DE ONDERNEMINGYAGHUBI ORIENT CARPETS

Anderhalf miljoen knoopjes per vierkante meter

Bijna was Reza Yaghubi computerprogrammeur geworden. Maar uiteindelijk vestigde de Iraanse vluchteling zich als tapijtenboer in Amersfoort. Hij heeft geen dag spijt gehad: Perzische tapijten zijn een kunstgenre op zich. 

Reza Yaghubi, de eigenaar van Yaghubi Orient Carpets.Beeld Sabine van Wechem

Het is dat Reza Yaghubi niet gelovig is, anders had hij die oudjaarsdag van 1985 een schietgebedje gedaan toen de mededeling van de gezagvoerder door het vliegtuig klonk: landen op luchthaven Atatürk was niet mogelijk door de hevige sneeuwval in Istanbul. De 31-jarige zoon van een tapijtenhandelaar uit Tabriz zag de blikken van medepassagiers verstarren die bij het verlaten van het Iraanse luchtruim nog van blijdschap hadden geapplaudisseerd. Straks moeten we terugvliegen naar Iran, piekerde de vluchteling, en dan begint de ellende.

Yaghubi was net een paar weken vrij uit de gevangenis, vijf jaar nadat de politieke activist voor het eerst was gearresteerd. Als zelf omschreven sociaal-democraat en humanist en ook nog tegenstander van de toenmalige oorlog tussen Iran en Irak, gold Yaghubi als de ‘vijand van de revolutie’ waar ayatollah Khomeini korte metten mee probeerde te maken. Met vijftien man was de politie ’s nachts zijn ouderlijk huis binnengevallen. Behalve hemzelf hadden de agenten ook zijn boeken van door het regime gehate schrijvers als Sadegh Hedayat en Nasim Khaksar meegenomen. Op zijn foto’s hoopten ze geestverwanten van Yaghubi te vinden voor een volgende ronde arrestaties.

Van zijn 26ste tot zijn 31ste zat Yaghubi vrijwel onafgebroken in de cel. Dertien maanden lang was hij gevangene van het gevreesde militaire elitekorps van Iran, de Revolutionaire Garde. Zij hielden hem vast en martelden hem  om de namen van politieke vrienden los te krijgen.

Marteling

‘Je probeert ze te vertellen wat ze al weten, en niet te vertellen wat ze niet weten, dat is normaal’, vertelt de inmiddels 65-jarige Yaghubi in zijn kantoortje, omringd door een oed, setar en andere Iraanse snaarinstrumenten waar hij na sluitingstijd graag op tokkelt. De rijzige tapijtenverkoper met ijsbeerwitte borstelsnor vertelt het laconiek, alsof hij het assortiment van het lokale tuincentrum beschrijft in plaats van de marteltechnieken van de Revolutionaire Garde. De ergste marteling was als ze je met een kabel op je voetzolen sloegen. ‘Een spreekwoord in Iran zegt: ‘een kabel onder de voeten heeft een goed verband met de tong’. Hoe meer slagen, hoe makkelijker je tong beweegt.’

Toen Yaghubi eind 1985 vrijkwam uit de gevangenis van Tabriz, had hij zijn vluchtplan al uitgeknobbeld. Elke dag moest hij zich melden bij de geheime dienst in Tabriz. Dat deed hij twee weken lang, tot hij op 31 december 1985 meteen na zijn ochtendbezoekje aan de geheime dienst in de auto naar Teheran stapte en met een vals paspoort een vliegtuig naar Istanbul wist te nemen.

Bijna twintig minuten cirkelde het vliegtuig boven een besneeuwd Istanbul. De gezagvoerder meldde dat het vliegtuig moest uitwijken naar Bulgarije, maar zette uiteindelijk toch de landing in naar luchthaven Atatürk. Terwijl de Turken zich opmaakten voor een oudjaarsavond van familiediners met geroosterde kalkoen en tegen de voordeur kapotgesmeten granaatappels – dat brengt geluk, wil de traditie – vierde een opgeluchte Yaghubi zijn eerste dag van vrijheid.

Hij weet nog precies wat hij dacht toen hij op 6 mei 1986 met de bus van Schiphol naar het Apeldoornse hotel reed waar Yaghubi en zijn medevluchtelingen de eerste weken in Nederland verbleven. ‘Ik dacht: ik ben in de hemel terechtgekomen. Het regende een beetje, overal was het groen, er stonden koeien in de wei, het zag er allemaal zo rustig uit na alle ellende in Iran.’ Dat hij in Nederland belandde was willekeurig: hij had eerst bezoek gekregen van een Canadese delegatie op het Verenigde Naties-kantoor in Ankara, waar hij zich als politiek vluchteling had gemeld. ‘Ik wilde niet naar Canada, ik dacht: dat is te ver weg’, lacht Yaghubi. De tweede delegatie kwam uit Nederland. ‘Koeien en tulpen, meer wist ik niet over Nederland.’

Kunstgenre 

Familieleden van Yaghubi hadden net in Amersfoort een winkel in Perzische tapijten geopend. Tussen de Isfahans, Bidjars en Keshans – elke Iraanse stad heeft zo ongeveer zijn eigen unieke tapijten – voelde Yaghubi zich als een vis in het water. ‘Ik ben op het tapijt opgegroeid. Mijn opa verkocht al tapijten in Tabriz, later mijn vader en oudste broer.’ Yaghubi dubde aanvankelijk over een carrière als computerprogrammeur. Hij volgde een cursus tot systeemanalist, maar koos uiteindelijk voor de tapijten. ‘Ik spreek nu redelijk Nederlands, maar ik was toen nog maar heel kort hier en koos toch een beetje voor de gemakkelijkste weg.’

Spijt heeft hij niet, want Perzische tapijten zijn een kunstgenre op zich, vertelt Yaghubi. ‘Elk tapijt is een uniek product met zijn eigen motieven, die allemaal weer hun eigen geschiedenis hebben. Kijk, hier zie je de naam van de knoperij: Razavi’, zegt Yaghubi terwijl hij een gesigneerd blauw tapijt uit Qom toont met een motief van granaatappelbloesem. ‘Dit is hetzelfde als een beroemde schilder die zijn handtekening op het doek zet, zo beroemd is Razavi in Iran.’

De Iraanse tapijten zijn zo goed door de knoopdichtheid: de hoeveelheid kleine knoopjes die de tapissiers met engelengeduld door de wol- en zijdedraden weven.Beeld Sabine van Wechem

Hoewel Yaghubi tapijten verkoopt uit allerlei landen – van Afghanistan tot Marokko, van China tot Nepal – springen die van Iraanse makelij er toch uit. Dat komt niet alleen doordat de tapijten vaak van de vettige en daardoor niet pluizende kurkwol uit de nek en buik van Iraanse bergschapen zijn gemaakt. Ze zijn vooral beter door de knoopdichtheid, vertelt hij: de hoeveelheid pietepeuterig kleine knoopjes die de tapissiers met engelengeduld door de wol- en zijdedraden weven.

Yaghubi buigt zich over een rood-wit Ghom-tapijt met vissenmotief. ‘Vissen zijn een beroemd motief op Perzische tapijten’, zegt hij, ‘ze symboliseren het leven’. Hij vouwt het gladde tapijt dubbel, en toont de ontelbare knoopjes in de plooi. ‘Dit tapijt kost bij ons 6500 euro’. Het grovere tapijt erboven mag voor 2100 euro de deur uit. De reden voor het prijsverschil: het duurdere tapijt bevat 600 duizend knopen per vierkante meter, het goedkopere 300 duizend. ‘Nog steeds heel fijn, maar niet vergelijkbaar met het ronde tapijt van Ravazi van net: daar zitten anderhalf miljoen knopen in.’

Het duurt niet lang meer of Yaghubi bereikt de AOW-leeftijd, maar aan pensioen moet hij nog niet denken. ‘Ik zal wel minder gaan werken. Maar helemaal stoppen wil ik niet – wat moet ik anders doen? Ik vind mijn werk nog veel te leuk.’

Bedrijf: Yaghubi Orient Carpets
Waar: Amersfoort
Sinds: 1985
Aantal werknemers: 4
Jaaromzet: geheim

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden