Anorexiakwaal versus financiële boulimia

Snijden, schaven, saneren, afslanken: ondernemingen krijgen geen genoeg van reorganiseren, bleek ook de afgelopen week weer in deze krant. Maandag: 'Shell wil opnieuw vele banen gaan schrappen'....

Bart Dirks

Ach gut, arme bedrijfjes, zal Arjan van Witteloostuijn cynisch gedacht hebben: in een ultieme poging een faillissement af te wenden, zetten deze kwijnende ondernemingen een groep mensen op straat.

Van Witteloostuijn, hoogleraar bedrijfseconomie en bedrijfskunde in Groningen, fulmineert in zijn nieuwste boek De anorexiastrategie tegen het hardnekkige reorganisatievirus. 'Opvallend is dat menig saneerder in blakende gezondheid verkeerde op het moment dat het slagersmes werd ingezet.' Saneren is nu eenmaal verslavend. Leidt een reorganisatie niet tot het gewenste resultaat, dan volgt prompt de volgende reorganisatie. Saneren, betoogt Van Witteloostuijn, neemt de symptomen van anorexia aan en heeft werknemers én managers tot een bedreigde diersoort gemaakt.

Kennelijk kon de auteur niet kiezen welke ondertitel hij zijn boek wilde meegeven, dus heeft het er twee. Op de voorpagina luidt die Over de gevolgen van saneren, op de binnenzijde van de omslag staat De ondergang van het poldermodel en de opmars van het aandeelhouderkapitalisme. Een kritische analyse.

Kritisch is zijn analyse van het ziektebeeld anorexia zeker. Van Witteloostuijn, al getooid met de geuzentitel 'Robin Hood van het Nederlandse bedrijfsleven', keert zich tegen het machomanagement dat verslaafd is aan reorganiseren. De grote Nederlandse bedrijven hebben het trucje afgekeken van bedrijven in de Verenigde Staten. Maar de 'beroemde saneerders' van Nederland, ABN Amro, KLM, 'afslankpionier' Philips, Unilever en Shell ('het zieligste jongetje uit de klas der mammoetsaneerders'), moeten zich niet aanstellen, aldus de hoogleraar, want de bedrijfsresultaten verbeteren nog altijd in een ongekend tempo. Dan maar een beetje minder winst, in ruil voor een socialer personeelsbeleid.

Kwalijker is het dat de anorexiakwaal in termen van aantallen werknemers verborgen gaat achter financiële boulimia. Geld hebben de snijdende ondernemingen genoeg, maar ze potten het liever op dan dat ze het uitgeven. Zo voorkomen ze dat ze snel tot externe financiering moeten overgaan. 'Kortom, in het Nederlandse bedrijfsleven is voorzichtigheid troef', schampert Van Witteloostuijn. Met als gevolg dat een onderneming als Unilever miljarden aan superdividend teruggeeft aan zijn aandeelhouders.

Het gevolg is onder andere dat steeds meer vaste personeelsleden worden verruild voor uitzend- en deeltijdwerkers - marginale banen, wat Van Witteloostuijn betreft, die ook weer zo worden geschrapt als dat beter uitkomt. Helaas is het midden- en kleinbedrijf niet de grote banenmachine waar iedereen het MKB voor houdt en kent Nederland evenmin een 'Sillicon Valley' dat als banenmotor fungeert.

Effectief is de saneerwoede niet, hoe mooi aankondigingen van reorganisaties de cijfers ook kunnen oppoetsen en hoe goed het ook (eventjes) is voor de beurskoersen. Op langere termijn, zo moeten bedrijvendokters en managementgoeroes steeds vaker bekennen, werkt de uitholling van het personeelsbestand averechts. Bij de overgebleven werknemers nemen werkdruk en onzekerheid toe, terwijl de creativiteit en motivatie dalen. De relatie tussen het topmanagement enerzijds en de vakbonden en ondernemingsraad anderzijds verslechtert en het personeel op de werkvloer begint te morren. Het harmoniemodel wordt verdrongen door een conflictvariant, zowel op micro- als macroschaal.

In De anorexiastrategie maakt Van Witteloostuijn een uitvoerige anayse om te achterhalen 'hoe het zo ver is kunnen komen'. Kort en goed gezegd is de hoofdschuldige van dit alles de beurshandel, 'de legale variant van het piramidespel', die zich laat leiden door 'Angelsaksische kortzichtigheid'. Het kortetermijn-rendement, het aandeelhouderskapitalisme, heeft het bedrijfsleven in zijn greep en brengt het poldermodel om zeep. Voor wat dat poldermodel overigens waard is, voegt de bedrijfseconoom daaraan toe, want het vertoont het zelfde ziektebeeld als de andere westerse economieën. Anorexia dus.

In het laatste deel van zijn boek stelt Van Witteloostuijn vijftien remedies voor die ondernemingen van de anorexiakwaal moeten genezen. Het harmoniemodel van onder andere de Nederlandse en Duitse economie moet worden verfijnd of bijgesteld, en zich niet langer richten op het Amerikaanse conflictmodel: vermijd een kortademige jacht op voortdurend hogere rendementen, maar kijk naar de lange termijn, zet geen flexibel personeel met tijdelijke of inhuurcontracten in voor permanente bezigheden, geef iedereen aandelen van het bedrijf waarin hij of zij werkt.

En natuurlijk moet saneren geen automatisme zijn dat bij het eerste briesje tegenwind in stelling wordt gebracht. 'Saneren in goede winsttijden is uit den boze. Saneren in slechte tijden moet met man en macht worden vermeden.' Wie toch personeel dumpt, moet twee jaar lang de werkloosheidsuitkeringen bekostigen. Dan bedenkt een onderneming zich wel twee keer voor een volgende ontslagronde in gang wordt ingezet.

Bij heel wat werkgevers zullen van de eerste tot de laatste pagina de nekharen recht overeind staan en dat maakt De anorexiastrategie juist zo aangenaam om te lezen. Van Witteloostuijn is een onderhoudend schrijver die de polemiek en een snufje demagogie niet schuwt, gehakt maakt van managementtheorieën en de mythes doorprikt rondom informatisering en internationalisering. Tegelijk levert hij een schat aan overtuigend cijfermateriaal. Hij is, bekent hij zelf, een dromer die wellicht tegen beter weten in gelooft in de maakbaarheid van de samenleving. Of zijn voorstellen het in de praktijk ooit halen, is de vraag.

Het ongemakkelijke van het boek is de timing. De arbeidsmarkt raakt steeds oververhitter, personeel is in vrijwel elke sector schaars. Een werknemer die bij een saneerronde wordt ontslagen, is niet gedoemd jarenlang thuis te zitten. Natuurlijk staan er zo'n anderhalf miljoen mensen 'aan de kant', maar in de praktijk blijkt de 'stille arbeidsreserve' nauwelijks in te schakelen.

De lezer van De anorexiastrategie moet zeker ook de noten van het boek doorkijken, want die zijn soms minstens zo onderhoudend als de vijftien hoofdstukken zelf. In de laatste noot van het laatste hoofdstuk vraagt Van Witteloostuijn of het de lezer is opgevallen dat hij 'bij wijze van experiment' nergens het woordje 'er' heeft gebruikt. Eerder had hij al toegelicht waarom een knipsel plotseling niet uit NRC Handelsblad is geknipt, maar uit Trouw: een weekendje bij (schoon)ouders. En als Van Witteloostuijn van een geciteerde auteur de voornaam niet kan achterhalen, bedenkt hij er zelf een.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden