‘Bankiers moeten op de blaren zitten’

Banken hebben te veel risico’s genomen, vindt ex-bankier Ruding. ‘Dat was een verrassing.’..

Voormalig minister van Financiën Onno Ruding (68) was deze week een van de experts die de Tweede Kamer had uitgenodigd om hun visie te geven op de kredietcrisis. Banken moeten onder meer het bonussysteem aanpakken om een volgende crisis te voorkomen, vindt Ruding, die na de politiek in de raad van bestuur zat bij Citibank, een van de grootste Amerikaanse banken. Van overheden en internationale instanties verwacht Ruding op korte termijn weinig.

Kwamen de problemen onverwacht?

‘Er zit absoluut een verrassingselement in, voor iedereen, dus voor mij ook. Dat de interbancaire markt stilviel, heb ik nog nooit meegemaakt. Daarop lenen banken aan elkaar. Daar is niets mis mee: de ene bank heeft geld over, de ander heeft er juist behoefte aan. Maar afgelopen najaar geloofden de banken elkaar niet meer en durfden zij elkaar dus niet meer uit te lenen.’

Hoe kan dat vertrouwen opeens wegvallen?

‘Tsja, als een bank de ene week zegt dat hij 3 miljard euro moeten afschrijven en een week later blijkt het opeens 10 miljard te zijn, dan is de reactie toch: ‘Wat die vent me vertelt, dat geloof ik niet meer.’ Het was geen kwestie van liegen, banken wisten zelf niet meer hoeveel hun bezittingen waard waren. Maar inmiddels lijkt dat probleem opgelost. ’

Kunnen er banken omvallen, zoals het Britse Northern Rock?

‘Ik denk het wel, maar de kans is niet zo groot meer. Ik verwacht dat er in februari een aantal stevige verliezen aankomen voor bijvoorbeeld kleine Europese banken. Maar begin maart, dan is dit onderdeel afgelopen.’

Is de kredietcrisis ten einde?

‘Nee. Ik ben bang voor de inktvlekwerking. In de Verenigde Staten krijgen banken last van de verslechtering van consumentenkredieten. De gewone man heeft daar enorme creditcardschulden. Een ander risico zijn de de obligatieverzekeraars. Je kunt zeggen: wat interesseren mij die obligatieverzekeraars? Maar ze zijn geen technisch detail, ze vormen een achillespees van het financiële systeem. Overal op de wereld zullen brave pensioenfondsen op hun obligaties moeten afschrijven. De obligatieverzekeraars hebben maar een relatief klein eigen vermogen, dus ze kunnen minder makkelijk dan banken klappen opvangen.’

Wat kan de overheid doen om de crisis te beteugelen?

‘Overheden kunnen weinig doen. Belastinggeld inzetten, zoals de Amerikanen doen, lost de crisis niet op.’

Wie moeten het dan doen?

‘De banken moeten de hand in eigen boezem steken. Zij moeten de schade niet kunnen afwentelen, het is belangrijk dat ze zelf op de blaren zitten. Een probleem is het bonussysteem. Het is gevaarlijk dat handelaren aan het eind van het jaar een paar jaarsalarissen in cash krijgen. Dat is een prikkel om veel risico te nemen. Het gaat me niet om de hoogte van de bedragen, maar om de manier waarop de bonus wordt uitgekeerd. Je moet het niet meteen in cash geven, maar pas na een jaar of drie, en dan bijvoorbeeld in aandelen die je niet meteen kunt verkopen.’

Durven banken de bonussen wel aan te pakken?

‘De bonussen worden inderdaad gezien als verworven rechten. Maar ik heb geen medelijden met de handelaren. De grote banken moeten het systeem gezamenlijk afschaffen. Iets vergelijkbaars gebeurde ook in 1998, toen het hedgefonds LTMC ten onder ging en daardoor een financiële crisis dreigde. Al ruziënd kwamen de banken toen toch met een reddingsoperatie. Daar hoefde geen belastinggeld bij.’

De rol van de kredietbeoordelaars, die de beleggingen in subprimehypotheken als zeer veilig bestempelden, staat ter discussie.

‘Het probleem is dat de kredietwaardigheidsbureaus een commercieel belang hebben bij meer omzet. Ze werkten zelf mee aan de complexe producten waarop uiteindelijk miljarden zijn verloren. Dat is niet goed. Zij zouden geen advieswerk meer mogen doen. Net als accountants die enkele jaren geleden ook hun adviestak moesten afstoten om objectief te kunnen blijven. Dat werkt zuiverend.’

Zitten er andere gaten in het toezicht?

‘Banken moeten verplicht worden al hun beleggingen op de balans te zetten. Dat hoeft nu niet. En er moet veel betere samenwerking komen tussen de toezichthouders. We hebben dan wel een Europese munt en een Europese Centrale Bank, maar geen Europees toezicht. Een centrale bank en toezicht horen bij elkaar als broer en zus. Probleem is dat Engeland, Frankrijk en Duitsland dit een stap te ver vinden. Die landen hebben de mond vol van samenwerking, maar als puntje bij paaltje komt, willen ze eigen baas blijven.’

U werkte in de jaren tachtig bij Citibank. Gaan de problemen van de bank u extra aan het hart?

‘Natuurlijk. Helemaal vanwege de oorzaak: er zijn veel te grote risico’s genomen door de bank. Het risicomanagement is helemaal uit de hand gelopen. Daar heb ik altijd veel aandacht aan besteed.’

Had u dan weten te voorkomen dat de zaken zo uit de hand liepen?

‘Daarover durf ik geen uitspraak te doen, dat zou te makkelijk zijn. Het vlees is nu eenmaal zwak. Maar in mijn tijd bij Citibank vonden we het belangrijk te leren van het verleden: wat ging er fout bij een vorige crisis, hoe kunnen we dat nu tijdig signaleren? Dat gebeurt te weinig.’

Zou Citibank kunnen omvallen?

‘Nee, daar is geen sprake van. De kapitalisatie is veel beter dan in het verleden. Dankzij Basel II (de vermogenseisen waar banken aan moeten voldoen, red.) kunnen de banken makkelijker grote klappen opvangen. Bovendien maken ze elders nog steeds winst. Ik wil de problemen niet bagatelliseren, maar vergeet niet dat Citigroup in het afgelopen jaar gewoon winst heeft gemaakt. Ze schrijven zo’n 10 miljard dollar af, maar wel op een balanstotaal van 1.000 miljard.’

Moeten we ons zorgen maken over de staatsfondsen uit Azië en het Midden-Oosten, die de afgelopen maanden voor vele miljarden belangen hebben genomen in Europese en Amerikaanse banken?

‘Ik vind die staatsfondsen een logische ontwikkeling. Aziatische landen verkopen veel meer spullen aan ons dan omgekeerd. Daardoor bouwen ze financiële reserves op, die ze vervolgens willen investeren.

‘Je mag die staatsfondsen dankbaar zijn dat ze dat risicodragend kapitaal verschaffen aan de westerse banken. Ik denk dat hun motieven puur commercieel zijn. Je moet wel kijken of er geopolitieke doelen in het spel zijn, want het geld komt uit landen met autoritaire regimes. Zolang ze een belang van telkens 10 procent kopen in vijf banken maak ik me geen zorgen, wel als ze een meerderheidsbelang nemen in een bank. Ik was er zelf bij toen prins Alwaleed bin Talal van Saoedi-Arabië een groot belang nam in Citibank. Nooit heeft hij een zetel in het bestuur opgeëist.’

Oud-minister van Financien Onno Ruding. (Martijn Beekman - de Volkskrant)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden