Amerikaanse economie laat zich niet zomaar inhalen

De Commissie beoordeelt in het rapport dat ze dinsdag publiceerde hoe het staat met de grootse ambitie van de regeringsleiders in Europa. Die spraken in 2000, op een warme voorjaarsdag in Lissabon, af dat de EU binnen tien jaar de meest concurrerende economie ter wereld zou zijn. Hoewel voorzitter Prodi zijn best doet een positieve draai aan zijn verhaal te geven, moet de slotconclusie toch tamelijk treurig zijn. De lidstaten dienen hun inspanningen fors te vergroten, anders komt er niks terecht van de sprong naar de wereldtop.

Nu hebben de regeringsleiders de lat ook wel erg hoog gelegd. De meest ambitieuze economie ter wereld worden, betekent feitelijk dat Europa erin slaagt de Verenigde Staten te verslaan. Andere concurrenten zijn er niet. Maar de VS vormen op een natuurlijke wijze een enkele markt. Er is een overheersende taal, en van Maine tot Californië heeft de bevolking het gevoel deel uit te maken van één land. Er heerst een andere cultuur: mensen verhuizen gemakkelijker.

Europa moet dus al een paar enorme nadelen overwinnen die het van nature heeft. In de EU bestaan grote taalkundige en culturele barrières. Een project als de interne markt is dus afhankelijk van politieke wil en economische druk, bijvoorbeeld van grote bedrijven. De Philipsen en de ABB's staan, terecht, bekend als de grote gangmakers achter het project van de interne markt.

Maar de politieke wil laat de laatste jaren veel te wensen over. Telkens weer blijkt het hemd nader dan de rok. De Franse president vindt het gemakkelijker een ronkende verklaring te ondertekenen over vrijmaking van energiemarkten en liberalisering van posterijen dan de maatregelen te nemen die nodig zijn om die doelen te realiseren. Want dan krijgt hij immers de machtige Franse vakbonden over zich heen.

De Scandinavische landen blijken het meest trouw aan de uitgangspunten van Lissabon. Zuid-Europese landen als Italië, Griekenland, Spanje, Portugal en Frankrijk zijn het meest laks. Nederland doet het wat beter dan gemiddeld, hoewel Den Haag geen ideale leerling is: de overheidssteun aan het bedrijfsleven neemt toe, schrijft Eurocommissaris Solbes.

Wie deze opmerkingen afmeet aan de verklaarde doelstelling van Lissabon, kan niet anders dan depressief worden: er is zo weinig gedaan, en er is nog zoveel te doen! Dat zou echter een verkeerde voorstelling van zaken zijn, meent een invloedrijke diplomaat. 'Want van begin af aan was duidelijk dat Lissabon meer moest dienen om de Unie een schop in de goede richting te geven, dan dat die doelstellingen letterlijk genomen moesten worden', zegt hij.

De Lissabon-strategie is de stok om de hond mee te slaan, het document waarmee onwillige lidstaten tot de orde geroepen kunnen worden: kijk eens, je hebt in 2000 dit en dat beloofd, en je brengt er niets van terecht. Want wie gewoon kijkt hoever Europa de afgelopen tien jaar is gekomen, zonder Lissabon-strategie, moet wel versteld staan.

Eurocommissaris Bolkestein, verantwoordelijk voor de interne markt, noemt de Europese interne markt 'het meest ambitieuze hervormingsprogramma van de aanbodzijde die ooit is ondernomen'. En, voegt hij eraan toe: 'Nog maar tien jaar geleden moesten de vrachtauto's bij elke grens stoppen. De lading werd geïnspecteerd, het papierwerk afgestempeld.'

Daarvan is nu inderdaad geen sprake meer. Grote staatsmonopolies worden ontmanteld, waardoor meer concurrentie ontstaat en de prijzen voor de burgers zakken. Zo bezien is Europa van ver gekomen. En wie weet waar het nog kan eindigen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden