Automakers kleuren langzaam groen

Vandaag opent de autosalon in Genève zijn deuren; de groene autosalon, zoals de tweede autobeurs van Europa wel mag worden genoemd....

Want dat Toyota – al jaren milieukoploper met de knuffelhybride Prius – met een nieuwe reeks lichtere en krachtiger hybride-motoren komt, lag in de lijn der verwachting. Dat Ford ook de gezinsvoertuigen S-Max en de zakensloep Mondeo gaat uitrusten met flexifuel-biomotoren, is niet meer dan logisch. Ook de presentatie van Volkswagens ‘groene’ Passat en de aankondiging van een schonere 6-cilinder-dieselmotor voor de grootverbruiker Touareg, wekte nauwelijks verbazing.

En zelfs de belofte van BMW om al volgend jaar eenderde van de modellen te voorzien van motoren die minder dan 140 gram CO2 per kilometer uitstoten, werd zonder oprechte verbazing aangehoord.

Maar als nota bene Porsche aankondigt dat er nog voor het eind van het decennium een hybride-Porsche Cayenne in de showroom staat, dan blijkt wel dat de boodschap van Al Gore en andere milieuprofeten is aangekomen in Tokio, Detroit, Stuttgart en Wolfsburg. Als Porsche – uitgerekend de fabrikant van auto’s die vooral voor de fun worden gekocht – ook al gelooft in de verbrandingsmotor in combinatie met een elektro-aandrijving, wie zou dan nog de voorkeur van het grote publiek willen negeren?

Het laat ook goed zien dat de overstap van krachtpatsers, sportiviteit, veel pk’s en stoere modellen naar licht, groen en zuinig een kwestie is van erg lange adem. Want is BMW niet al ruim tien jaar bezig met waterstofmotoren? Is de Toyota Prius dit jaar niet al tien jaar op de markt? En wees de Club van Rome niet al in 1972 op de grenzen van de groei?

Voordat de mammoettanker van de auto-industrie is gekeerd, gaan vele jaren voorbij. Niet in de laatste plaats omdat ook het publiek lange tijd geen opvallende behoefte had aan zuinige auto’s. Zelfs het succesvolle Toyota (9,3 miljoen auto’s), met de merken Lexus en Daihatsu, verkocht het afgelopen jaar maar 5 procent van de auto’s in een hybride-uitvoering.

Gewone niet-groene auto’s blijven ook de aandacht trekken. Naast alle groene beloften worden in Genève evenzogoed weer verse brandstofslurpers gepresenteerd: Citroën en Peugeot tonen trots hun gezamenlijke luxeterreinwagen: de C-Crosser/4007, Volvo komt met een grote vierwielaangedreven XC70 en Maserati showt een nieuwe coupé met een zware 4,2 liter V8-motor die alle beperkingen van de CO2-emissie lijkt te tarten.

Maar het aankondigen van een hybride-model is één ding, het daadwerkelijk produceren van een heel nieuw ontwerp is niet alleen kostbaar – 1 miljard dollar is een populair bedrag in de vakbladen – maar ook een kwestie van jarenlang sleutelen. Vandaar dat veel fabrikanten zich op de autobeurs beperken tot zogenoemde concept cars; de bordkartonnen mannequins van de auto-industrie. De modellen worden aangeduid als denkrichtingen voor de ontwerpers, bedoeld om reacties van pers en publiek op te vangen.

Zo sluw, zo strak en zo ongepolijst als ze op het podium staan, komen ze nooit op de weg.

En of ze tegen die tijd inderdaad zijn voorzien van een hybride-aandrijving? Niemand kan het voorspellen, want de voorkeuren van het publiek veranderen inmiddels veel sneller dan de auto-industrie het stuur kan omgooien.

De Toyota Hybrid X, een studiemodel van het Japanse merk, bekend van de schone Prius. Veel Europese fabrikanten studeren nog op de techniek van hybride auto's. (EPA)Beeld EPA
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden