Als De Weg af is, komt de rest vanzelf in Bamyan

Bamyan is het rustigste deel van Afghanistan. Toch krijgt deze provincie nauwelijks geld om zich verder te ontwikkelen...

BAMYAN De weg. Daar draait het allemaal om in Bamyan, de weg. Niet dat er een weg is, maar dat is het ’m juist. Nú is er, beginnend bij Jabal os Saraj aan de autoweg uit de Afghaanse hoofdstad Kabul, alleen een zanderige bergroute vol gaten, hobbels en bobbels, stukken rots.

In de 12 uur die de schitterende tocht duurde vanuit Kabul naar Bamyan, de hoofdstad van de gelijknamige provincie, worden een lekke band en een kapotte uitlaat opgelopen. Bij zonsondergang dreigt zelfs overnachting in de berm. Een gigantische plas smeltwater lijkt te diep voor de witte Toyota Corolla. Passerende Afghanen met een sterker voertuig brengen redding.

En dat voor een traject dat over asfalt niet meer dan drie uur zou hoeven kosten. Die positie als logistiek muurbloempje bevestigt de inwoners van Bamyan in hun gevoel dat ze genegeerd worden, verwaarloosd.

Deels heeft dat historische oorzaken. De Hazara-bevolkingsgroep, de meerderheid in de provincie, trok in Afghanistan altijd al aan het kortste eind. Lezers van Khaled Hosseini’s De Vliegeraar kennen de Hazara’s: het verkrachte huisknechtje Hassan is een van hen.

Maar etnische discriminatie, daar hebben de Bamyani’s het zelden over. Wat iedereen hier in de mond bestorven ligt, is een constatering die neerkomt op: we worden gestraft voor ons goede gedrag. Geen provincie in Afghanistan is zo vreedzaam als Bamyan. De Hazara’s gaan elkaar noch anderen te lijf; Taliban wagen zich hier niet.

‘De regering en de internationale gemeenschap hebben vooral oog voor de probleemgebieden’, zegt Habiba Sarabi, gouverneur van Bamyan, de enige vrouwelijke gouverneur van Afghanistan. ‘Daar gaat vanwege het geweld alle aandacht van de donoren naar uit.’

De klacht keert terug in alle gesprekken: wij krijgen nul dollar, anderen alles. ‘Dit moedigt mensen aan ook rotzooi te gaan schoppen’, zegt Abdullah Ahmadi, hoofd van de Afghaanse hulporganisatie CCA en zelf Hazara. Soms zeggen Bamyani’s tegen elkaar: misschien moeten we eens een bommetje laten ontploffen, dan komen ze wel. De activiste Razia Husseini: ‘God zij geprezen dat we vrede hebben. Maar ons ontbreekt het óók aan alles.’

Bamyan is inderdaad een van de armste provincies van Afghanistan. Het analfabetisme is hoog, de landbouweconomie marginaal. De slechte wegen maken marktverbinding met steden als Kabul moeilijk.

‘Er is nauwelijks verschil tussen Bamyan nu en Bamyan acht jaar geleden’, stelt Ahmadi. ‘Het enige verschil is dat de boeddhabeelden zijn vernield.’ Hij doelt op de verwoesting door de Taliban in 2001 van de twee boeddhabeelden die waren uitgehouwen in de rotswand buiten Bamyan-Stad. Eeuwenlang hadden de sjiitische Hazara’s over de boeddha’s gewaakt.

Toen de Taliban kwamen, liep de stad leeg, vertelt de 50-jarige chauffeur Zabiullah onder de maaltijd in eethuis Mama Najib, waar mannen langs de muur liggen uit te buiken, kijkend naar een Indiase soap op tv. Driekwart van de bewoners trok de bergen in. ‘De Taliban plunderden de bazar en doodden het vee. Ze waren wreed en gek.’

Nee, dan de jaren zeventig, onder koning Zahir Shah en president Daoud. Het waren Bamyans gouden jaren (en die van Afghanistan als geheel). Nostalgisch: ‘Het zat hier vol toeristen, uit Canada, Europa, Inglistan.’

Toen werd het oorlog: eerst Russen tegen mujahedin, toen mujahedin tegen mujahedin. Ook de Hazara-warlords droegen hun steentje bij. De krijgsheren waren oppermachtig in de provincie, maar op de vrouwelijke gouverneur beten ze hun tanden stuk.

De 53-jarige Habiba Sarabi werd in 2005 rechtstreeks benoemd door president Karzai. Het kostte haar moeite de vroegere warlords op afstand te houden, vertelt ze. Inmiddels kan ze zich helemaal wijden aan haar gekwetste provincie.

Dat beweert ze niet alleen zelf, in die termen spreken ook gewone Bamyani’s over hun populaire gouverneur. ‘Ze werkt heel hard’, zegt Ali Erfan, directeur van Radio Bamyan, die iets kritischer is: ‘Alleen laat het resultaat op zich wachten.’

Elektriciteit heeft Bamyan-Stad alleen voor zover particulieren dat met een generator opwekken. De gehele provincie heeft maar 2 kilometer verharde weg: van het vliegveldje tot de bazar in de stad. De Amerikaanse presidentsvrouw Laura Bush huldigde de straat vorig jaar in.

Bamyan heeft nog vele geasfalteerde kilometers te gaan. Want de weg, de weg, de weg. Het is de topprioriteit van de gouverneur. Ze heeft zich, zegt ze, suf gelobbyd bij donoren – met resultaat. Met Italiaans geld wordt nu een asfaltweg aangelegd vanuit het zuiden (via de provincie Wardak), met Amerikaans geld de oostelijke weg vanaf Jabal os Saraj.

Maar wanneer? De aanleg van de zuidroute ligt stil vanwege de onveiligheid in Wardak. Het werk aan de oostroute is amper begonnen. ‘Ze hebben beloofd dat die in 2011 klaar zal zijn. Ik ga er nog steeds van uit dat dat lukt’, zegt ze, vermoedelijk tegen beter weten in.

Maar als het zo ver is, kan Bamyan opbloeien. Dan kunnen de boeren naar de markt in Kabul en kunnen ook de toeristen terugkeren. Toerisme is dé hoop voor de prachtige provincie, met zijn nationaal park Band-e-Amir en zijn boeddha’s, waarvan de lege nissen een bezienswaardigheid op zich zijn. Als die weg er maar komt. ‘Onze kleinkinderen zullen ervan profiteren’, zegt Sarabi. ‘Dan zullen de mensen zich mij herinneren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden