Adviseurs boos over zwalkbeleid energielabel

Adviseurs zijn boos over het gedoe met het energielabel. Wie zijn huis wil verkopen, moet zo'n label overleggen. Maar niemand vraagt het aan.

Het inzetten op energiebesparing bij bestaande woningen en kantoren is een van de manieren om de recessie te lijf te gaan. Tot deze conclusie kwam het Centraal Plan Bureau (CPB) vorige maand. Maar de kans lijkt klein dat de theorie van het CPB de komende jaren praktijk gaat worden. Gekrakeel onder energielabelaars en -adviseurs zijn er, samen met zwalkend en niet al te doortastend Haags beleid, de oorzaak van dat Nederland op dit gebied in de afgelopen zeven jaar van koploper in Europa tot rodelantaarndrager is geworden.

Het idee achter de twee vliegen die volgens het CPB met deze ene klap geslagen moeten worden, is simpel: de maatregelen – zoals het aanbrengen van dubbel glas en isolatie of de installatie van hoogrendementsketels – zijn op korte termijn uitvoerbaar en creëren werkgelegenheid bij bedrijven die door de crisis worden getroffen.

En omdat er veel meer bestaande gebouwen zijn dan er jaarlijks worden bijgebouwd, zijn de milieueffecten van deze maatregelen ook veel groter dan maatregelen die gericht zijn op nog te bouwen kantoren en woningen.

Dat brancheverenigingen van bouw- en installatiebedrijven en clubs als FNV Bouw en Het Klimaatbureau zich met groot enthousiasme op het CPB-rapport stortten, is dus niet verwonderlijk.

Ook Meer Met Minder (MMM) was verheugd met het rapport. Het projectbureau werd in 2007 in het leven geroepen door de overheid en een aantal brancheverenigingen om voor het jaar 2020 de overheidsdoelstelling te realiseren van 30 procent minder energieverbruik in 2,4 miljoen bestaande kantoren en woningen.

Maar de bevindingen van het CPB hebben een wrange bijsmaak voor veel zogeheten EPA-adviseurs (van ‘Energieprestatie-Advies’), de mensen die woningen en kantoren sinds 2002 voorzien van energielabels en eigenaren advies geven over verduurzaming van bestaande gebouwen.

Isabelle Sternheim, directeur van het EPA-centrum Nederland, zegt: ‘Wij werden al in 2002 op het ministerie van Economische Zaken uitgenodigd, waar we te horen kregen dat labeling en advieswerk vanaf dat moment heel veel werkgelegenheid zouden gaan opleveren. Het ministerie moedigde ons actief aan om deze branche uit de grond te stampen.’

Sternheim zegt dat veel mensen zich, ‘met het verhaal van EZ over werkgelegenheid in het achterhoofd’, in de kosten hebben gestoken om alle benodigde EPA-certicaten te halen. De certificeringsinstelling KBI heeft ze inmiddels aan ruim 350 bedrijven uitgegeven, maar de markt voor energielabels, constateert Sternheim, ‘is nooit van de grond gekomen’.

Volgens haar is de belangrijkste oorzaak dat particulieren geen enkele reden hebben om de benodigde investeringen te doen. De labels moeten sinds 1 januari 2008 weliswaar verplicht worden overlegd bij de verkoop van een pand, maar er bestaat geen sanctie voor gebouweigenaren die dat niet doen.

‘Woningbezitters en eigenaars van kantoorpanden doen dit soort investeringen alleen als er een noodzaak is’, zegt Sternheim. ‘Nu ontbreekt die volledig.’ Ze haalt Groot-Brittannië aan als voorbeeld van een land waar het beter is geregeld. ‘Daar moet je 600 pond betalen als je geen energielabel kunt overleggen bij verkoop.’

Pieter Levenbach, oud-voorzitter van de AvEPA (Associatie van Energie Prestatie Adviseurs), sluit zich aan bij Sternheim: ‘In 2006 is Nederland door Brussel gedwongen die energielabels in te voeren. Waarom Nederland er niet aan wilde, weet ik niet, maar er is hard gelobbyd door Nederland om ervan af te komen. Toen Brussel bleef volhouden dat het moest, heeft de Nederlandse regering gekozen voor de meest minimalistische invulling van de regels. Dat is ten koste gegaan van de effectiviteit.’

Meer Met Minder moet zich nadrukkelijk gaan bezighouden met het verminderen van de papieren rompslomp voor particulieren die met het aanvragen van informatie en subsidie gepaard gaat. Maar de oprichting van de club zal noch volgens Sternheim, noch volgens Levenbach iets veranderen aan de acceptatie en effectiviteit van het label . Sterker nog, zegt Sternheim: ‘Dit is het zoveelste ding waaraan EPA-adviseurs zich moeten aanpassen. We hebben alle certificaten die we moeten hebben, en nu moeten we weer 500 euro gaan betalen om een cursus te doen die nodig is om via Meer Met Minder maatwerkadvies te mogen geven.’

Ervoor kiezen dat niet te doen, is volgens Levenbach ‘bijna geen optie’. ‘De subsidies van het rijk verlopen straks via Meer Met Minder. Wil jij die aan je klanten doorberekenen, dan kan dat alleen als je bij MMM bent aangesloten.’

Adviseurs moeten MMM straks 40 euro betalen per uitgebracht advies. Dat zet kwaad bloed, zegt Levenbach. ‘Het is volkomen absurd. Er wordt weer een ambtenarenapparaat boven op de markt gezet dat buitensporig veel macht en invloed krijgt.’ Sternheim: ‘Het milieu is een vehikel geworden om geld mee te verdienen. Dat zie je nu ook bij Meer Met Minder. En zolang er nog geen sanctie staat op het niet hebben van een label, is het probleem niet opgelost.’

SP-Tweede Kamerlid Paulus Jansen kan zich goed voorstellen dat veel EPA-adviseurs er inmiddels ‘doodziek’ van worden. ‘Zij zijn jarenlang van het kastje naar de muur gestuurd, en dan krijgen ze nu dit weer.’ Ook hij benadrukt dat huizen en kantoorpanden pas verduurzaamd zullen worden als de overheid mensen daartoe aanzet met financiële prikkels. Zijn voorstellen daartoe heeft hij net ‘voor de vierde keer in een aantal jaren’ aan de minister gestuurd, zegt hij.

Chris Bruijnes, programmadirecteur van MMM, herkent zich niet in de kritiek. ‘We zijn geen ambtenaren en we hebben geen winstoogmerk. De 40 euro die vanaf 2010 betaald moet worden per advies, hebben we nodig om de markt te kunnen ondersteunen. Het is bovendien een relatief klein bedrag. De omzet per opdracht bedraagt duizenden euro’s.’

Ook de kritiek dat EPA-adviseurs min of meer gedwongen worden zich bij MMM aan te sluiten omdat ze anders geen subsidies aan de klant zouden kunnen doorberekenen, weerspreekt hij. ‘De overheid zet generieke middelen in. Die mag ze niet eens door één partij laten gebruiken.’ En over het ontbreken van een sanctie: ‘Dat is nou eenmaal de afspraak die in het convenant is gemaakt.’

Diederik Samsom, Tweede Kamerlid van de PvdA, denkt dat het chagrijn bij de EPA-adviseurs vooral historisch is te verklaren. Tegen Meer Met Minder heeft hij niks. ‘Het moet zich nog bewijzen, en we moeten sowieso een tandje of vijf bijschakelen om de overheidsdoelstellingen te realiseren. Maar als er een club is die ervoor zorgt dat mensen makkelijker aan subsidies komen en minder papierwerk hebben, hoor je mij niet klagen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.