Armoede in Nederland daalt, langdurige armoede stijgt

Het aantal huishoudens met een laag inkomen gaat dit en volgend jaar licht dalen. Steeds meer gezinnen moeten echter langdurig met zeer weinig inkomen zien rond te komen. De kans op armoede is het grootst in Amsterdam en Rotterdam. Maar bijna nergens in de EU is het risico op armoede zo klein als in Nederland.

Door aanhoudende armoede zal er naar verwacht ook een groter beroep worden gedaan op de voedselbank Beeld ANP

Dat zijn enkele conclusies uit de jaarlijkse Armoedemonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In het vandaag verschenen rapport Armoede en sociale uitsluiting 2015 constateert het CBS ook dat het aantal kinderen dat opgroeit in een huishouden met een langdurig laag inkomen toeneemt.

Onder het subjectieve begrip armoede in Nederland verstaat het CBS feitelijk inkomensarmoede: het inkomen is niet voldoende om een noodzakelijke consumptiebehoeften te voldoen. Het CBS stelt dat inkomensminimum voor een alleenstaande op 1.020 euro per maand en voor een echtpaar met twee kinderen op 1.920 euro. Meestal komt dat inkomen uit een bijstands-, of AOW-uitkering.

Van de ruim 7 miljoen huishoudens hadden vorig jaar 734 duizend, ruim 10 procent, zo'n inkomen. In 2013 was dat aantal iets lager. Het CBS kijkt altijd terug en laat de voorspellingen aan het Centraal Planbureau (CPB), de economisch adviseur van het kabinet. Omdat het CPB voorspelt dat dit en volgend jaar het aantal huishoudens met een laag inkomen voorzichtig lager zal zijn, blijkt 2014 het jaar waarin armoede deze eeuw stabiliseert. Eind vorige eeuw was het percentage hoger: 12 procent.

Kansen

Volgens Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het CBS, komt de stabilisatie door het herstel van de economie. 'Dat de daling van de armoede in 2015 en 2016 nog bescheiden is, komt doordat het herstel op de arbeidsmarkt nog beperkt blijft. Bovendien zijn mensen met een laag inkomen relatief vaak laagopgeleid. Voor laagopgeleiden zijn de kansen op de arbeidsmarkt slechter dan voor mensen met meer opleiding.'

Moeten rondkomen met een laag inkomen wordt wel steeds hardnekkiger, constateert Van Mulligen. 'Het aandeel huishoudens met een langdurig laag inkomen is in 2014 wel sterk gestegen.' Langdurig is voor het CBS minstens vier jaar en dat geldt voor eenderde van de gezinnen met een laag inkomen. Dat aantal is de afgelopen jaren van economische crisis sterk gestegen. 'Ze zijn hier dus (nog) niet uitgekomen', stelt het CBS.

Participeren

Het grootste risico op armoede lopen 'niet-westerse huishoudens' en eenoudergezinnen met minderjarige kinderen. Bij de eerste is de kans op moeten rondkomen van een laag inkomen zes keer zo groot als bij autochtone Nederlanders. Vooral gezinnen van Marokkaanse herkomst lopen een groot risico. Het CBS heeft becijferd dat 4,5 procent van alle minderjarige kinderen in Nederland in een gezin leeft dat minstens vier jaar met een laag inkomen moet rondkomen.

De statistici hebben zich ook gewaagd aan het onderzoeken van specifieke kenmerken van de laagste inkomensgroepen. 'Maar causale verbanden met laag inkomen zijn niet zomaar vast te stellen.' Ze hebben vaker te maken met sociale problemen en participeren minder in de samenleving. In verhouding met hogere inkomensgroepen worden ze vaker verdacht van een misdrijf. De gezondheid is minder goed door een ongezonde leefstijl die vaker leidt tot ernstig overgewicht en een lagere levensverwachting.

Een werkzoekende bekijkt de vacatures in een vestiging van UWV Werkbedrijf in Rotterdam, waar veel mensen wonen met een laag inkomen. Beeld ANP

Maatstaf

Rotterdam en Amsterdam staan op plek 1 en 2 in de ranglijst van gemeenten met het hoogste risico op (langdurige) armoede. Bijna één op de vijf Rotterdamse en Amsterdamse huishoudens moet rondkomen met een laag inkomen. Groningen en Den Haag completeren de top-4. Utrecht ontbreekt als enige van de vier grote steden in de top 10, daar heeft 1 op de 8 huishoudens een laag inkomen. Dat is minder dan in de andere grote steden, zegt het CBS, omdat in Utrecht 'betrekkelijk weinig niet-westerse allochtonen wonen'.

Vergeleken met andere EU-landen is in Nederland het risico op armoede of sociale uitsluiting gering. Alleen in Tsjechië is dat risico nog kleiner. Volgens de Europese maatstaf loopt iemand dat risico als het inkomen van het huishouden waar hij deel van uitmaakt, lager is dan 60 procent van het doorsnee inkomen in dat land. In de EU loopt een kwart van de inwoners een armoederisico, dat zijn 122 miljoen mensen. In Nederland geldt het voor 16,5 procent van de bevolking, circa 2,8 miljoen inwoners. Vooral door de economische crisis die in 2008 begon, is het risico op armoede en sociale uitsluiting in Europa sterk toegenomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.