Als vissersschepen uit de buurt blijven

'Zeediersoorten', zo schreef de beroemde natuurvorser Lamarck in de negentiende eeuw, 'zijn beschermd tegen vernietiging door de mens. Hun voortplanting verloopt zo snel en hun manieren om aan vervolging te ontkomen zijn zo legio, dat er geen enkele kans bestaat dat een soort wordt uitgeroeid.'..

RIK NIJLAND

Wie The Oceans leest, een speciale kwartaaluitgave van Scientific American Presents, slaat echter de angst om het hart. De enorme watermassa's van de oceanen - de Stille Oceaan meet bijvoorbeeld 165 miljoen vierkante kilometer bij een gemiddelde diepte van 4280 meter - worden in toenemende mate door de mens geëxploiteerd en vervuild.

De visserij speelt daarbij een prominente rol, blijkt uit een bijdrage van Carl Safina, docent aan de Universiteit van Yale en betrokken bij tal van organisaties ter bescherming van de zee. Grotere schepen, die langer op zee blijven, en de zegeningen van de moderne techniek - betere navigatiemethoden, introductie van sonar en vliegtuigen om naar visscholen te zoeken - leidden na de Tweede Wereldoorlog tot een groei van de visvangsten.

Dat proces doet zich nog steeds voor in de Indische Oceaan, waar de mechanisatie pas recent op gang is gekomen. Overal elders is die groei echter in het tegendeel verkeerd, door een angstwekkende teruggang van de hoeveelheid vis. In sommige delen van de oceanen zijn de vangsten al met 50 procent of meer teruggelopen ten opzichte van de hoogtijdagen, begin jaren zeventig.

Bij de decimering van de vispopulaties spelen niet alleen de netto-vangsten een rol, maar ook de overbodige bijvangst. Zo gaat er bij de garnalenvisserij soms tot acht keer meer gewicht aan jonge vis en andere dieren overboord dan er aan garnalen aan land wordt gebracht. Dat leidt in de Golf van Mexico jaarlijks tot de dood van miljoenen jonge snappers en ontelbare jonge haaien.

Maar ook bij andere vormen van visserij is de bijvangst enorm. Vissers zetten voor de vangst van blauwvintonijn tot honderd kilometer lange lijnen uit met duizenden haken met aas. Geschat wordt dat er ieder jaar zo'n veertigduizend albatrossen aan de haak worden geslagen die denken een makkelijk maaltje op te kunnen halen. Zes van de veertien albatrossoorten worden hierdoor met uitsterven bedreigd.

Volgens Safina zou geringere overheidsbemoeienis een hoop ten goede keren voor de vispopulaties in de oceanen. Tegenover 70 miljard dollar aan visopbrengsten, staat namelijk 120 miljard aan kosten voor de visindustrie. Het negatieve saldo wordt aangevuld met overheidssubsidies. Daardoor blijft de werkgelegenheid in de visserijsector in stand, terwijl de economische bestaansgrond steeds verder wegebt.

Dit beleid leidt tot de waanzinnige situatie dat tussen 1970 en 1990 de vissersvloot wereldwijd verdubbelde, zowel in aantal schepen als in tonnage, terwijl de totale vangst stagneerde. Waarschijnlijk, aldus Safina, hadden de vissers even veel gevangen als er geen schip bij was gekomen. Bovendien zou dan de rentabiliteit in de sector een stuk gunstiger zijn.

Door de enorme vangstcapaciteit raken de visvoorraden steeds verder uitgeput waardoor de inkomsten gestaag afnemen. De visser komt daardoor in een economische fuik terecht. Door de malaise in de bedrijfstak is zijn schip weinig waard, waardoor het nauwelijks valt te verkopen. Om zijn leningen af te betalen, moet de visser dus wel de zee op. Totdat uiteindelijk de totale ineenstorting volgt.

Zo liggen de visserschepen van Newfoundland al jaren werkeloos voor de wal nadat de kabeljauw op de van oudsher rijke visgronden nagenoeg was uitgeroeid; of in ieder geval 'economisch was uitgestorven', zoals Safina schrijft.

De vraag of viskweek zo zoetjesaan de rol van de visserij bij het voeden van de wereldbevolking kan gaan overnemen, wordt in The Oceans niet eenduidig beantwoord. Weliswaar groeide het aandeel van gekweekte vis en schaal- en schelpdieren in de totale aanvoer de afgelopen jaren naar zo'n 15 procent, maar ook in de aquacultuur zijn de milieukosten niet te verwaarlozen. Soms gaat deze bedrijfstak zelfs ten koste van natuurlijke populaties.

Zo wordt voor de kweek vaak jong broed en voedsel - andere vis- en schaaldieren - uit de natuur gehaald, is de vervuiling soms aanzienlijk en worden in de tropen op grote schaal mangrovebossen in de kustzones opgeofferd aan de explosieve groei van garnalenkwekerijen. Oevers met dergelijk bossen dienen als kraamkamers voor natuurlijke vis- en garnalenpopulaties.

Hoewel The Oceans nog twee wat somber getinte verhalen herbergt - over de zeespiegelrijzing en de eutrofiëring van het zeewater - wordt deze speciale uitgave niet alleen gekenmerkt door kommer en kwel.

Zo staan er aardige verhalen in dit mooi geïllustreerde en zeer leesbare tijdschrift over waar het water op aarde vandaan komt, waarom de vijftienhonderd vissoorten op het Grote Barrière Rif vaak fel gekleurd (vooral geel en blauw) zijn, over mijnbouw op de zeebodem, de onbekendheid met de levensvormen in de diepzee, en meer persoonlijke getinte stukken over leven in een onderzeeër en in een onderzoeklaboratorium op de zeebodem voor de kust van Florida.

En er zijn lichtpunten. Zo zijn sportvissers en duikers bereid duizenden dollars te betalen voor een bezoek aan het Bikini-atol. Waar in 1954 de grootste waterstofbom van de Verenigde Staten een krater sloeg van twee kilometer doorsnee, en in totaal 23 nucleaire tests werden uitgevoerd, is een zeeparadijs ontstaan dat bruist van het leven. Vooral doordat vissersschepen nog altijd een flink eind uit de buurt blijven.

Rik Nijland

Scientific Amerian Presents: The Oceans

* 14,50

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden