Aanbesteding bespaart belastinggeld, maar betaalt de werknemer het gelag?

'De bescherming van de factor arbeid tegen verkeerd aanbesteden is onvoldoende'

Lagere overheden kopen jaarlijks voor miljoenen euro's diensten in. Goede service voor een goede prijs, luidt de theorie. Maar als de buschauffeur niet meer kan plassen en de thuiszorger geen zorg kan verlenen, gaat er iets mis.

Stakende buschauffeurs donderdag op het lege busstation Jaarbeurszijde in Utrecht. Foto ANP

Het leek wel Back to the Future, een sprong terug naar de tijd dat de vakbonden Nederland nog lam konden leggen. Gansch het raderwerk stond nog net niet stil, maar de duizenden buschauffeurs die donderdag staakten voor meer loon en plaspauzes kwamen verdomd ver. Bijna alle bussen bleven 24 uur lang in hun remises staan en ook trambestuurders en machinisten bleven op sommige plekken thuis.

De Nederlandse buschauffeurs voelen zich uitgeknepen. Ieder jaar dezelfde busroutes, maar telkens een stukje sneller. Een halve minuut wachten op een aanrennende passagier? Dat gaat af van je lunchkwartier. Voor plassen is nauwelijks tijd, klagen chauffeurs. Soms kunnen zij pas na vier uur achter het stuur naar het toilet.

Race naar de bodem

De kiem van de stijgende werkdruk? Als je het de vakbonden vraagt: het Nederlandse aanbestedingsbeleid. Een vervoerder als Arriva moet een haarscherp bod uitbrengen op een concessie voor een bus- of treinroute omdat de concurrentie er anders mee vandoor gaat. Op het gebied van salarissen kunnen de vervoersbedrijven niet meer met elkaar concurreren - want die liggen vast in de cao. Dus schroeven de vervoerders het werktempo op, zodat er minder chauffeurs en bussen nodig zijn om hetzelfde werk te doen.

Buschauffeurs staan niet alleen in hun kritiek op de gevolgen van de aanbestedingen. Ook schoonmakers, thuiszorgers, spoorpersoneel, beveiligers en gehandicaptenvervoerders klagen steen en been over de race naar de bodem in hun metier. Gemene deler van al deze onvrede: steeds zijn gemeenten en provincies de opdrachtgever.

In theorie prachtig

Vanaf een bedrag van 221 duizend euro moeten overheden diensten openbaar aanbesteden. Het lijkt zo simpel: de beste kwaliteit kiezen voor de beste prijs. In het ideale geval profiteert iedereen: de bus rijdt op tijd, kaartjes zijn niet te duur, de vervoerder maakt een leuke winst, de belastingbetaler hoeft niet onnodig krom te liggen en weet dat de opdracht niet in het geniep aan de beste vriend van de wethouder is gegund. En de buschauffeur zit fluitend achter het stuur. In de praktijk betalen werknemers dikwijls de prijs voor scherpe aanbestedingen. Maar wiens schuld is dat?

De vakbonden moeten harder met de vuist op tafel slaan, zegt Pieter Kuypers, hoogleraar Europees en nationaal aanbestedingsrecht aan de Radboud Universiteit. 'De aanbestedingen zijn niet per se het probleem. Als je buschauffeurs een plaspauze van 20 minuten wilt geven, kun je dit in de cao vastleggen. De cao geldt meteen voor alle buschauffeurs van alle vervoerders in Nederland. Dat staat dus los van de aanbestedingen.'

'Doorgeschoten marktwerking'

Makkelijker gezegd dan gedaan, vindt Paula Verhoef, die namens de FNV over de streekvervoer-cao onderhandelt. 'Wij vinden ook dat je zaken als plaspauzes in de cao zou moeten zetten. Maar de vervoersbedrijven worden niet concreet, willen niets in beton gieten.'

'De bescherming van de consument is in Nederland goed geregeld', zegt Kees Blokland, voorzitter van de Stichting Code Verantwoordelijk Marktgedrag. 'Maar de bescherming van de factor arbeid tegen verkeerd aanbesteden is onvoldoende. De overheid is er ook om werknemers te beschermen tegen de uitwassen van marktwerking', zegt Blokland, wiens code een leidraad is voor gemeenten en bedrijven om 'doorgeschoten marktwerking' tegen te gaan.

Papieren werkelijkheid

Het zijn vaak lagere overheden die de aanbestedingen uitvoeren - ook in het geval van het openbaar vervoer. Zij weigeren zich de zwarte piet te laten toeschuiven in het conflict tussen vervoerders en chauffeurs. Jan van Selm, directeur van OV-bureau Groningen Drenthe, een samenwerkingsverband van de twee provincies: 'Inderdaad kopen wij het openbaar vervoer in, maar wij zijn geen partij in dit spel. Wat zich nu afspeelt, is een zaak tussen werkgever en werknemer.'

Provincies stellen geen speciale eisen aan bijvoorbeeld de werkdruk voor buschauffeurs omdat de eisen daarvoor al zijn vastgelegd in cao's en wet- en regelgeving, zegt Van Selm. 'Wij gaan er van uit dat een aanbieder zich aan de wet houdt. Verder stellen wij geen eisen.'

Nederlandse overheden laten andere aspecten dan alleen de prijs heus meewegen bij aanbestedingsprocedures, zegt Koert van Buiren, zakelijk directeur van SEO Economisch Onderzoek. Maar als de aanbesteding eenmaal wordt uitgevoerd, blijken die kwaliteitseisen vaak een papieren werkelijkheid te zijn. Van Buiren: 'In de praktijk weegt de prijs vaak het zwaarst voor de opdrachtgever.'

Op de tocht

Provincies en gemeenten hebben te weinig oog voor de mogelijke negatieve gevolgen van hun aanbestedingen, bleek uit onderzoek van SEO. Daarvan zijn niet alleen werknemers, maar soms ook werkgevers de dupe. Van Buiren boog zich over de problemen in het speciaal vervoer voor gehandicapten. Sommige taxibedrijven gingen failliet omdat ze te weinig geld kregen van gemeenten, terwijl chauffeurs niet goed wisten hoe ze moesten omgaan met de gehandicapten omdat er geen potje was voor scholing.

'Bouwbedrijven of vervoerders lopen grote risico's omdat ze voor meerdere jaren een verplichting aangaan, tegen een vooraf afgesproken prijs', legt Van Buiren uit. Vaak blijkt achteraf dat het winnende bedrijf de kosten en opbrengsten van de opdracht iets te rooskleurig heeft ingeschat. Er hoeft dan maar weinig mis te gaan om banen of zelfs het voortbestaan van het bedrijf op de tocht te zetten. 'Het lijkt voor overheden dan misschien alsof ze goedkoop uit zijn, maar de maatschappelijke kosten van een te goedkope aanbesteding kunnen groot zijn.'

Meer over