Arme boeren best geholpen door regionale zaadbedrijven

Goede zaden zijn essentieel voor boeren in ontwikkelingslanden. De Access to Seeds Index meet welke zaadbedrijven daaraan bijdragen.

Een Indonesische boer plant rubberzaad.Beeld anp

Boeren in arme landen hebben meer aan bedrijven in hun eigen regio's dan aan multinationals om aan kwalitatief goede zaden te komen. Dat blijkt uit de eerste Access to Seeds Index, die vandaag uitkomt.

Het van oorsprong Nederlandse groentezaadbedrijf East-West Seed doet het meest zijn best om groentezaden te maken voor kleinschalige boeren in ontwikkelingslanden. Multinationals als Dow en Monsanto doen veel minder voor arme boeren.

1,5 miljoen euro

Van de multinationals staat het Amerikaanse DuPont Pioneer boven aan de index voor akkerbouwgewassen. De index vergelijkt de inspanningen van zaadbedrijven om arme boeren te bereiken met voor hen geschikte rassen. De ranglijst is een Nederlands initiatief met financiering van de Nederlandse overheid en de Bill&Melinda Gates Foundation, elk met 1,5 miljoen euro.

De toegang tot zaden is van groot belang om de voedselvoorziening te verbeteren. Kleinschalige boeren in ontwikkelingslanden kunnen hun opbrengst namelijk verdrievoudigen als ze betere zaden gebruiken. Lokale boeren missen niet alleen het geld om de zaden te kopen, maar ook de kennis om de zaden goed te gebruiken en de oogst met winst te verkopen. Met betere informatie valt dat te verbeteren. Sommige bedrijven trainen boeren om zo een nieuwe afzetmarkt te creeeren voor hun zaden.

Lokale markt

Op dit moment kopen boeren meer dan de helft van hun zaden op de lokale informele markt en maar 2,4 procent van commerciële bedrijven. In Afrika bereiken vooral de kleinere regionale zaadbedrijven veel boeren omdat ze een groter distributienetwerk hebben dan de multinationals. Ook veredelen deze bedrijven specifieke lokale gewassen gericht op arme boeren.

De toegang tot zaden is vooral een kwestie van geld. Het veredelen van gewassen is duur en in de westerse wereld kunnen multinationals veel meer geld verdienen aan hun producten, zodat bedrijven maar weinig rassen veredelen voor de markt in ontwikkelingslanden. Maar er is sprake van gestage verbetering, stelt Ido Verhagen, directeur van de Access to Seeds Index Foundation die de afgelopen jaren de index opstelde: 'Deze bedrijven nemen toegang tot zaden voor arme boeren serieus en zien het als een kans in een groeimarkt van 500 miljoen boeren. Maar ze kunnen ook nog veel verbeteren.'

Bedrijven die minder hoog scoren in de index zien activiteiten in ontwikkelingslanden meer als liefdadigheid, volgens Verhagen. DuPont Pioneer, in omzet nummer twee in de wereld na Monsanto, staat boven aan de index omdat het bedrijf gewassen veredelt met eigenschappen die voor kleine boeren interessant zijn, zoals droogteresistentie, of tolerantie voor zout water.

Zaadtechnologie van belang

'Wij geloven in kleinschalige boeren', zegt József Máté, woordvoerder van DuPont Pioneer in Europa. 'Zij hebben een vitale rol in de mondiale voedselzekerheid en kunnen verandering tot stand brengen. Kwaliteitszaad en andere stimulansen moeten toegankelijk zijn voor boeren.' Zaadtechnologie blijft daarvoor van kritiek belang, zegt hij. Het bedrijf wil in 2020 drie miljoen boeren helpen hun inkomen te verbeteren met wetenschappelijke innovaties voor beter zaaigoed.

Naast een ranglijst van grote multinationals voor akkerbouwgewassen zoals mais of rijst, zijn er twee aparte lijsten van groentezaadbedrijven en bedrijven actief in Oost-Afrika. Op beide staat East-West Seed, een van oorsprong Nederlands bedrijf bovenaan. Het bedrijf verkoopt zijn zaden in aangepaste kleine zakjes die betaalbaar zijn voor de kleine boer en het geeft informatie in de lokale taal en met pictogrammen, zodat ook analfabeten het begrijpen.

Verhagen: 'East-West Seed richt zich al dertig jaar op kleine boeren. Sommige bedrijven zeggen dat het niet hun taak is boeren te trainen in het gebruik van zaden, maar voor East-West is het een essentieel onderdeel van het bedrijf.' Ook de Nederlandse bedrijven Rijk Zwaan en Bejo Zaden doen relatief veel onderzoek gericht op kleine boeren in ontwikkelingslanden.

Training van boeren

De Access to Seeds Index meet en vergelijkt hoe bedrijven de toegang tot zaad voor kleine boeren vergroten. Er is gekeken naar het beleid dat de bedrijven op papier voeren en de doelen die ze stellen, maar ook naar wat ze in praktijk doen. Dan betreft veredeling van aangepaste rassen, marketing en distributie van zaden, en daarnaast ook training van boeren de zaden op de goede manier te gebruiken.

Data voor de index zijn gehaald uit jaarverslagen en websites van bedrijven, en uit een enquête gericht aan de bedrijven. Zes van de dertien multinationals wilden niet deelnemen aan de enquête. Bedrijven in Oost-Afrika beantwoordden wel in grote meerderheid de enquêtevragen.

Voor boeren betekent toegang tot zaad niet alleen dat het voor een betaalbare prijs te koop is in lokale winkeltjes in afgelegen dorpjes. De gewassen moeten ook passen in hun bedrijf en boeren moeten weten hoe ze die moeten telen om er winst mee te maken. Dat bleek uit bijeenkomsten die de onderzoekers van de Access to Seeds Index hielden met boeren in Ethiopië.

Ook de autonomie van de boer is belangrijk. Dat laatste gaat over de mate waarin bedrijven toestaan dat boeren hun zaden het jaar erop hergebruiken, ondanks de patenten of kwekersrechten die het bedrijf op de zaden heeft.

Coosje Hoogendoorn, verantwoordelijk voor het onderzoek van de index: 'Dit aspect is bij veel bedrijven onderontwikkeld. Sommige staan in niet-westerse markten hergebruik toe, anderen zeggen er niks over.'

De discussie van feiten voorzien

Monsanto, op nummer vier in de Index, kreeg net als veel andere zaadmultinationals onder andere om deze reden veel kritiek van ontwikkelingsorganisaties en de milieubeweging. Verhagen: 'Ik kijk uit naar de reacties, ook naar kritische. Doel van deze index is de discussie van feiten te voorzien.'

Bedrijven doen er verstandig aan zich te richten op 'de groeimarkt van de kleinschalige boer', zegt Verhagen. Dat doen ze het best door die kleine boer, vaak vrouw, niet alleen als klant te zien maar haar een rol te geven in veredeling en productie van zaad.

Coosje Hoogendoorn: 'Syngenta en East-West Seed gebruiken de feedback van boeren. Dat is innovatief en zou door andere bedrijven gevolgd moeten worden.' Over twee jaar worden bedrijven opnieuw langs de meetlat gelegd en komt er een nieuwe Access to Seeds Index uit.

Tropische groenten met Nederlandse wortels

Het relatief kleine Thaise bedrijf East-West Seed, omzet 120 miljoen euro, veredelt tropische groenten voor met name de Aziatische markt en heeft een Nederlands management. Het bedrijf, met vierduizend medewerkers, is marktleider in tropische groenten in Indonesië, Filipijnen, Thailand, Sri Lanka en Birma, maar is ook actief elders in Azië, Latijns-Amerika en Afrika.

Oprichter Simon Groot werkte in Nederland als zaadboer van de zesde generatie, toen hij in 1982 besloot een nieuw veredelingsbedrijf te beginnen van tropische groentezaden. Het duurde zeker tien jaar voordat de eerste investering iets ging opleveren, zegt de vertegenwoordiger van het bedrijf in Nederland, Maaike Groot, dochter van Simon Groot. Het eerste succes was een bittere komkommer die veel wordt gebruikt in de Aziatische keuken.

Waarom ziet East-West Seed wel brood in het veredelen voor arme boeren, waar andere bedrijven huiverig zijn? Maaike Groot: 'We hebben een voorsprong in deze markt omdat we destijds gekozen hebben naar Azië toe te gaan en ter plekke te gaan veredelen. Toen mijn vader dat 34 jaar geleden deed, werd hij voor gek verklaard. Maar inmiddels bereiken we miljoenen boeren. Elke verkoop heeft een kleine marge, maar het zijn wel heel veel klanten.' Groot verwacht nog meer klanten in de toekomst, door de bevolkingsaanwas en de economische groei in veel ontwikkelingslanden.

Beeld .
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden