Aanpak hoge lonen zorgbestuurders 'ingewikkeld'

De SP wil dat bestuurders in de zorg niet meer verdienen dan premier Balkenende. Dat lijkt te simpel geredeneerd.

Door Jet Bruinsma

Inkomens van tonnen, soms inclusief bonussen van tienduizenden euro’s, zijn geen uitzondering bij topbestuurders in de thuiszorg. Ook gouden handdrukken die het veelvoud zijn van een jaarsalaris wekken geen verbazing meer. Dit nog afgezien van de interim-managers, die in barre tijden te hulp worden geroepen voor een forse dagvergoeding. Maar tegelijkertijd worden de cliënten geconfronteerd met wachtlijsten en het personeel met ontslag of slechtere arbeidsvoorwaarden.

Niet zo vreemd dus dat de Socialistische Partij (SP) deze week een anonieme lijst publiceerde van de ‘grootverdieners’ in de thuiszorg, die vaak aanzienlijk meer verdienen dan de 186 duizend euro die premier Balkenende jaarlijks ontvangt. De partij van Agnes Kant verzet zich al jaren tegen de marktwerking in de (thuis)zorg, die uit de collectieve premies wordt betaald en voor ieder toegankelijk moet zijn.

Maar de situatie is ingewikkelder dan de SP suggereert. Thuiszorg is vaak onderdeel van een groter zorgconcern, waartoe bijvoorbeeld ook verpleeghuizen, gehandicaptenzorg en een ziekenhuis behoren. De SP maakt geen onderscheid tussen grote en kleine zorgbedrijven. In hun eigen salarisregeling houden zorgbestuurders wel rekening met omzet, personeelsbestand en complexiteit van de organisatie. Ook daarom lijkt een begrenzing van alle zorgsalarissen tot het niveau van de premier willekeurig. Zeker voor een sector die, aangespoord door overheid en politiek, hard bezig is zich te ontwikkelen tot een sterke speler op de markt van gezondheid en geluk.

Marktwerking vraagt, in die optiek, om krachtige bestuurders, die omzet en marktaandeel weten te vergroten. Alleen dan kan de zorg efficiënt werken en tegelijk een financiële buffer kweken om dips in de markt op te vangen. Sterke bestuurders hebben nu eenmaal hun prijs. Over winst wordt in de zorg nog niet zo heel veel gesproken, maar juist in de thuiszorg mag sinds 2006 winst aan aandeelhouders worden uitgekeerd. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) pleitte er deze week voor dat over twee jaar ook voor ziekenhuizen mogelijk te maken.

De meeste aandeelhouders in thuiszorg-bv’s zijn overigens stichtingen, die zelf geen winst mogen maken. Of individuele investeerders of bv-eigenaren rijk worden van de thuiszorg, is onduidelijk. Transparantie, waar voor- en tegenstanders van marktwerking hartstochtelijk voor pleiten, is hier juist een groot probleem. Weliswaar moeten sinds enkele jaren de salarissen van de bestuurders worden gemeld in de (openbare) jaarverslagen, maar de financiële verhouding is tussen de stichting en bv-bestuurders is vaak onhelder.

Dat in zo’n schemerzone de verleiding van fraude op de loer ligt, is niet vreemd. Het Openbaar Ministerie onderzoekt momenteel mogelijke fraude door voormalige bestuurders van de Drentse thuiszorgorganisatie Icare. Het aftoppen van de salarissen tot de Balkenende-norm, zoals de SP en andere partijen willen, is misschien niet het belangrijkste als politici greep willen op een sector die zij zelf de markt hebben opgejaagd. Helderheid en controleerbaarheid lijken harder nodig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden