Afrika doet het beter dan cijfers laten zien

Economen geven buitenlandse geldschieters adviezen over Afrika die nergens op slaan. Dat stelt de Noorse econoom Morten Jerven. Ze gebruiken wankele cijfers en ongefundeerde aannames.

Brazzaville, Congo. De informele sector is in Afrika groot, maar komt in de cijfers niet voor Beeld AFP/Getty Images
Brazzaville, Congo. De informele sector is in Afrika groot, maar komt in de cijfers niet voorBeeld AFP/Getty Images

Pas toch op met cijfers, Afrikaanse overheden en ondernemers! Enthousiast gemaakt door de statistiekenleveranciers van organisaties zoals het IMF, de Wereldbank en de VN, namen Afrikaanse landen voorschotten op de toekomst. Met economische groeicijfers tussen de 5 en 15 procent waren ze opeens opkomende economieën geworden. Dat is een goede basis om leningen te sluiten, investeringen aan te trekken en staatsobligaties uit te geven. Maar met de dalende grondstofprijzen op de wereldmarkt, blijkt hoe eenzijdig hun economieën nog zijn en komen veel landen in de moeilijkheden.

Hoe betrouwbaar zijn de statistieken over Afrika eigenlijk? De Noorse econoom Morten Jerven (1978) onderzocht het en schreef er een onder economen en politici geruchtmakend boek over: Poor Numbers (2013). De kwaliteit van de nationale statische bureaus in Afrikaanse landen is heel wisselvallig, stelde hij vast. Er is gebrek aan personeel, vaak worden oude cijfers met schattingen bijgewerkt zonder nieuw onderzoek, er wordt weinig systematisch bijgehouden. De internationale organisaties vullen de vele gaten op met eigen schattingen en dubieuze extrapolaties. Ze moeten immers elk jaar een mooi overzicht over de ganse wereld publiceren.

Onlangs publiceerde Jerven een vervolg: Africa, why economists get it wrong. Hij had woedende reacties gekregen, schrijft hij. Statistische bureaus in Zambia (waarover hij een vernietigende evaluatie schreef in Poor Numbers) en Zuid-Afrika voelden zich tekortgedaan. Een uitnodiging om een lezing te komen geven bij de Economische Commissie voor Afrika van de VN (Uneca) in Addis Abeba werd op het laatste moment ingetrokken op aandringen van de Zuid-Afrikanen.

null Beeld Zed
Beeld Zed

Aansporing

Zijn bevindingen werden niet zozeer bestreden, schrijft hij, hem werd vooral verweten dat de publiciteit rond zijn boek buitenlandse investeerders dreigde af te schrikken. Vooral de African Development Bank was daar beducht voor. Dat klopt wel, schrijft Jerven nu: na een recensie in The Financial Times kreeg hij plots telefoontjes van westerse ondernemers die wilden weten hoe groot het bbp van Nigeria nu echt was.

Dat is natuurlijk geen reden je mond te houden. Het is eerder een aansporing, vindt Jerven, om verbeteringen door te voeren.

Nigeria baarde vorig jaar opzien door de statistieken van het bbp door de molen te halen en bij herberekening bleek die twee keer zo groot en meteen het hoogste van Afrika. Ook Ghana bleek een stuk hoger uit te komen. De oude cijfers waren verzameld op basis van een volkomen verouderd toetsjaar; in het geval van Ghana was dat 1993, toen allerlei sectoren (denk aan ict) nog niet eens bestonden.

Tot Jervens verrassing reageerden grote instellingen tamelijk positief op zijn eerste boek. De Wereldbank sloeg aan het opnieuw becijferen van allerlei gegevens. Maar, stelt Jerven in zijn nieuwe boek, daarmee wordt toch voorbijgegaan aan zijn belangrijkste boodschap: hecht niet zoveel waarde aan die cijfers, neem ze met een korreltje zout, het zijn geen absolute gegevens, maar schattingen die een idee geven van de werkelijkheid.

Koloniale periode

De economen zijn het mikpunt in zijn nieuwe boek. Die baseren theorieën op wankele cijfers en ongefundeerde aannames en doen aanbevelingen aan internationale geldschieters die nergens op slaan. Het begint al met de verkeerde vraagstelling: 'Waarom heeft Afrika gefaald?', alsof er nog nooit economische groei in Afrika is geweest. Maar in de eerst 10 à 15 jaar na de onafhankelijkheid rond 1960 kenden de meeste Afrikaanse landen wel degelijk groei. En ook in de koloniale periode ervoor.

Tussen de jaren zeventig en begin jaren negentig stortten vele Afrikaanse economieën in, door oorlogen, plundering en ook door desastreuze aanpassingsprogramma's opgelegd door instellingen als het IMF die de landen met fout beleid en een onbetaalbare schuldenlast opzadelden. Daarna volgden meer stabiliteit en de groei waarvan het internationale bedrijfsleven nu zo verrukt is. De vraag moet volgens Jerven dus zijn: waarom was er eerst groei, toen een periode van neergang en nu weer een opleving?

Zo kijken academici meestal naar de economische geschiedenis, waarom dan niet in het geval van Afrika? Hij wijt dat aan een subcultuur van 'ontwikkelingseconomen', vaak auteurs van gepopulariseerde boeken met een lekkere, prikkelende stelling. Hij hekelt bijvoorbeeld Paul Collier, die een bestseller had met The Bottom Billion, de miljard wereldburgers aan de onderkant, die volgens Jerven niet bestaan omdat de statistieken over inkomen van de armen niet volledig zijn.

Akinwumi Adesina (tweede links) werd op 1 september benoemd tot nieuwe president van de African Development Bank. Beeld anp
Akinwumi Adesina (tweede links) werd op 1 september benoemd tot nieuwe president van de African Development Bank.Beeld anp

Informele sector

In hun zoektocht naar een antwoord op 'waarom Afrika faalt', komen economen met steeds andere verklaringen, die steeds minder economisch zijn. Want wat is nou eigenlijk 'goed beleid', vraagt Jerven. Meestal wordt daarmee een terugtredende overheid bedoeld, maar juist in de vroege jaren met groei had je overal actieve, zo niet socialistische regeringen die hun ontwikkelingsmodellen uitprobeerden met vaak meer resultaat dan nu wordt gedacht. Uiteindelijk komen sommige economen, schampert Jerven, in hun wanhoop uit op: misschien is Afrika mislukt omdat er Afrikanen wonen.

Maar die Afrikanen doen het beter dan de cijfers van het bbp laten zien. De informele sector, die in Afrika zo belangrijk is voor inkomens, ontbreekt of wordt te laag geschat in de cijfers. Hetzelfde geldt voor een flink deel van de landbouw. Een deel van de recente groei is dus een statistische kwestie: wat vroeger niet werd meegeteld, wordt dat nu wel.

Het bbp is een duidelijke indicator, maar dan komen de echte vragen pas, meent Jerven. Het zegt niets over de ongelijke verdeling van inkomen. Het verhult waar het groeigeld naartoe gaat: vaak naar het buitenland als daar de investeerders zitten. De effecten van de groei op de economische structuur van een land zijn het belangrijkst: worden er fabrieken gebouwd, wegen aangelegd, onderwijs uitgebreid, banen geschapen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden