Baas steunt langer doorwerken niet

Overheid en politiek vinden een hogere pensioenleeftijd wezenlijk, maar de meeste werkgevers vinden langer doorwerken niet belangrijk. Ze doen er althans bijna niets voor, blijkt uit onderzoek.

Bezoekers Inspiratieplusdagen voor 55-plussers in Utrecht. Foto ANP

Werkgevers doen veel te weinig om 55-plussers te ondersteunen en hen tot hun pensioen te laten doorwerken. De werkgevers vinden de doorwerkende oudere voor hun organisatie ook niet van belang. In de bouw, de schoonmaak, maar ook bij de overheid en in het onderwijs vindt slechts 17 procent van de bazen het belangrijk dat ouder personeel doorwerkt tot de pensioenleeftijd, terwijl 43 procent dat helemaal niet belangrijk vindt.

'Terwijl werknemers sinds 2013 langer moeten en ook zijn gaan werken, doen werkgevers er veel te weinig aan om hen daarbij te helpen', zegt Andries de Grip, hoogleraar scholing en arbeidsmarkt aan de Universiteit van Maastricht.

De Grip werkte mee aan een onderzoek van pensioenonderzoeksinstituut Netspar naar het personeelsbeleid van 1.400 werkgevers. Daaruit blijkt dat de meeste werkgevers vooral blijven steken in maatregelen om oudere werknemers te ontzien, zoals seniorendagen en het verlichten van taken. 'Zorgwekkend is dat wordt bezuinigd op personeelsbeleid dat juist tot hogere productiviteit en motivatie leidt, zoals training en scholing. Slechts 17 procent van de werkgevers heeft hiervoor aandacht, terwijl de helft zich nog richt op zogenoemde ontziemaatregelen.'

Het is nog maar tien jaar geleden dat 55-plussers die dreigden werkloos te worden of minder inzetbaar waren massaal met vroegpensioen gingen. Om AOW en pensioen betaalbaar te houden is het vroegpensioen in 2006 grotendeels afgeschaft en moet sinds 2013 langer worden doorgewerkt: tot 65 jaar en drie maanden nu tot 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. Vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Werkenden lijken zich in dit lot te schikken.

(Tekst gaat verder onder graphic).

Foto de Volkskrant

De gemiddelde pensioenleeftijd is in korte tijd aanzienlijk gestegen: van 61 jaar in 2007 tot 64,1 jaar in 2014, blijkt uit de recentste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Vorig jaar was voor het eerst meer dan de helft van de werknemers 65 jaar of ouder op het moment dat ze met pensioen gingen. Maar toch werken velen minder lang door dan nodig zou zijn om hun pensioen op peil te houden, blijkt uit het onderzoek.

Juist omdat het vroegpensioen is weggevallen, is het van groot belang dat werknemers voldoende productief kunnen blijven doorwerken tot hun pensioen. Maar daar laten veel werkgevers het afweten, stelt De Grip. Mede door de ontziemaatregelen hebben werkgevers een verkeerd beeld van oudere werknemers als te duur en te weinig productief. 'Maar als je naar de loonontwikkeling kijkt, zie je dat dit niet waar is', stelt De Grip. 'De meeste werknemers zitten op hun 45ste al aan de top van hun loonschaal en krijgen er daarna nauwelijks nog iets bij.'

'Minder productief'

Ook bij de veronderstelde afnemende productiviteit plaatsen de onderzoekers vraagtekens. 'Vakinhoudelijk zijn ouderen beter dan jongeren, maar als het gaat om snelheid en nieuwe technologieën doen jongeren het doorgaans beter. Door juist te investeren in scholing houden oudere werknemers hun competenties langer en beter op peil. Bovendien verhogen scholingsmogelijkheden motivatie en productiviteit van het personeel. Ook van de werknemers die er niet direct gebruik van maken.'

Werkgeversvereniging AWVN vindt de uitkomsten van het onderzoek 'herkenbaar'. 'In cao's worden zeker afspraken gemaakt over de duurzame inzetbaarheid van de medewerkers, maar het gaat ons te langzaam', zegt een woordvoerder. 'Ook als het om demotie gaat, kunnen nog stappen worden gezet. De werkloosheid onder ouderen is mede zo hoog doordat ze minder productief zijn.'

Meer over