Azië-crisis: eigen schuld dikke bult

Twee jaar geleden devalueerde de Thaise baht: het begin van een wereldwijde crisis. Was inderdaad het westerse 'flitskapitaal' de oorzaak?...

OP 2 JULI 1997 was de nachtmerrie van de Thaise automobilist voorbij. De beruchte spits van Bangkok was plotseling opgelost. Thaise burgers hoefden niet langer hun huis om twee uur 's nachts te verlaten om op tijd op hun werk te komen.

Sterker, van de ene dag op de andere konden vele Thais het autorijden geheel en al vergeten. Ze verloren hun baan en hun voertuig. De reden: de Thaise regering had de nationale munt, de baht, losgelaten. Het besluit bleek het startsein van de Aziëcrisis.

Deze schijnbaar onbelangrijke gebeurtenis trok de financiële wereld langdurig in een spiraal naar beneden. De devaluatie van de Thaise munt was als de vleugelslag van een vlinder die uiteindelijk door een kettingreactie een orkaan veroorzaakt op een ander continent.

Na Thailand raakte de hele regio besmet met het Aziëvirus. Het Aziatische groeiwonder kwam na decennia tot stilstand. Grote IMF-hulppakketten van tientallen miljarden dollars brachten geen soelaas. De roebelcrisis in Rusland volgde, die de paniek naar de westerse aandelenbeurzen verspreidde. De Braziliaanse sambacrisis van begin dit jaar geldt als de laatste opleving van de Aziëcrisis.

De storm is gaan liggen. De renteverhoging die Alan Greenspan, president van de Amerikaanse centrale bank, deze week bekend maakte, markeert het werkelijke einde van de Aziëcrisis. Vorig jaar verlaagde Greenspan de rente driemaal om de internationale crisis te bestrijden. Nu draait hij deze verlaging terug.

De Aziaten likken hun wonden. De Thaise economie is in 1998 met 8 procent gekrompen. De gemiddelde Thai zal zich afvragen wat hem is overkomen. Hij kan zijn kinderen niet meer naar school sturen. Hij is zijn auto kwijt en bovendien is zijn levensverwachting gedaald. 'Waarom werden de Aziatische landen zo zwaar gestraft voor zulke kleine vergrijpen?', vroeg de Wereldbank zich hardop af. Want op het oog leek er niet veel mis met het Aziatische groeiwonder van weleer.

Nu overzien de Aziaten de puinhopen en rijst de vraag wie er verantwoordelijk is. Wie heeft dit op zijn geweten? Veel waarnemers hebben met beschuldigende vinger gewezen naar buitenlandse investeerders en speculanten die roekeloos vele honderden miljarden guldens in Azië staken, maar vertrokken toen het hen te heet onder de voeten werd. De Aziëcrisis is veroorzaakt door het westerse 'flitskapitaal', was een veel gehoorde stelling.

'Niet waar', stelt Avinash Persaud, chefeconoom van State Street: 'Ik heb bewijs dat de westerse beleggers zijn gebleven.' Zijn bank beheert wereldwijd een totaal vermogen van meer dan tien biljoen gulden voor institutionele beleggers. Met dit enorme kapitaal, een 1 met 12 nullen, heeft State Street 12 procent van alle verhandelbare waardedragers, aandelen en obligaties, in de wereld in handen.

Persaud heeft naam gemaakt als chefeconoom bij de zakenbank JP Morgan. Sinds hij is overgestapt naar State Street heeft hij de beschikking over veel uitgebreidere beleggingsdata, met behulp waarvan hij de gebeurtenissen in 1997 nog eens tegen het licht hield. Zijn conclusie is dat buitenlandse investeerders Azië niet de rug toe hebben gekeerd.

Persaud: 'In het hele jaar 1997 ging er per saldo meer buitenlands geld naar Azië toe, dan dat er verdween. Alleen in het derde kwartaal, onmiddelijk na de devaluatie van de Thaise baht, was er een kleine uitstroom. Maar die werd alweer goed gemaakt door de kapitaalinstroom in het vierde kwartaal.'

Feit is dat de landen in Azië allen werden getroffen door een grote uitstroom van kapitaal. Maar wie verkocht er dan lokale valuta voor dollars? Het antwoord is heel simpel: de ingezetenen van de Aziatische landen zelf.

Persaud is stellig: 'Binnenlandse beleggers en bedrijven zochten een goed heenkomen. De kapitaaluitstroom kwam van binnen uit.'

Het waren rijke Aziaten die in paniek hun geld in veiligheid brachten en dollars kochten. Maar het waren vooral Aziatische bedrijven die in grote problemen verkeerden en niet anders konden dan de markt op te gaan voor dollars.

Deze bedrijven hadden geen keus. In de jaren voorafgaand aan de crisis leenden ze steeds meer in dollars. De reden was eenvoudig. Lenen in dollars was goedkoper dan lenen in de Thaise baht of in de Koreaanse won. Het enige risico was het wisselkoersrisico. Maar toen de Aziatische bomen tot in de hemel groeiden, leek de koppeling tussen de Aziatische munten en de Amerikaanse dollar zo vast als een huis.

Niemand verbood de Aziaten grote dollarbedragen te lenen. Het toezicht ontbrak. De dollars die de Aziaten leenden kwamen uit het buitenland, maar het waren langlopende leningen. Veel buitenlandse beleggers konden hun geld niets eens terughalen, zelfs als ze hadden gewild.

Toen het mis ging, ging het goed mis. De Thaise munt viel in enkele dagen meer dan 50 procent. De buitenlandse beleggers die probeerden weg te komen, leden meteen een zo groot verlies dat ze besloten om de storm uit te zitten. Een beursgezegde luidt: 'als je geschoren wordt, moet je stil blijven zitten'. En dat is precies wat zij deden.

Door de val van de Thaise munt kwamen bedrijven met dollarschulden in grote problemen. Deze schulden werden ineens een torenhoge last. Voor de Aziatische bedrijven bleef maar één optie open: dollars kopen, anders waren ze verloren. Ze moesten dollarbezittingen hebben tegenover de dollarschulden.

De Thais gingen op zoek naar dollars. Na de Thais volgden de Koreanen, de Maleisiërs, de Indonesiërs en andere Aziaten. Allemaal waren ze wanhopig op zoek naar dollars; de Aziatische munten devalueerden met vele tientallen procenten.

Paul Krugman, de toonaangevende internationale econoom, vergelijkt in zijn boek The return of depression economics, de Aziëcrisis met een stormloop op een bank. Als bepaalde banken dreigen om te vallen, nemen rekeninghouders van andere banken het zekere voor het onzekere. Ook zij halen hun geld massaal terug. Precies om deze reden garandeert de overheid van een ontwikkeld land dat iedere rekeninghouder zijn geld terugkrijgt tot een bepaald maximum. Een stormloop op een bank wordt zo voorkomen op kosten van de belastingbetaler.

Maar hoe voorkom je een stormloop op een land - zoals in Azië? Iedereen wisselde in Azië massaal lokale valuta in voor dollars. Krugman en andere wetenschappers zijn op zoek naar antwoorden om herhaling van zo'n allesverwoestende crisis als de Aziëcrisis te voorkomen.

Het voor de hand liggend antwoord is dat bedrijven en banken voortaan geen grote posities meer mogen innemen in andere valuta. Dat is echter te gemakkelijk. Volgens State Street-econoom Persaud stimuleerde het Aziatische wisselkoersbeleid bedrijven in dollars te lenen. De wisselkoers in praktisch alle landen werd kunstmatig op een laag niveau vastgehouden. Het was mogelijk beter geweest als de munten meteen waren losgelaten toen de eerste spanning ontstond. In dat geval was de Thaise baht tijdens het ontstaan van de economische luchtbel begin jaren negentig omhooggeschoten. Bij het teruglopen van de activiteit had de wisselkoers weer kunnen dalen.

Met zwevende wisselkoersen waren de wegen van Bangkok nooit zo volgelopen en was de verkeersdrukte binnen de perken gebleven. Misschien was de reusachtig drukke spits wel de beste indicator van de aanstaande problemen in Thailand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden