bedrijven.’

‘Naar de overheid wijzen heeft geen zin, daar kunnen we niet op wachten’, zegt ook Werner in het kantoor achter de werkplaats van Flowfirm. Zelfs op bedrijfstakniveau, via de brancheorganisatie, gaat het oprichten van een school te langzaam volgens Flowfirm. ‘Ons voortbestaan is afhankelijk van een continue instroom. Als we geen goed personeel kunnen leveren, zetten grote klanten als Heineken of Campina zo een streep door de fabriek.’

Extra geld voor bedrijven die bedrijfsschool oprichten

Maar voor een mkb’er is een eigen opleiding een hele stap. Daarom pleitte VVD-kamerlid Dennis Wiersma in juli voor extra geld voor bedrijven die een bedrijfsschool willen oprichten. Hij maakte zich met name hard voor het midden- en kleinbedrijf. ‘Zij hebben niet altijd de middelen, maar wel het werk én de kennis en kunde’, zei hij in een interview met het AD.

Ook voor Flowfirm bleek alleen een eigen bedrijfsschool opzetten geen optie. ‘De groei van ons personeel zou te hard gaan als we elk jaar zelf twaalf mensen opleiden', zegt Tuithof. Maar het bedrijf voelde ook niet veel voor w om te achten op geld uit Den Haag. Het koos een andere oplossing. Bedrijfsschool Bqaam is eigendom van Flowfirm en drie andere bedrijven die machines voor de voedselindustrie bouwen, installeren en onderhouden. Wie aan de opleiding begint, weet zich verzekerd van een baan bij een van de vier bedrijven die de school betalen.

De opleiding bestaat uit zes weken in de schoolbanken op het lokale ROC. De rest van het schooljaar is het volle bak aan de slag, het vak leren op de werkvloer. ‘Gelukkig hoef ik niet al te lang meer met mijn neus in de boeken te zitten’, zegt toekomstige leerling Sjors Banning in de werkplaats van Flowfirm. ‘Daar ben ik niet zo van.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.