Armen schieten er niets mee op als het rijken goed gaat

Een studie van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft een nieuwe bres geschoten in de trickle down-theorie, het idee dat als het de rijken goed gaat, de welvaart vanzelf omlaag sijpelt naar de rest van de maatschappij. Stijgende inkomensongelijkheid heeft een negatief effect op de economische groei, terwijl meer gelijkheid de groei juist omhoog stuwt.

Daklozen slapen bij een advertentie in New Delhi. Beeld epa

Dat concluderen IMF-onderzoekers in een dinsdag gepresenteerde studie naar 159 economieën in de periode 1980 tot 2012. De economische groei blijkt te dalen als de rijkste 20 procent zijn aandeel in de totale inkomens ziet stijgen. De groei stijgt daarentegen als de armste 20 procent een groter stuk van de taart krijgt.

'Als het inkomensaandeel van de rijkste 20 procent met 1 procentpunt toeneemt', schrijven de IMF-onderzoekers in Causes and Consequences of Income Inequality, 'is de groei van het bbp in de daaropvolgende vijf jaar 0,08 procent lager.' Dit duidt erop dat de inkomensstijging van de rijken 'niet naar beneden sijpelt'. 'Eenzelfde stijging van het inkomensaandeel van de onderste (oftewel: armste) 20 procent gaat daarentegen samen met een 0,38 procentpunt hogere groei.' De economie groeit niet alleen als de onderste 20 procent het beter krijgt, maar ook als de twee kwintielen daarboven (oftewel: de middenklasse) hun aandeel in de totale inkomens zien stijgen.

'Stijgende ongelijkheid heeft belangrijke gevolgen voor de groei en de macro-economische stabiliteit', concludeert de IMF-studie. Het vergroot het risico op crises en kan ertoe leiden dat de politieke macht in handen raakt van een steeds kleinere groep mensen.

Kinderen uit arme gezinnen

Een van de mogelijke verklaringen waarom ongelijkheid tot lagere groei leidt, is dat er minder geld wordt gestoken in de opleiding van kinderen uit arme gezinnen. Deze kinderen gaan daardoor naar slechtere scholen, maken minder kans om later naar de universiteit te gaan en halen dus niet alles uit hun potentieel. Dat heeft weer een negatief effect op de productiviteit van de economie, zoals de IMF-onderzoekers in navolging van de Amerikaanse econoom Joseph Stiglitz opperen. Uit ander onderzoek blijkt bovendien dat hogere inkomensongelijkheid resulteert in een lagere vraag naar goederen en diensten.

Naar schatting de helft van de rijkdom in de wereld is nu in handen van de rijkste 1 procent van de bevolking, aldus het IMF. In Europa en de Verenigde Staten is het aandeel van de rijkste 1 procent in de totale welvaart de afgelopen decennia gestegen, terwijl het aandeel van de 'armste' 90 procent kromp. In Europa bezat de rijkste 1 procent in 1980 eenvijfde van alle welvaart, in 2010 was dat gestegen naar een kwart. Het aandeel van de onderste negentiende van de bevolking nam af van 40 procent naar 35 procent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden