Interview Jan Sijbrand

Bankenwaakhond Jan Sijbrand zwaait af met een waarschuwing voor drie pikzwarte wolken aan de horizon

Na zeven jaar in de vuurlinie stopt ’s lands bankenwaakhond ermee. Hoewel de Nederlandse banken volgens Jan Sijbrand veiliger zijn geworden, maakt de terugkerende beloningswoede hem ‘hoogst ongelukkig’.

Jan Sijbrand: ‘De bonusophef in 2018 is niet kleiner dan in 2015.’ Beeld Julius Schrank

Te midden van alle vrolijke felicitaties, hapjes, drankjes en loftuitingen van hoogwaardigheidsbekleders luidde Jan Sijbrand afgelopen week de alarmbel. De man die binnen De Nederlandsche Bank (DNB) sinds 2011 verantwoordelijk is geweest voor het toezicht op de banken en verzekeraars, greep zijn eigen afscheidsfeestje in de Amsterdamse Hermitage aan om te waarschuwen voor drie pikzwarte wolken aan de horizon.

Jan Sijbrand

Geboren 11 juli 1954

1981: promotie wiskunde Universiteit Utrecht

1981-1992: werkzaam voor Shell

1982-2011: bankier bij Rabobank, ABN Amro en NIBC

2011-2018: directeur toezicht bij DNB

Jan Sijbrand is getrouwd en heeft drie kinderen.

Gevaar nummer één: de hernieuwde populariteit van risicovolle hefboomfinancieringen – met forse schulden gefinancierde overnames, bijvoorbeeld door private-equityfirma’s. Ten tweede ziet Sijbrand nieuwe niches ontstaan op de financiële markten waarop amper toezicht is. En alsof dat nog niet somber genoeg is, signaleert hij als derde risico bij de rest van de sector toezichtmoeheid. Tien jaar na het uitbreken van de bankencrisis hebben bedrijven langzaam maar zeker hun buik vol van al die tijdrovende regels en controles. Dat kan soms best terecht zijn, maar historisch gezien is het een voorteken van financiële hoogmoed – en dus van een nieuwe crisis.

Zelf zal Sijbrand die ellende vanaf de tribune aanschouwen. Zijn termijn van zeven bewogen jaren als ’s lands belangrijkste bankenwaakhond zit erop. Nou ja, bijna dan. ‘Vrijdagmiddag moet ik nog van drie tot vijf een vergadering voorzitten’, vertelt hij in zijn werkkamer. Gniffelend: ‘Zelfs de laatste minuten worden er nog uitgewrongen.’

U was tientallen jaren bankier. Toen kwam u bij DNB en dreigde SNS Reaal om te vallen. Hoe voelt dat vervolgens, een bank nationaliseren?

‘Het is niet dat ik hier binnenkwam met het idee van: ‘Dát is nou het laatste in mijn carrière dat ik nog gedaan wil hebben’. Het was gewoon wat er op dat moment moest gebeuren. Voor de mensen in het land voelde dat heel naar. Wéér een redding van een bank. Als toezichthouders kijk je daar net iets anders naar. Wij dachten: goddank, dat is opgelost. Dat geeft een bevredigend gevoel. Je ziet zo’n probleem groter en groter worden. We hebben een jaar lang gepuzzeld op allerlei alternatieven, zoals een privaat reddingsplan. Uiteindelijk streep je alle opties af en blijft die ene over.’

Het SNS-debacle heeft de belastingbetaler in eerste instantie 3,7 miljard euro gekost. Heeft u spijt dat u niet al op uw eerste werkdag, op 1 juli 2011, SNS preventief heeft aangepakt? Dat had veel geld kunnen schelen.

‘Als toezichthouder kan ik niet zomaar over alle andere mogelijke oplossingen heenstappen. Ik blijf erbij dat dit vanuit toezicht bezien een goed afgelopen dossier is.’

Durft u te garanderen dat uw opvolger, Frank Elderson, de komende jaren geen banken meer hoeft te nationaliseren?

‘Ik kan het helaas niet uitsluiten. Maar de kans op een bankroet is wel heel klein gemaakt. Bedrijfsmodellen zijn eenvoudiger. De hoeveelheid eigen vermogen is veel hoger dan voor de crisis.’

De Bank voor Internationale Betalingen waarschuwde afgelopen weekeinde dat sommige Europese banken mogelijk sjoemelen met dat eigen vermogen. Aan het einde van het kwartaal, als het gemeten wordt, laten ze tijdelijk hun balans krimpen. Daardoor lijkt hun kapitaalratio hoger.

‘Dat hebben wij ook al een poos geleden waargenomen. Ik maak me hier niet al te veel zorgen over, maar het raakt aan een controverse over hoe je het risico van een bank moet meten. Met name academici en politici kijken graag naar de meest eenvoudige kapitaalratio: hoeveel eigen vermogen staat er tegenover de leningen van een bank? Daarbij maakt het niet uit of het om veilige hypotheken of uiterst risicovolle bedrijfskredieten gaat. Zelf kijk ik liever naar het zogenoemde risicogewogen kapitaal. Dat betekent dat hoe riskanter de leningen zijn van een bank, hoe meer eigen vermogen daar tegenover moet staan. En die maatstaf ziet er voor de Nederlandse banken prima uit.’

Desondanks lijkt niemand te geloven dat de banken in de toekomst helemaal zonder staatssteun kunnen. Premier Rutte noemde ze eerder dit jaar om die reden ‘semipubliek’.

‘Bij de volgende systeembank die in de problemen komt, zullen eerst de aandeelhouders en schuldeisers moeten betalen. Ik denk dat de banken door deze nieuwe spelregels veel minder publiek zijn dan voor de crisis. Maar ook hier geldt: never say never.’

Zolang de belastingbetaler kan opdraaien voor de schade, is het begrijpelijk dat mensen woedend zijn als een bank als ING de topman een loonsverhoging van 50 procent wil geven.

(Zucht) ‘Die terugkerende bonusophef maakt ons diep ongelukkig. Het drukt het vertrouwen in de bankensector. En het wordt ook niet minder! De ophef in 2018 is niet kleiner dan de verontwaardiging in 2015.’

De economen van het Sustainable Finance Lab wezen deze maand nog op een oplossing. Kritieke maatschappelijke functies, zoals het betalingsverkeer, moeten publiek verankerd zijn. Door zo’n scheiding kan de rest van de bank wél als een normaal bedrijf functioneren en risico’s nemen, zonder politieke bemoeienis.

‘Het idee is inderdaad logisch. De uitwerking blijkt daarentegen lastig. Dan krijg je enerzijds nieuwe banken met heel veel geld op betaal- en spaarrekeningen waar ze weinig mee kunnen doen. Anderzijds hebben de oude banken een financieringsprobleem. Het blijft een gok. Dan vertrouw ik er liever op dat de hogere kapitaalbuffers voor onze bestaande banken in de toekomst de juiste uitwerking hebben. En natuurlijk moeten ze provocaties vermijden. Dat is het recept.’

De banken hebben jaren de tijd gehad om dat te doen, en toch gaat het telkens weer mis.

‘Ze weten best hoe het moet. Maar af en toe maken ze een uitglijder.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.