Analyse Pensioenstelsel

Achter de schermen voltrekt zich de metamorfose van ons pensioenstelsel

Een volledig nieuw pensioenstelsel in 2020, met de zegen van bazen, bonden, zzp’ers én overheid. Als dat klinkt als een herculestaak, dan dekt het de lading.

Beeld Tijmen Snelderwaard

Ons pensioenstelsel, de collectieve verzekering die ons een onbezorgde oude dag garandeert, gaat op de schop. Ogenschijnlijk onverwoestbare pilaren hebben ruim een halve eeuw het stelsel gestut. Maar in dit decennium, de jaren tien van de 21ste eeuw, gaan ze tegen de vlakte. De heilige ‘65’ sneuvelde al. De volgende pilaar de geldtransfer van jong naar oud wankelt.

Minister Wouter Koolmees (D66) van Sociale Zaken zou het liefst zo snel mogelijk de sloopkogel door het stelsel halen. Als in onze vergrijzende samenleving de jongeren van nu straks ook nog op pensioen moeten kunnen rekenen, dan is een grondige verbouwing nodig, meent hij.

Op zijn pad vindt hij de vakbonden en de werkgeversorganisaties. Deze sociale partners zijn, elk om eigen redenen, huiverig voor Koolmees’ hervormingsdrang. De bonden hebben veel ouderen in de achterban, mensen die hun verworven zekerheden niet kwijt willen. De bazen houden van rust op de werkvloer (in plaats van vakbondsacties) en zien hun oude (vaak dure) werknemers graag bijtijds met pensioen gaan.

De minister kan niet om deze organisaties heen, werkgevers en werknemers zitten in de besturen van de pensioenfondsen. Bonden en bazen zijn al jaren in verwoede pensioenonderhandelingen verwikkeld. Deze week lekte een concept van hun plannen uit naar De Telegraaf. Meteen klonk de stellige reactie uit de polder: er is géén akkoord. Negeer de krant, riepen bonden en werkgevers waarna ze de luiken weer dichtgooiden.

Maar het conceptstuk, een voorlopige afspraak tussen werkgeversclub VNO-NCW en de grootste vakbond FNV, verdient wel degelijk onze aandacht. Ingewijden bevestigen dat dit document de denkrichting van de onderhandelaars weergeeft. Wat we ervan leren: ook de hoeders van het stelsel zijn bereid om (voorzichtig) pilaren af te breken.

(Later) langer doorwerken

Koolmees streeft een paar principes na. Eén: hoe ouder we worden, hoe langer we werken. Twee: jong betaalt niet meer voor oud, maar iedereen die werkt, vult over de jaren een eigen pensioenpotje.

Het eerste doel heeft hij al bereikt. In 2012 was hij als D66-Kamerlid een van de architecten van een politiek akkoord waarin de (versnelde) verhoging van de AOW-leeftijd werd beklonken. Inmiddels is wettelijk vastgelegd dat iedereen in 2021 moet doorwerken tot 67 en dat de pensioengerechtigde leeftijd daarna meegroeit met de levensverwachting.

Dit gaat te hard, zeggen FNV en VNO-NCW. ‘Dit is op termijn menselijk en maatschappelijk onhoudbaar.’ Zij willen de klok tot 2020 stilzetten op 66 en dan in vijf jaar stapsgewijs naar 67. Een volgend kabinet moet bezien of en hoe de AOW-leeftijd verder stijgt.

Pijnlijk voor Koolmees: hij heeft zich persoonlijk ingespannen voor langer doorwerken. Als hij op de rem trapt die de sociale partners hem voorhouden, kost het de schatkist bovendien miljarden euro’s. Een lichtpuntje voor de minister: de strijd gaat over tempo, niet over het principe.

Werkgevers en werknemers pleiten tegelijkertijd voor verzachtende maatregelen: vooruit, we werken allemaal tot op latere leeftijd, maar geef ouderen bijvoorbeeld de mogelijkheid om (fiscaal aantrekkelijk) in deeltijd te gaan werken. En sta bedrijven en werknemers toe om in sommige gevallen afspraken te maken over vervroegd pensioen.

Beeld Tijmen Snelderwaard

Jong betaalt niet meer voor oud

Morrelen aan de verhoogde leeftijd zal voor Koolmees een bittere pil zijn. Maar er staat het een en ander tegenover. Werkgevers en werknemers zijn bereid de ‘doorsneesystematiek’, waarbij jong meer betaalt aan de pensioenkas dan oud, aan te pakken. Het geld dat een jonge werknemer inlegt in de pensioenpot levert over de jaren heen meer beleggingsrendement op dan de premies van een oudere werknemer die bijna met pensioen gaat. Toch bouwen jong en oud evenveel pensioen op.

Wie de eerste twintig jaar van zijn carrière voor een baas werkt en de tweede twintig voor zichzelf, levert een grotere bijdrage maar ziet daar relatief weinig van terug. Het kabinet wil van dit systeem af. Een alternatief is bijvoorbeeld dat jongeren meer pensioen opbouwen (en op latere leeftijd minder).

De sociale partners durven deze sprong te maken, maar enkel onder ‘stringente voorwaarden’. Werknemers boven de 45 die plots minder pensioen opbouwen, moeten worden gecompenseerd. Dit moet worden vastgelegd: de vakbonden willen voorkomen dat deze minister een compensatie belooft en een volgende minister hier weer op beknibbelt.

Het is een stap richting de door Koolmees gewenste individuele pensioenpotjes: iedereen bouwt het pensioen op dat past bij zijn carrière. Maar de sociale partners willen onder geen beding de term ‘individuele potjes’ gebruiken. De bonden vrezen dat het collectieve karakter van het pensioenstelsel in gevaar zou komen. Wie persoonlijke potjes introduceert, suggereert dat de eigenaar daar vrij over kan beschikken: en weg is de collectiviteit.

Een fluctuerend pensioenresultaat

De sociale partners zetten een tweede grote stap: van een fluctuerende premie en een gegarandeerd pensioen naar een vaste premie en een wisselende hoeveelheid geld voor de oude dag. De inhoud van de kassen van de pensioenfondsen is in grote mate afhankelijk van de opbrengst van beleggingen. Pensioenfondsen zijn nu gedwongen de premies aan te passen aan de behaalde rendementen.

Werkgevers en werknemers stellen voor om een nieuw ‘pensioencontract’ te introduceren, gericht op beleggingsresultaat. Een sector kan vervolgens in de cao met de werknemers een afspraak maken over de hoogte van de premie en wat die inleg aan het eind van de rit ongeveer zou moeten opleveren. Alle deelnemers delen samen de risico’s: als het resultaat tegenvalt, voelt iedereen dit.

Een ingrijpende stap, vooral voor de vakbeweging. Het pensioen is niet langer een gegeven, maar een fluctuerend risico. Maar er kleeft ook een groot voordeel aan: omdat de pensioenen meebewegen met de omvang van de kas hoeven pensioenfondsen geen ruime buffers meer te hanteren. Dat geld kan gebruikt worden om te ‘indexeren’, de hoogte van de pensioenen te laten meegroeien met de inflatie.

Zo’n nieuw, op rendement gericht contract zou het ook makkelijker moeten maken voor zzp’ers om deel te nemen, menen de sociale partners. Ze willen het voor zelfstandig ondernemers simpeler maken pensioen op te bouwen. Een harde verplichting voor zzp’ers zit niet in de plannen, hoewel vakbonden dit wel zouden toejuichen. Werkgevers zitten er niet op te wachten, het zou het inhuren van zzp’ers duurder maken.

Het inkijkje dat we deze week kregen in de hoofden van bonden en bazen is een tussenstand, een inzet in onderhandelingen met een nog onzekere uitkomst. Koolmees hoopt in 2020 een nieuw stelsel in wetten te hebben verankerd. Of hij die deadline gaat halen, is de vraag: de belangen zijn groot en de meningsverschillen nog groter. Wat zeker is, is dat ons pensioen gaat veranderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.