Banken lenen aan regimes in Kaukasus

Door de financiering van een oliepijpleiding door de Kaukasus ondersteunen de Wereldbank en ABN AMRO corrupte regimes in de regio, vindt Paul de Clerck....

De Wereldbank heeft besloten om een omstreden oliepijpleiding te financieren, de Baku-Tiblisi-Ceyhan (BTC) pijpleiding. Het wordt een van de langste ter wereld en zal olie uit de Kaspische Zee naar de Middellandse Zee vervoeren.

De leiding heeft grote geostrategische waarde voor de VS en westerse oliemaatschappijen, want Rusland en het explosieve Midden-Oosten worden met deze route vermeden. Niettemin loopt de pijpleiding nog altijd door een politiek zeer instabiele omgeving. Zo doorkruist de pijpleiding Koerdisch gebied in Turkije, en er zijn al talloze berichten over schending van Koerdische eigendomsrechten bij de aanleg.

In Azerbeidzjan en Georgië werden onlangs verkiezingen gehouden. De presidenten van deze republieken, respectievelijk Aleijev en Sjevardnadze, zijn zwaar bekritiseerd omdat ze op grote schaal hebben gefraudeerd, hetgeen gepaard ging met het intimideren van de oppositie.

Ook de waarnemersmissie van de Organisatie voor Vrede en Samenwerking in Europa (OVSE) stelt dat de parlementsverkiezingen in beide landen oneerlijk zijn verlopen. OVSE-voorzitter De Hoop Scheffer heeft zijn verontrusting over de toestand in Azerbeidzjan aan de president overgebracht. Tegelijkertijd is er in New York een rechtzaak tegen Aleijev begonnen wegens corruptie bij de privatisering van de olieindustrie in zijn land. Volgens Transparency International staan Azerbeidzjan en Georgië in de top-10 van meest corrupte landen ter wereld.

Dit alles was geen aanleiding voor Ad Melkert, die Nederland bij de Wereldbank vertegenwoordigt, om het project voorlopig een halt toe te roepen. Door het financieren van dit soort grootschalige projecten wordt de zittende elite in die landen in het zadel gehouden. Het is daarom onbegrijpelijk dat De Hoop Scheffer en Agnes van Ardenne, minister voor Ontwikkelingssamenwerking, Melkert niet te kennen hebben gegeven dat hij tegen de financiering van de pijpleiding had moeten stemmen aangezien de regels van good governance op grote schaal geschonden worden.

Per slot wordt via de Wereldbank ook Nederlands belastinggeld ingezet om de aanleg mogelijk te maken. De Wereldbank heeft de middelen - dus de morele plicht - om een democratischer beleid te eisen voordat zij zulke projecten financiert. Maatschappelijke organisaties, waaronder Milieudefensie en het Wereldnatuurfonds, maar ook Amnesty International in Groot-Brittannië, hebben opgeroepen de pijpleiding in de huidige vorm niet te financieren. Want er kleven grote risico's aan.

Het project is bovendien in strijd met de sociale- en milieurichtlijnen van de Wereldbank. Allereerst heeft oliemaatschappij BP met de regeringen van de betrokken drie landen - Azerbeidzjan, Georgië en Turkije - afgesproken dat de pijpleiding alle sociale- en milieuwetten buiten spel zet. In Georgië wordt door de pijpleiding een belangrijk natuurreservaat en wingebied voor mineraalwater bedreigd. Dit mineraalwater vormt een van de belangrijkste exportbronnen van het land. Aanvankelijk had het Franse concern Danone interesse voor dit water, maar het besloot zich met de komst van de pijpleiding terug te trekken. De leiding loopt ook door een beschermd natuurgebied en is daarmee strijdig met de Georgische wet.

De Nederlandse MER-commissie, belast met het in kaart brengen van de milieu-effecten van grote projecten, heeft in opdracht van de Georgische overheid onderzoek gedaan naar de pijpleiding. Ze concludeert dat vanuit milieuperspectief de schadelijkste route is gekozen. Het gevaar van olielekkages is langs de hele route zeer groot, zowel door aardbevingen als door aanslagen.

In Turkije verliezen dertigduizend mensen hun landrechten en zal de zware bewaking van de pijpleiding tot grotere spanningen tussen Koerden en de Turkse regering leiden. Tenslotte steken de drie landen zich verder in de schulden, terwijl door de grote mate van corruptie de bevolking waarschijnlijk nauwelijks van de olie-inkomsten gaat profiteren.

Ook ABN AMRO is bij het project betrokken. Samen met drie andere banken zal ze leningen ter waarde van 1,2 miljard dollar verzorgen. De afgelopen jaren heeft de bank regelmatig gezegd dat ze verantwoord ondernemen hoog in haar vaandel heeft staan. Door in dit project te stappen draagt ABN AMRO bij aan het instandhouden van autoritaire en corrupte regimes, ten koste van de bevolking in de betreffende landen. De bank zet daarmee haar geloofwaardigheid op het spel.

De laatste jaren wordt steeds vaker de vraag gesteld of Nederlands ontwikkelingsgeld wel op de juiste plek terechtkomt en of het ook daadwerkelijk de armoede in ontwikkelingslanden helpt bestrijden. Van Ardenne wil het Nederlandse bedrijfsleven een grotere rol geven bij het bestrijden van armoede. Door financiering van de BTC-pijpleiding, met zowel publiek geld van de Wereldbank als privaat geld van ABN AMRO, zal het doel van armoedebestrijding zeker niet worden bereikt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden