Nieuws Methaanuitstoot

Aardgaswinning mogelijk veel schadelijker voor klimaat dan gedacht

Methaan, een belangrijk broeikasgas, ontstaat vooral bij de veehouderij. Slechts 2 procent van de uitstoot zou komen uit de aardgaswinning, zo veronderstelden de rekenmodellen die al twintig jaar worden gehanteerd. Maar nu TNO een keer ging meten in plaats van rekenen, blijkt de aardgaswinning in Groningen verantwoordelijk voor misschien wel 20 procent van de methaanuitstoot.

Gaswinnings- en gasbehandelingslocatie bij Zuidbroek, Groningen. Foto Harry Cock

Nederland is een van de achterlopers waar het gaat om het verminderen van broeikasgas. De Nederlandse prestaties zijn, kort gezegd, beroerd. En de behaalde resultaten zijn niet te danken aan het verminderen van de uitstoot van CO2, maar aan het verminderen van de uitstoot van methaan, een veel sterker broeikasgas dan CO2.

Het ene broeikasgas is sterker dan het andere. Bij het berekenen van de uitstoot van broeikasgassen worden alle gassen omgerekend naar tonnen CO2, zodat er uiteindelijk toch één cijfer uit komt. Zo stootte Nederland in 2016 195,2 miljoen ton broeikasgas uit, omgerekend naar CO2, maar daarvan was slechts 165,7 miljoen toch échte CO2. De rest werd gevormd door omgerekende tonnen methaan (1 ton methaan staat gelijk aan 25 ton CO2), lachgas en enkele andere gassen. Voor zover Nederland vooruitgang boekte met het terugdringen van broeikasgassen, ging het om deze groep, want de uitstoot van echte CO2 groeide zelfs een beetje.

Van alle broeikasgassen is, na CO2, methaan de belangrijkste. Dat gas kennen we vooral als het hoofdbestanddeel van aardgas, en verder als moerasgas en gas uit de magen en darmen van runderen. Met 18,6 miljoen ton (omgerekend naar CO2) is dit gas goed voor bijna 10 procent van Nederlands broeikasgassen. Sinds 1990 is die uitstoot gehalveerd, en dat verklaart de helft van Nederlands klimaatprestatie.

Bij broeikasgassen denkt iedereen meteen aan CO2 en dat is een beetje terecht. De mondiale broeikas bestaat voor 72 procent procent uit CO2. Maar methaan heeft een flink aandeel: 19 procent. Daarvan komt 25 procent uit de winning van kolen, olie en gas, 23 procent van vee en 10 procent uit de productie van rijst.

Rekenwerk op de tocht

Althans: dat dachten we. Maar plotseling lijkt de bodem weg te vallen onder een belangrijk deel van die cijfers. Want de uitstoot van al die gassen wordt niet zozeer gemeten, als wel berekend. Al jarenlang rapporteert het RIVM over de stand van zaken in zijn jaarlijkse ‘inventarisatierapporten’ op basis van rekenmodellen.

Maar nu lijken de cijfers uit dat rekenwerk van RIVM op de tocht te staan. Een groep onderzoekers, waaronder TNO, heeft nu gemeten hoe hoog de uitstoot is en daar gaan alle zekerheden. Het onderzoek werd gedaan in 2016 in het gebied ten noorden van de lijn Harlingen-Hoogeveen.

Die keuze was niet toevallig. Het onderzochte gebied is het gebied van de Groningse gasvelden. Overal waar aardgas wordt gewonnen, verdwijnt een klein deel daarvan in de lucht. Kleppen, aansluitingen: overal kunnen minieme hoeveelheden weglekken. Incidenteel wordt er gas de lucht in geblazen als bij werkzaamheden de druk van een stuk leiding moet worden gehaald. In Nederland was die lekkage echter, volgens de gehanteerde rekenmodellen, slecht een fractie van de lekkages in de Verenigde Staten. De opdrachtgever van het TNO-onderzoek, de internationaal opererende milieu-organisatie Environmental Defense Fund (EDF), wilde wel eens weten hoe dat zat.

Vuilnisbelt of veehouderij

TNO zette een vliegtuig in en een meetwagen, die aan de grenzen van het omlijnde gebied de concentratie van methaan maten. Met gegevens over windrichting erbij konden de onderzoekers zo vaststellen hoeveel methaan er in het gebied zelf werd uitgestoten.

Daarmee was nog niet te zeggen wat de bron was van die uitstoot. Kwam het uit een vuilnisbelt? Een verdroogd veengebied? De veehouderij? Uit aardgaswinning?

Om vast te stellen welk deel van de gevonden methaan uit aardgas komt, had TNO een truc bedacht. In Gronings gas zit een vast percentage ethaan, en andere bronnen van ethaan zijn er niet. Door te meten hoeveel ethaan er werd uitgestoten, was precies vast te stellen hoeveel van de gevonden methaan ook uit aardgas afkomstig was.

De uitkomsten bevatten twee grote verrassingen. De eerste is: Nederland stoot veel minder methaan uit dan tot nu toe wordt aangenomen. In het meetgebied werd een methaanuitstoot gevonden van 8 ton per uur (met een onzekerheidsmarge van 2 ton), aanzienlijk minder dan de 14 ton die volgens de rekenmodellen van RIVM zou worden uitgestoten.

Blije conclusie

Dat is een blij-stemmende conclusie, maar juist deze wordt onmiddellijk door de onderzoekers zelf grondig weggenuanceerd. ‘We hebben in 1 week in 2016 gemeten’, zegt René Peters van TNO. In die week weet hij behoorlijk zeker hoe hoog de uitstoot was, ‘maar als we in een andere week zouden meten, met ander weer en andere omstandigheden, kan de uitkomst weer heel anders zijn.’

De andere verrassing laat zich wat minder makkelijk wegredeneren: de lekkage van aardgas bleek veel groter dan was aangenomen. Tot nu toe werd aangenomen dat de gaslekken goed waren voor 1,9 procent van alle methaan-emissies, maar volgens het TNO-onderzoek was het in het meetgebied maar liefst 20 procent. Weliswaar met een enorme onzekerheidsmarge, waardoor Peters van TNO uiteindelijk moet zeggen: ‘Het ligt tussen de 0 en 51 procent’, om er aan toe te voegen: ‘Maar het is wel zo goed als zeker veel meer dan was verwacht.’ Het komt er op neer dat we dachten te weten hoe het zat, met die methaanuitstoot. En nu blijken we juist heel weinig te weten.

Michiel van Weele, klimaatonderzoeker bij het KNMI en onder meer betrokken bij de lancering van de Tropomi-satelliet (een satelliet ter grootte van een pak melk) die luchtvervuiling nauwkeurig in kaart brengt, is opgetogen over het onderzoek van TNO. ‘Er zijn veel vragen rond de uitstoot van methaan, en de manier waarop TNO heeft vastgesteld welk deel van aardgas afkomstig is, geeft echt nieuwe inzichten.’ Net als TNO zelf, twijfelt hij wel sterk aan de bevinding dat de uitstoot als geheel aanzienlijk minder is dan aangenomen. ‘We weten tamelijk goed hoe hoog de concentratie van methaan is, en ook hoe hoog de totale uitstoot is. Wat we niet goed weten is de bron. Dat is een belangrijke toevoeging van het TNO-onderzoek.’

'Gedegen wetenchappelijk stuk'

Ook de organisatie van olie- en gasbedrijven Nogepa noemt het onderzoek van TNO ‘een gedegen wetenschappelijk stuk’. Maar volgens Jo Peters (geen familie van René Peters van TNO), secretaris-generaal van Nogepa, is de foutenmarge in het onderzoek zo groot dat je nog niet kunt zeggen hoeveel methaan is te wijten aan de gasindustrie. ‘Misschien is het 20 procent. Misschien is het 2 procent. De boodschap is dat er meer onderzoek nodig is, en dat steunen wij volledig.’ Het TNO-onderzoek lijkt meer oude zekerheden te hebben geslecht dan nieuwe te hebben opgeleverd. 

Vermindering van broeikasgassen op de boerderij: 'De meeste methaan zit in boeren en scheten van koeien'

Jawin Klein Hegeman speelt met zijn koeien een subtiel spel om de methaanuitstoot zo laag mogelijk te houden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.