Aandelenindex van de eeuw

Wie zich in 1900 op de aandelenmarkt had begeven, was aanvankelijk van een koude kermis thuisgekomen. De beursbonanza begon pas in 1952....

EEN fles champagne (Moët Chandon Brut Imperial) kostte een eeuw geleden in Nederland ruim negen gulden. Dat was peperduur. Weinig Nederlanders lieten bij de vorige eeuwwisseling dan ook de kurken knallen. Wie op oudejaarsavond 1899 niet gewoon om negen uur zijn bed had opgezocht, vierde het evenement met een glas warme melk of een glaasje brandewijn.

Het kopen van aandelen was mogelijk nog extravaganter dan het drinken van champagne. Het was aanvankelijk ook een veel grotere geldverspilling.

Wie op 31 december 1899 voor duizend gulden aandelen had gekocht, had op 31 december 1949 de waarde van dit pakket zien dalen tot 690 gulden. Het ergste was nog niet voorbij. Op oudejaarsavond 1952 waren de aandelen nog maar zeshonderd gulden waard: een koersverlies van 40 procent. Water in plaats van champagne.

In de beleggingswereld is het een Wet van Meden en Perzen dat aandelen het op lange termijn beter doen dan obligaties. Maar het hangt er wel vanaf welke lange termijn men kiest.

In de eerste vijftig jaar van deze eeuw deden aandelen het helemaal niet zo goed, zo blijkt uit de Aandelenindex van de Eeuw die in opdracht van de Volkskrant is samengesteld door het CBS en Life, een economisch onderzoeksinstituut van de Universiteit Maastricht. Europa werd geteisterd door twee wereldoorlogen en een economische crisis die de beurs bepaald geen goed deden.

De Amsterdamse koersindex die eind 1899 nog op 21,83 stond, halveerde tussen 1920 en 1925. Tussen 1929 en 1931 gebeurde dat nog een keer: eind 1932 was de index gedaald tot 4,92, hetgeen betekende dat de waarde van de eind 1899 voor duizend gulden aangekochte aandelen was gedaald tot 225 gulden.

Pas eind 1953 had de beurs zich van de klap hersteld. Daarna werden beleggers met engelengeduld en stalen zenuwen alsnog beloond. In de jaren vijftig verdrievoudigden de aandelenkoersen en in jaren zestig stegen ze met 50 procent. Na een dip in de jaren zeventig vierde het kapitalisme hoogtij: in de jaren tachtig verdrievoudigde de koersindex en in de jaren negentig ging de index bijna vijf keer over de kop.

Indien sprake is van een opklimmende reeks, zou het eerste decennium van de nieuwe eeuw twee keer zo mooi moeten zijn als het laatste van deze eeuw: de Dow Jones zou in dat geval in 2010 op 100.000 moeten staan en de AEX-index op ruim 6.000. Waarom niet? Microsoft-oprichter Bill Gates voorspelde onlangs dat de dynamiek van de economie de komende tien jaar groter zal zijn dan de afgelopen vijftig jaar. Twee Amerikaanse economen concludeerden dit jaar dat de huidige aandelenmarkt 'ondergewaardeerd' is: de Dow zou eigenlijk al op 36.000 moeten staan.

Het koersverloop van de Amsterdamse beurs in de eerste helft van deze eeuw was tot nog toe in nevelen gehuld. In het kader van de eeuwwisseling heeft het CBS in samenwerking met het economisch onderzoeksinstituut Life het koersverloop gereconstrueerd. Hierbij is gebruik gemaakt van gegevens uit de Officiële Prijscouranten, die in het beursarchief worden bewaard.

Uiteindelijk is de index gestegen van 21,83 op 31 december 1899 tot 931,10 op 31 december 1999. Deze stijging, een verveertigvoudiging, is geheel in de tweede helft van de eeuw tot stand gekomen.

Tegelijkertijd heeft Life een obligatie-index van de eeuw berekend. Deze index steeg van honderd eind 1899 tot ruim 5700 punten nu: bijna een verzestigvoudiging.

Toch is het niet zo dat obligaties het daarom ook veel beter hebben gedaan dan aandelen. Kees Koedijk, hoogleraar financiering in Maastricht, zegt dat ook rekening moet worden gehouden met het op aandelen uitgekeerde dividend. Dat is zelfs hoger dan de koerswinst. 'Uitgangspunt voor de vergelijking is het totale rendement. In de eerste helft van de eeuw waren de dividendinkomsten belangrijker dan de koerswinst. Over de gehele eeuw bedroeg de gemiddelde dividenduitkering 5,2 procent. Als je daarmee rekening houdt, komt het totaalrendement op aandelen uit op 8,9 procent.' Dat is weer aanzienlijk hoger dan het gemiddeld rendement op obligaties, dat in de twintigste eeuw op gemiddeld 4,23 procent uitkwam.

Ook het CBS stelt dat het belang van het dividend wordt onderschat. CBS-medewerker Jos van Heiningen: 'Sinds 1983 is onze herbeleggingsindex twee keer zo snel gestegen als de gewone index.' Het blad Beleggers Belangen berekende dat een in 1890 voor duizend gulden aangekocht aandeel Koninkijke Olie nu drie miljoen gulden waard is. 'Maar op dat aandeel is ook twee miljoen gulden dividend uitgekeerd.'

Deze eeuw werd Europa overvleugeld door de VS, blijkt uit de ontwikkeling op de effectenbeurzen. Nederlandse aandelen deden het slechter dan Amerikaanse. Koedijk: 'De oorzaak ligt vooral in de jaren twintig, toen de koersen op Wall Street explodeerden, terwijl ze in Europa implodeerden.'

De koersexplosie van aandelen in deze eeuw hangt nauw samen met de historisch gezien ongekende economische groei. De vraag is of aandelen het in voorgaande eeuwen net zo goed zouden hebben gedaan als in deze eeuw. Vrijwel zeker niet. Maar vergelijkingen zijn niet echt mogelijk. Weliswaar kent Amsterdam al sinds het begin van de zeventiende eeuw een effectenhandel, het duurde tot eind negentiende eeuw voordat hier gereguleerde prijzen tot stand kwamen.

Nu zijn die er wel. Een fles Moët & Chandon Brut Imperial kost vandaag de dag zestig gulden. Dat de meeste Nederlanders tegenwoordig niet op een flesje meer of minder hoeven te kijken, is veelbetekend voor de welvaartsgroei in deze eeuw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden