Achtergrond financieel-economische criminaliteit

Bankroet is te vaak een boevenstreek

Donderdag debatteert de Tweede Kamer met het kabinet over financieel-economische criminaliteit. Hoe gaat de politiek opzettelijk ploffende bv’s aanpakken? En wat is er te doen aan phishing en andere vormen van digitale fraude?

Beeld Studio Vonq

De aanpak van faillissementsfraude is nog altijd ‘onder de maat’. Curatoren moeten ruimere mogelijkheden krijgen om bij elk faillissement na te gaan of er aanwijzingen zijn voor fraude of misbruik. Hun rol om fraude te signaleren is in de wet vastgelegd, maar het ontbreekt ze aan voldoende ondersteuning om verhaal te halen in kansrijke zaken.

Dat zegt SP-Kamerlid Michiel van Nispen, die het opzettelijk laten ploffen van bv’s ‘een nare vorm van criminaliteit’ noemt. ‘Het gaat tegen elk rechtvaardigheidsgevoel in als mensen moedwillig worden benadeeld en daders daarvan geen consequenties ondervinden.’ De Tweede Kamer debatteert donderdag met de ministers Ferdinand Grapperhaus (CDA) en Sander Dekker (VVD) van Justitie en Veiligheid over financieel-economische criminaliteit.

Onvoldoende gehandhaafd

Van Nispen krijgt bijval van Flip Schreurs, voorzitter van Insolad, de vereniging van faillissementsadvocaten en curatoren. ‘Er wordt absoluut onvoldoende gehandhaafd’, zegt Schreurs. ‘Terwijl uit zaken die wel worden aangepakt, blijkt dat de overheid haar investering in veelvoud terugverdient. De belastingdienst is bij een faillissement eerste schuldeiser, dus het rendement voor de schatkist is enorm.’

De jaarlijkse schade door faillissementsfraude wordt geraamd op ruim 1 miljard euro. Hoewel het aantal faillissementen door de aangetrokken economie afneemt (3.290 in 2017), is het aandeel waarbij een vermoeden van fraude bestaat opgelopen tot 30 procent. Dat is volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek een stijging van 6,5 procent in vijf jaar tijd. Er zijn naar schatting veertig veelplegersnetwerken actief, die zich specialiseren in het leeg achterlaten van bv’s.

Vermoedens melden

In maart 2017 is de ‘Wet versterking positie curator’ aangenomen, die regelt dat een curator verplicht is eventuele vermoedens van fraude bij een faillissement te melden bij de rechter-commissaris. Maar bij het Openbaar Ministerie heeft deze vorm van criminaliteit geen prioriteit, constateert Schreurs. ‘Slecht in 5 procent van de gevallen wordt iets met een aangifte gedaan.’ Van Nispen wijt dat aan de concurrentie met andere vormen van criminaliteit. ‘Dit zijn delicten die vanachter het bureau worden begaan, waarbij geen doden of gewonden vallen. Die hebben al snel minder prioriteit. Ten onrechte.’

De andere mogelijkheid die de curator heeft, is zelf aan de slag te gaan. Hij moet dan bij het ministerie een beroep doen op de Garantstellingsregeling Faillissementscuratoren (GSR), een potje waaruit curatoren die faillissementsfraudeurs civielrechtelijk aanpakken een vergoeding kunnen krijgen. De aanvraag, die aan allerlei voorwaarden moet voldoen, wordt inhoudelijk beoordeeld en toe- of afgewezen.

Jeukende handen

Schreurs: ‘Vaak jeuken de handen van curatoren, maar krijgen ze geen vergoeding. Dan staan ze voor de keuze om de zaak te laten lopen, of op eigen kosten een procedure te starten tegen bijvoorbeeld een stroman om schade te verhalen. Dat is geen aanlokkelijk perspectief.’

De SP heeft voor dit punt eerder aandacht gevraagd met een (aangenomen) motie van voormalig Kamerlid Sharon Gesthuizen. De voorganger van minister Grapperhaus op Justitie, Stef Blok, heeft een jaar geleden de Kamer laten weten dat hij ‘de mogelijkheid en wenselijkheid van uitbreiding van de GSR’ laat onderzoeken.

In de Justitie-begroting voor 2019 staat dat het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie inmiddels is verzocht om ‘een effectmeting’ van de GSR. ‘Dit gaat in 2018 plaatsvinden, waarna de regeling zal worden herzien.’

Wat Schreurs betreft wordt de regeling ‘soepeler en ruimer’. Van Nispen vindt het ‘zonde’ dat bijvoorbeeld faillissementen van natuurlijke personen en van vennootschappen onder firma zijn uitgesloten van de GSR. Hij vindt dat faillissementsfraude ‘nooit mag lonen’ en altijd moet worden gemeld, onderzocht en vervolgd. ‘Fraudeurs mogen nooit vrijuit gaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden