Interview

'Als allochtoon moet je je te veel bewijzen'

Daan Heerma van Voss interviewt mensen die werkloos zijn geworden. Jeremiah Ursule (27) heeft veel baantjes gehad, nu volgt hij zijn hart en loopt stage. 'Voor het eerst in mijn leven is geld niet zo belangrijk.'

Jeremiah Ursule: `Eigenlijk is YouTube mijn leermeester geweest.' Beeld -

Op de toonbank van de tattooshop staat een gouden schedel. De lucht van ontsmettingsmiddelen is penetrant. Jeremiah Ursule leidt rond door een tattooshop op de Amsterdamse Albert Cuyp en gaat zitten aan een formicatafel in het achterkamertje annex berghok. De pompende muziek is ook hier te horen. In de hoek ligt een fitnesshalter. Ursule is geboren in Nederland, als kind van twee Surinaamse ouders. Hij heeft een strak wit shirt aan, zijn musculatuur is geprononceerd, hij draagt een modieus sikje.

Tussen zijn 16de en 27ste had Ursule talloze baantjes. Toch raakte hij in de schulden: hij kon zijn zorgverzekering niet betalen, de verkeersboetes stapelden zich op. Nog altijd heeft hij een aanzienlijke schuld openstaan. Hij droomt ervan tatoeëerder te worden. Sinds enkele weken loopt hij stage op deze plek. 'De mensen die hier werken zijn veel verder in de game, het is een goede leerschool. Ik assisteer, leg de inkt klaar, zorg voor nieuwe naalden. En soms maak ik een eigen ontwerp.'

Op de vraag hoeveel de stagevergoeding bedraagt, gaat hij niet in. 'Voor het eerst in mijn leven is geld niet zo belangrijk. Ik ben hier omdat ik hier wil zijn.'

Als kind wist hij niet dat tatoeëerder een beroep was. 'Maar ik tekende wel veel. In de klas al. Eindeloos. Mijn moeder zag er weinig in, maar voor mij was het heel belangrijk. Ik leefde een beetje in mijn eigen wereld.'

Interviewserie

Van oral historian Studs Terkel (1912-2008) verscheen in 1974 Working: People Talk About What They Do All Day and How They Feel About What They Do, waarin 'gewone mensen' vertelden over hun werk. Terkel bracht met dat standaardwerk het veranderende Amerika in kaart. Voor V begeeft schrijver Daan Heerma van Voss zich nu in de wereld van de werklozen. Om de week een nieuw verhaal, een schets uit het andere Nederland.

Je groeide op in de Bijlmer, als middelste van drie zonen. Hoe oud was je toen je van school ging?

'Ik heb op verschillende middelbare scholen gezeten, steeds ging het mis. Ik was eigenwijs. Ik deed mijn eigen ding. Kattenkwaad, een beetje roken, soms achter de meisjes aan. Ik kon wel leren, maar had er geen plezier in. Zodra het me te ingewikkeld werd, haakte ik af. Op mijn 16de werd ik voor het laatst van school gestuurd. Ik woonde nog bij mijn moeder, dus er werd nog min of meer voor me gezorgd. Op mijn 17de ging ik uit huis. Nu woon ik in Amsterdam-Noord, mensen hoeven niet te weten waar.'

Had je als 16-jarige veel vrienden?

'Ja, maar dat werkte niet in mijn voordeel. De meeste van mijn vrienden waren behoorlijk fout. We blowden, jatten fietsen, pleegden winkeldiefstalletjes. Kleine dingen, maar toch, als je niet oppast, worden ze groter. Een groot deel van hen zit nu vast of is gek geworden. Drugsverkoop, overvallen, fraude.'

En waarom ben jij niet in de gevangenis terechtgekomen?

'Ik was toch met andere dingen bezig: tekenen en schetsen. Voor echte criminaliteit was ik misschien te dromerig. Ik heb wel wat gezeten, hoor; niet in de gevangenis, maar weleens in een cel. Ik wil er niet te veel over zeggen.'

Zijn armen gaan over elkaar.

'Ik was 15, 16 jaar. Toen ik alle verhalen over mijn buurt hoorde, was ik eigenlijk wel blij dat ik binnen zat. Mensen werden neergestoken of -geschoten, er waren ruzies en vechtpartijen. Sommigen gingen gewoon dood. Ook vrienden.' Dan, alsof hij zichzelf het recht ontzegt op te veel tragiek: 'Niet veel, hoor. Maar twee of drie.'

Wat dacht je toen?

'Dat gehang met vrienden, het kattenkwaad, de ongein - het levert helemaal niets op. Op een gegeven moment ben je zo ver doorgelopen op dat pad dat je niet meer terug kunt. Maar voor mij was het nog niet te laat. Natuurlijk was ik vaak genoeg gewaarschuwd, maar je moet het zelf meemaken, het zelf voelen, anders werkt het niet. Het was een besef, een vibe: dit wilde ik niet met mijn leven.'

Wanneer wist je zeker dat je tattoo artiest wilde worden?

'Pas rond mijn 19de. Ik begon vrienden uit te nodigen en zei dat ik upcoming was. Zij waren mijn proefkonijnen. En ik oefende op mijzelf. Ik kocht eigen naalden, eigen inkt, een eigen machine, boeken over tattoo's. Ik keek ontzettend veel video's. Eigenlijk is YouTube mijn leermeester geweest. Tattooshops wilden me niet hebben.'

Wat heb je tussen je 16de en 27ste gedaan?

'Ik heb ontzettend veel baantjes gehad. Ik ben bloemenverdeler geweest op veilingen, koerier, krantenbezorger, heb in meerdere supermarkten gewerkt, ben schoonmaker geweest, heb in magazijnen gewerkt, heb dozen gestapeld in de haven. Twee jaar lang heb ik bij de BCC gewerkt, als bezorger. Ik was 20 toen dat contract niet werd verlengd, het was het begin van de crisis. Ze waren blij met me, maar ik moest toch weg, net als veel anderen. En naast deze min of meer vaste baantjes heb ik op uitzendbasis gewerkt. Maar de uitzendbureaus hadden bijna nooit uren. Niet voor mij tenminste.'

Je hebt het idee dat ze die voor anderen wel hadden?

'Ja, eigenlijk wel. Het was soms alsof ze het mij niet gunden. De manier waarop ze met me omgingen... Het klopte niet.'

Doel je op racisme?

'Ja, al is dat moeilijk te bewijzen. Racisme is vaak indirect. Je voelt het. Mensen praten achter je rug. Soms is het ook heel direct, hoor. Zo ben ik in de bouw eens aangesproken met 'schandknaap'. Ik wist niet wat ik hoorde. Of in de havens: ik herinner me een keer dat ik stond te sjouwen, het was winter, zes uur 's ochtends, en ik had mijn jas niet aan, zo hard werkte ik. De hele dag werd ik uitgefoeterd. Toen ergens in de middag het busje kwam aanrijden dat mij eerder die dag naar de haven had vervoerd, vroeg ik of het er alweer opzat. Even later kwam de opzichter naar me toe om te zeggen dat ik eruitzag alsof ik helemaal geen zin had om te werken. Ik weet nog dat ik die avond op mijn bank neerplofte en het echt niet meer zag zitten.'

Is de arbeidsmarkt in jouw beleving een vijandiger plek voor jou dan voor blanken?

'Natuurlijk is niet iedereen racistisch, maar ik ben ervan overtuigd dat blanken het toch net iets makkelijker hebben. Als allochtoon moet je je te veel bewijzen. Je moet voortdurend op je tenen lopen. Er hoeft maar iets te gebeuren en het wordt tegen je gebruikt. Maar ik word moe erover te praten. Mensen denken toch dat het smoesjes zijn. Dan geloven ze me maar niet. Ik heb het meegemaakt, ik heb het gezien.'

Heeft een ontslag je weleens echt geraakt?

'Zeker, bij Sixt, een autoverhuurbedrijf. Het was vorig jaar juni. Ik had er één maand gewerkt, dus technisch ging het om een contract dat niet werd verlengd. Wegens roddels. Daar zat ik echt mee.'

Hoe bedoel je, wegens roddels?

'Collega's hadden de pik op me. Ze logen: beweerden dat ik te laat was, terwijl ik altijd als eerste aankwam. Ik ben een sociaal iemand, ik kan goed praten. Collega's die dat minder hebben, werden jaloers. Op een gegeven moment riep de manager me bij zich. Hij zei: 'Ik heb geen zin dit uit te zoeken, jij bent ontslagen.' Mijn collega's hadden me verraden. Ik had echt zin om ze toe te schreeuwen: 'Wat is jullie probleem? Ik doe mijn best en jullie pakken mij mijn brood af.' Maar uiteindelijk hield ik toch mijn mond. Niet tegen de manager, overigens. Ik heb gesmeekt, ik heb gebedeld. Ik heb alle trots die ik had, opzij gezet. Maar het mocht niet baten.'

Je lijkt me een trots iemand.

'Jawel, maar trots is ook een luxe.'

Als ik jou hoor, hebben allerlei mensen dingen verkeerd gedaan. Heb jij ook schuld gehad aan jouw situatie?

'Eigenlijk niet. Ik ben altijd een harde werker geweest. Nooit ziek. En als ik ziek ben, werk ik toch. Ik heb veel naar werk gezocht, heb echt mijn best gedaan, meer kan ik niet doen. Ik ga niet meer lopen stressen over de toekomst, hoe onzeker die ook is. Dat kost me mijn gezondheid, mijn uitstraling, mijn look. Ik wil geen boze kop hebben. En nu ben ik hier, in de tattooshop. Hier ligt mijn hart. Dit is werk wat ik graag doe.'

Hoe voorzie je in je levensonderhoud?

'Ik heb een daklozenuitkering van 600 euro in de maand.'

Die uitkering lijkt me in eerste instantie niet voor jou bestemd.

'Hoezo niet?'

Je hebt een dak boven je hoofd.

'Ik woon weliswaar niet onder een brug, maar ik heb geen vast woonadres, ben in principe werkloos, ben een Nederlander. Ik heb genoeg shit doorstaan, heb ik geen recht op wat steun?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden