Als we gaan betalen voor gebruik van spullen in plaats van bezit, is het milieu de grote winnaar

Bezit is uit, huren is in

In de nieuwe, bezitloze economie zou het niet langer om kopen gaan, maar om gebruiken. Toch blijken Nederlanders kritisch over zulke constructies. Terecht?

Privélease van auto's wordt steeds populairder. Ook Autobedrijf Baron in Ureterp biedt zulke constructies aan. Beeld Harry de Cock / de Volkskrant

Wie heeft er nou lampen, tafels, stoelen en vloerbedekking nodig? In een duurzame economie gaat het om gebruiken, niet om bezitten. Dus worden er lichturen afgenomen bij de fabrikant, net als tafeluren, zituren en zelfs loopuren - voor op die vloerbedekking. Dat klinkt als verre toekomstmuziek, maar sommigen doen het al. Zoals architect en duurzame denker Thomas Rau. ‘Je komt met niks en je gaat met niks’, zo haalde hij een in Bhutan opgedane wijsheid aan in een eerder interview met de Groene Amsterdammer. ‘Waarom dan tussendoor al die spullen verzamelen en ophopen?’

De voordelen van een bezitloze economie zijn groot, vooral voor het milieu. In de huidige wegwerpmaatschappij kunnen fabrikanten er baat bij hebben als hun producten niet al te lang mee gaan. ‘Designed to fail’, luidt de term voor dat cynische principe. Maar als we die spullen gaan huren of leasen in plaats van ze te kopen, komt een circulaire economie in zicht. Hoe duurzamer het product, hoe langer er immers geld aan verdiend kan worden. En loopt het abonnement af, dan kan de fabrikant zijn spullen opnieuw verhuren, of ze hergebruiken. Zoals Philips, dat ondernemers de keuze biedt enkel nog voor de dienst ‘verlichting’ te betalen. Voor het materiaal - armaturen, lampen - blijft Philips verantwoordelijk.

Omslag

Kan zo’n economie zonder eigendom ook aanslaan bij consumenten? Op het eerste gezicht lijkt de tijd rijp voor een omslag. Kochten we vroeger fysieke cd’s, tegenwoordig nemen we een abonnement op Spotify. In een vandaag verschenen onderzoek schat ING de totale uitgaven in die ‘abonnementen-economie’ in Europa op 350 miljard euro per jaar. Daarbij lijken er ook groeimogelijkheden voor abonnementen op fysieke goederen, zoals auto’s. Het aantal particuliere lease-contracten in Nederland nam het afgelopen jaar naar schatting toe van 64.000 naar 103.000.

Inmiddels regent het abonnementen in alle soorten en maten. Marieke Blom, hoofdeconoom van ING Nederland, maakt daarbij onderscheid tussen duurzame goederen als auto’s en wasmachines en consumptiegoederen als voedselboxen, luiers, scheermesjes of wc-papier. ‘Die verbruik je, dus dan heb je het veel minder over de circulaire economie’, legt ze uit. ‘Gebruiksgemak staat voorop bij dit soort abonnementen. Je koopt tijd. Uit onderzoek blijkt dat mensen daar gelukkiger van kunnen worden.’

Als het over de bezitloze samenleving gaat, wordt vooral op die andere categorie spullen gedoeld: de duurzame goederen dus. Van de verlichting van Philips tot inkt van HP. Vorige week nog stelde een brede coalitie - van installateurs tot milieuorganisaties - voor de traditionele cv-ketel te vervangen door veel duurzamere hybride systemen of warmtepompen. Aangezien die laatste inclusief installatie al gauw 10.000 euro kosten, wordt gedacht aan een soort abonnementsmodel. Bewoners zouden maandelijks een bedrag voor de warmtepomp in hun woning kunnen betalen. Bijvoorbeeld met het geld dat ze besparen op hun energierekening.

Is dat de toekomst? ‘Voor ons is leasen of huren een middel, niet het grote doel’, vertelt Debbie Appleton van Turntoo. Dat adviseert en helpt organisaties bij het opzetten van circulaire verdienmodellen. ‘Het kan van pas komen bij de overgang naar een andere economie, waarin we duurzamer omgaan met materialen en onze planeet.’

Ze wijst erop dat het vooralsnog in de meeste gevallen gaat om contracten tussen bedrijven. Maar enkele jaren geleden zette Turntoo ook een proef op in samenwerking met woningcorporatie Eigen Haard en de Duitse fabrikant Bosch. Huurders konden dure apparaten - koelkast, wasmachine en droger - huren in plaats van kopen. ‘Eigen Haard twijfelde eerst nog of daar wel interesse voor zou bestaan, maar de proef was een groot succes. Binnen twee weken zaten we vol.’

Het experiment met de huurders toont aan dat ‘bezitten’ ook voor huishoudens niet altijd prioriteit hoeft te hebben boven ‘gebruiken’. Maar valt dat succes eenvoudig te kopiëren? De ING-enquête suggereert dat dat een zware opgave kan worden. Maar liefst 70 procent van de Nederlanders ziet niet in wat er aantrekkelijk is aan meer abonnementen op fysieke goederen. ‘Nederlanders blijken weer eens heel nuchter’, denkt Blom van ING. ‘Er is een grote groep consumenten die abonnementen associeert met gedoe en met duur.’

Gedragseconoom Henriëtte Prast, als hoogleraar verbonden aan de Universiteit Tilburg, herkent die argwaan. Ze wijst op de psychologie achter abonnementen. Sommige bedrijven weten daar haarfijn gebruik van te maken. ‘Stel, je neemt een abonnement op een sportschool. Natuurlijk neem je je dan voor heel vaak te gaan. Meestal gebeurt dat niet. Reken je achteraf uit wat je per keer betaald hebt, dan blijk je erg duur uit te zijn.’ Wel wijst ze er op dat een enquête hiernaar, zoals ING liet uitvoeren, niet het juiste middel is. ‘Je moet eigenlijk kijken naar het feitelijke gedrag van mensen. Want het gaat er hier nou juist om dat ze in de praktijk niet doen wat ze eigenlijk zouden willen.’

Meer grip op geld

Bezit blijkt niet enkel aantrekkelijk omdat dit status met zich meebrengt, zoals vaak gedacht, maar geeft mensen ook het idee dat ze meer grip hebben op hun financiën. Bezit biedt een soort vrijheid: na de koop heb je, zolang je geen gebruik hoeft te maken van de garantie, weinig meer te maken met commerciële aanbieders, ingewikkelde contracten en kleine lettertjes.

Hoe begrijpelijk ook, voor het milieu zou het jammer zijn als de abo-scepsis het wint. Uiteindelijk hangt alles af van hoe zo’n lease- of huurconstructie wordt opgezet, denkt Debbie Appleton van Turntoo. Hoewel zij warm voorstander is van een circulaire economie, verbaast de scepsis ten aanzien van abonnementen bij veel Nederlanders haar niks. ‘Je ziet nu ineens allerlei leaseconstructies ontstaan. Maar vaak zit er dan dus wel, naast bedrijf en consument, nog een derde partij bij als financier. Dan kan zo’n constructie inderdaad duurder uitpakken. Iedereen wil immers een graantje meepikken.’

Soms ligt het volgens haar ook gewoon aan de communicatie. ‘Mensen denken wel eens ten onrechte dat kopen voordeliger is. Neem verlichting. Houden bedrijven wel rekening met de verborgen kosten van bezit, zoals de conciërge die kapotte lampen moet vervangen? Daar moet je ze heel duidelijk op wijzen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.