Analyse

Antiek stukje 'auteursrecht' eindelijk ten grave

Het Amsterdamse hof doet morgen uitspraak in een bodemprocedure over het vrije gebruik van programmagegevens. Daarmee komt waarschijnlijk een definitief einde aan de 80-jarige oorlog tussen publieke omroep en pers.

Beeld anp

Auteursrecht moet er zijn voor auteurs: voor creatieve mensen. Dat idee kreeg zo'n 140 jaar geleden in West-Europa voet aan de grond. Oudere beschermingsvormen waren georiënteerd op drukkers. Een drukpers kostte een vermogen. Dat leidde eerst tot drukmonopolies die per boek werden verleend en na de Franse revolutie tot drukkersbescherming voor al het drukwerk. Auteurs konden indirect een beetje van meeprofiteren van deze zogenoemde geschriftenbescherming.

Een auteursrechtelijke revolutie rond 1885 leidde tot een auteursrecht voor de creatieve auteurs. In een polderland als Nederland krijg je dat makkelijker voor elkaar als je uitgevers hun rechten op niet-creatief drukwerk laat behouden - daar hebben creatieve auteurs ook weinig last van. Zo hield Nederland tot 2014 een oneigenlijk 'auteursrecht' op niet-creatieve zaken als scheepsberichten en wedstrijdschema's. Ook de gegevens in telefoongidsen en de uitzendschema's van radio- en televisieprogramma's vielen daaronder.

Tussen informatievrijheid en auteursrecht bestaat een ongemakkelijke verhouding. Het helpt dat auteursrecht alleen de creatieve vormgeving van feitelijke informatie beschermt, en niet die informatie zelf. Maat dat laatste deed de geschriftenbescherming nu juist wel. Je kan je achteraf afvragen hoe het mogelijk is dat dit informatierechtelijke onding tot 2015 heeft kunnen overleven. Dat is vooral te wijten aan staatsinstellingen: de voormalige PTT (voor telefoongidsen) en de publieke omroep, die bescherming claimde voor zijn programmalijstjes. Al in de jaren dertig van de vorige eeuw werd er over geprocedeerd. Er zouden honderden procedures volgen, tot in 2014.

De gretigheid van de omroepen werd op haar beurt gevoed door de bedenkers van het naoorlogse publieke omroepbestel, waarbij ledentallen de hoeveelheid zendtijd bepalen. Hoe kregen omroepen leden? Vooral met een leuk omroepblad. Om hun zendtijd zeker te stellen, moesten gewone uitgevers van weekbladen buiten de deur worden gehouden.

Over wekelijkse tv-programma's in weekblad TeleVizier werd in de jaren '60 lang geprocedeerd.

Omroepbladenmonopolie

Toen de Hoge Raad in de jaren zestig de geschriftenbescherming van de omroepen beperkte (Televizier-zaken), schoot de politiek de omroepen te hulp door de bescherming via de Mediawet weer te versterken. Diverse aanvallen op het omroepbladenmonopolie via het Europese Mensenverdrag en via het Europese mededingingsrecht hadden soms even succes, maar haalden het uiteindelijk niet.

Er was toegespitste Europese wetgeving nodig om van de oneigenlijke bescherming van feiten en feitjes af te komen. Een databankenrichtlijn uit 1996 zorgde voor bescherming van databanken. Maar het moest voortaan wel om een 'creatieve' verzameling gaan, óf er moest substantieel in zijn geïnvesteerd. Al vrij snel besliste het Europese Hof in Luxemburg dat investeringen in productieprocessen of in dienstverlening zélf - bijvoorbeeld de organisatie van paardenraces en wedsystemen - niét mogen meetellen voor de daarvan afgeleide drukwerkjes of internetinformatie. En een richtlijn uit 2001 sloot nog eens de auteursrechtelijke bescherming van niet-creatieve informatie uit.

Terwijl de omroepen bij de rechtbank en het hof in Amsterdam in 2014 nog door pruttelden (tegen weekprogramma's van De Telegraaf), viel in Nederland de definitieve rechterlijke valbijl dit jaar in een merkwaardig proces tussen Ryanair en onlinereisbureau PR Aviation. Ryanair heeft al zijn vlucht- en prijsgegevens online, maar wil liever dat consumenten rechtstreeks bij het bedrijf boeken en niet via een (internet) tussenpersoon. Ryanair vocht dit uit met PR Aviation. Ryanair verloor bij de Hoge Raad het beroep op geschriftenbescherming. In zijn dienstregeling en boekingssysteem mocht dan substantieel zijn geïnvesteerd, maar niét in dat wat een consument of een reisbureau daarvan op internet ziet.

De programmering door de omroepen is ook een soort dienstregeling. Daarvoor geldt hetzelfde, aldus het Amsterdamse hof deze zomer.

De oeroude geschriftenbescherming is dit jaar dus overleden. Ze kreeg nog een officiële staatsbegrafenis op 31 december 2014, om 24.00 uur. Hoewel de rechters al duidelijk hebben gesproken, wilde staatssecretaris Teeven van Justitie het met een wetswijziging bevestigen (grafsteen: Staatsblad 2014, 437).

Feer Verkade was advocaat-generaal bij de Hoge Raad. Hij analyseert juridische kwesties voor de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden