Als een waarlijk groot staatsman kwam Lubbers overal mee weg

Ruud Lubbers was een groot staatsman, zoals hij ook in alle media op een voetstuk is gezet na zijn dood. Een kenmerk van grote staatslieden is dat ze overal mee wegkomen.

Winston Churchill was de grootste staatsman van allemaal - ondanks het feit dat hij Gandhi een halfnaakte fakir noemde, het leger inzette tegen stakers, het een goede zaak noemde dat 'de rode indianen en zwarten' in kolonies plaats hadden gemaakt voor het superieure witte ras en reeksen van militaire blunders maakte. In 1923 kreeg hij vijfduizend pond van Shell en BP om als parlementslid een fusie van beide oliemaatschappijen te bepleiten - iets wat in deze tijd als smeergeld zou zijn gezien.

Ook Ruud Lubbers was even krasbestendig als een keramische koekenpan. In februari 1974 reed hij als minister van Economische Zaken na enkele borrels een verkeerszuil omver en reed door. Hij kwam ervan af met een boete van 300 gulden.

Vele affaires had hij, waarop hij telkens als door een wesp gestoken reageerde. En die draaiden heel vaak om zijn zakelijke belangen. Lubbers was naast premier mede-eigenaar van staalconstuctiebedrijf Hollandia Kloos in Krimpen aan den IJssel, een familiebedrijf waarvan zijn anderhalf jaar geleden overleden broer Rob Lubbers directeur was.

Als minister voor Economische Zaken en premier had hij de schijn van belangenverstrengeling vele keren tegen, ondanks het feit dat hij zijn aandelen in een stichting had ondergebracht. In maart 1976 was Lubbers als minister betrokken bij de met staatsteun gefinancierde overname van het failliete bouwbedrijf Nederhorst door Hollandia. In 1978 onthulden de Volkskrant en HP De Tijd dat Lubbers als vennoot van projectontwikkelaar R3 had geprofiteerd van een door hemzelf gecreëerde investeringsaftrek.

In 1984 lekte uit dat premier Lubbers met de regering in Koeweit had gesproken over een achterstallige betaling van 50 miljoen gulden over een door Hollandia Kloos gebouwde vliegtuighangar in Koeweit. De Vrij Nederland-journalisten Feike Salverda en Lex Runderkamp zagen zichzelf al als de Nederlandse Woodward en Bernstein, maar de premier kwam weg met de opmerking 'dat het alleen van de kant van de Koeweiti's kort in procedurele zin' aan de orde was gesteld'.

In 1989 bleek de premier er zich ook inhoudelijk mee te hebben bemoeid toen vijf brieven van hem aan zijn collega in Koeweit opdoken over de nog altijd niet opgeloste achterstallige betaling. De Tweede Kamer stond op zijn achterste benen. Minister Ruding van Financiën moest te hulp schieten met de opmerking dat Hollandia en de staat 'niet in colonne in de woestijn waren opgetrokken'. Uiteindelijk droop de Kamer af met de toezegging van Lubbers zich voortaan afzijdig te houden. Het was 'kiele kiele Koeweit.'

Lubbers werd de langstzittende premier en won voor het CDA twee verkiezingen met 54 zetels - het grootste zetelaantal ooit.

Een waarlijk groot staatsman.

Reageren? p.dewaard@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.