Aan een ondernemer die je kent, wil je best geld lenen

Nu banken het mkb weigeren te helpen nemen kredietunies het stokje over. Zij lenen met veel succes geld van ondernemers uit aan behoeftige collega's. Om wettelijke beperkingen te omzeilen is een aantal kredietunies echter een andere weg ingeslagen. Dat ondermijnt de solidariteit die de oorspronkelijke kredietunies zo bijzonder maakte.

Beeld Marcel van den Bergh

In de twee klaslokalen waar ooit kleuters rondrenden, tekenden en liedjes zongen, heerst een serene stilte. In elk lokaal staat een lijkkist opgesteld. Nabestaanden kunnen 24 uur per dag het lage beige gebouw betreden om afscheid te nemen van de doden die er liggen opgebaard.

Uitvaartondernemer Frits Spierings is trots op zijn nieuwe mortuarium in de Helmondse wijk Hoogeind, dat gefinancierd is met een lening van de Kredietunie Brabant. De Brabantse uitvaartondernemer was al een tijdje op zoek naar een geschikte locatie voor een eigen rouwcentrum. Toen Spierings vorig jaar de voormalige kleuterschool Sint Anna aan de Postelstraat kon kopen, greep hij zijn kans. Maar de verbouwing zou 1,5 ton kosten en dat had Spierings niet op de plank liggen.


Zoals mkb-ondernemers in Nederland plegen te doen, vroeg de Helmonder zijn huisbank om een lening. En zoals mkb-ondernemers in Nederland in zo'n situatie plegen te ervaren, stond de bank niet te springen om Spierings' verzoek te honoreren. Spierings: 'Ik bankier al dertig jaar bij ABN Amro en veertig jaar bij de Rabobank. Maar krediet voor de uitbreiding van mijn bedrijf: dat ging niet. Ze eisten dat ik een nieuwe hypotheek nam op mijn privéwoning en op die van mijn dochter, die samen met mij het bedrijf runt. Ze wilden bij wijze van spreken nog weten hoeveel theelepeltjes ik in de la had liggen. De banken stelden zoveel voorwaarden dat ik dacht: dat schiet niet op.'


Net toen de moed hem in de schoenen zakte, las Spierings over de oprichting van de Kredietunie Brabant. Hij nam contact op met het bestuur van die nieuwe kredietorganisatie en 'binnen twee, drie weken was het geregeld'. In oktober kreeg hij de benodigde lening en op 1 maart opende het mortuarium de deuren.

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Krenterige banken

Sinds de kredietcrisis van 2008 klaagt het midden- en kleinbedrijf luidkeels over de krenterige Nederlandse banken. Die zouden bijna geen geld meer willen uitlenen aan kleinere bedrijven. De cijfers geven de klagende mkb'ers gelijk. De bulk van de mkb-leningen is kleiner dan 250 duizend euro. Volgens De Nederlandsche Bank daalde de bancaire kredietverstrekking in die categorie tussen 2010 en 2012 met 12 procent.


Ook nu de Nederlandse economie aantrekt, blijft de bancaire kredietverlening aan het mkb krimpen. In september 2013 hadden de drie Nederlandse grootbanken 145 miljard euro aan mkb-leningen uitstaan. In maart dit jaar was dat bedrag gedaald naar 134 miljard euro (cijfers DNB).


Als de banken verzaken, moet er een andere oplossing komen voor het mkb, bedachten oud-bankiers Roland Lampe en Paul van Oyen. Hun oplossing heet 'kredietunie'. Samen gingen ze vanaf 2011 de boer op in ondernemerskringen om dit in de vergetelheid geraakte leenmodel nieuw leven in te blazen. Lampe: 'In Angelsaksische landen zijn kredietunies volkomen ingeburgerd. In de Verenigde Staten zijn kredietunies goed voor 6 procent van alle kredietverlening. 70 procent van de Ieren is lid van een kredietunie.'


Een kredietunie is een coöperatieve vereniging van consumenten of ondernemers die elkaar onderling geld uitlenen. Elk lid van de vereniging stort daartoe een bedrag in de centrale verenigingskas. Als een van de leden een lening nodig heeft, legt hij zijn kredietaanvraag ter beoordeling voor aan het bestuur, dat over de aanvraag beslist. De rente en aflossingen die de kredietnemers betalen, vloeien terug in de gemeenschappelijke kas zodat er steeds nieuwe kredieten verstrekt kunnen worden. Een kredietunie heeft geen winstoogmerk. Als er toch winst wordt gemaakt, kan het bestuur besluiten die eens per jaar als dividend uit te keren aan de leden.

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Common bond

Het wezenskenmerk van kredietunies is de 'common bond': een gevoel van solidariteit tussen de leden en een duidelijk gemeenschappelijk belang. Kredietunies zijn daarom altijd óf regionaal óf sectoraal georganiseerd. Alleen ondernemers uit een bepaalde regio kunnen lid worden, of alleen ondernemers uit een bepaalde branche, zoals bakkers of vissers. Lampe: 'De leden moeten elkaar kennen, weten dat ze elkaar kunnen vertrouwen. Als een kredietunie te groot wordt, verzwakt de onderlinge band en de sociale controle en nemen de kredietrisico's toe.'


Het kredietuniemodel doet denken aan de ambachtsgilden uit de Middeleeuwen, maar in feite zijn het primitieve banken. De voorlopers van Rabobank, de Raiffeissen- en boerenleenbanken, begonnen in de 19de eeuw als kredietunies voor boeren en kleine luiden die niet bij de deftige banken terechtkonden.


Leden van een kredietunie lenen elkaar niet alleen geld uit, maar staan elkaar ook bij met goede raad. De kredietnemers krijgen dus niet alleen een lening, maar profiteren ook van de kennis en kunde van hun collega-ondernemers. Door die begeleiding en sociale controle daalt de kans op wanbetaling aanzienlijk, stelt Lampe, die directeur is van de Vereniging van Kredietunies in Nederland (VKN). 'In het buitenland scoren kredietunies die kredieten verstrekken aan ondernemers gemiddeld een wanbetalingspercentage van 0,8 procent.'


Dat klinkt prachtig, maar vijf jaar nadat Lampe en Van Oyen aan het idee zijn gaan trekken verkeren de meeste Nederlandse kredietunies nog altijd in de oprichtingsfase. Er zijn bijna tweehonderd initiatieven om kredietunies te beginnen, maar er zijn er pas 24 operationeel. Krediet verstrekken gebeurt maar mondjesmaat. De bestaande kredietunies hebben tot dusver circa 2 miljoen euro aan het mkb uitgeleend, een druppel op een gloeiende plaat.

Beeld Marcel van den Bergh

Opstartkosten

Dat kredietunies in Nederland zo moeizaam van de grond komen, heeft meerdere oorzaken. Een van de problemen waar aspirantkredietunies op stuiten is de financiering van de opstartkosten, die minstens 50 duizend euro bedragen. De leden willen dat niet betalen, want dan zou van hen een schenking worden gevraagd in plaats van een lening. De kredietunies moeten dus subsidie van provincies of gemeenten lospeuteren voordat ze van start kunnen gaan.


Onbekendheid met het fenomeen kredietunie is een ander obstakel. Uit enquêtes blijkt steeds dat slechts een kleine minderheid van de mkb'ers ervan heeft gehoord. Omdat kredietunies grotendeels draaien op vrijwilligers en geen winst maken, is er geen geld voor publiciteitscampagnes.


Maar het grootste probleem waar Nederlandse kredietunies tegenaan lopen is de strenge wetgeving voor kredietverlenende instellingen. Kredietunies mogen geen 'opvorderbare gelden' aantrekken, want dat mag alleen met bankvergunning. Kredietunies kunnen dus geen spaargeld binnenhalen of obligaties met een vaste looptijd uitgeven. Ze mogen zich alleen financieren met eeuwigdurende leningen. De ondernemers die geld in de kas van de kredietunie storten, moeten dus afzien van elk recht op terugbetaling.


Die leenvoorwaarde is voor een groot aantal potentiële geldschieters onacceptabel. Nogal wat kredietunies in oprichting hebben daardoor moeite voldoende investeerders te vinden. Een bankvergunning aanvragen is ondertussen onbegonnen werk. De regelgeving voor banken is zo streng dat kredietunies daar onmogelijk aan kunnen voldoen.

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

CDA

CDA-Kamerleden Eddy van Hijum en Agnes Mulder vonden dat kredietunies een kans moesten krijgen en namen daarom in 2013 het initiatief voor de Wet Toezicht Kredietunies, die in maart dit jaar de Eerste Kamer passeerde. Onder die nieuwe wet worden de financiële beperkingen voor kredietunies opgeheven, mits ze niet meer dan 10 miljoen euro aan spaargeld en opvraagbare leningen aantrekken. Het wachten is nu op de Europese Commissie. Die moet ook haar goedkeuring geven aan de wet. Dat moet dit najaar gebeuren. Als de nieuwe wet van kracht is, kan het snel gaan, gezien het grote aantal kredietunies-in-oprichting.

Tijdens het lange wachten op een wetswijziging is er verdeeldheid ontstaan tussen kredietunieaanhangers. Om aan de wettelijke restricties te ontsnappen is een aantal kredietunies afgeweken van het klassieke 'centrale kas-model' en heeft voor een andere kredietunievariant gekozen, het 'bemiddelingsmodel'.

Deze kredietunies verstrekken zelf geen kredieten en hebben geen verenigingskas waarin alle leden verplicht geld moeten storten. Zij doen alleen aan kredietbemiddeling. Zo omzeilen ze de strenge regels voor banken. Voor kredietbemiddeling volstaat namelijk een ontheffing van de AFM.

In het bemiddelingsmodel dienen ondernemers die krediet nodig hebben een aanvraag in bij de kredietunie. Het bestuur beoordeelt of de aanvraag aan de voorwaarden voldoet. Als dat zo is, legt het bestuur de kredietaanvraag voor aan de leden. Elk lid kan dan zelf bepalen of hij de onderneming geld wil lenen en zo ja, hoeveel. Dit model lijkt op crowdfunding, maar dan onder een beperkte groep investeerders.

Ongelukkig

Kredietunieprofeet van het eerste uur Roland Lampe is zeer ongelukkig met deze verwatering van het oorspronkelijke concept. 'Bemiddelingsunies zijn géén kredietunies. Ik heb niets tegen crowdfunding, maar noem het dan ook crowdfunding en geen kredietunie.'


Volgens Lampe schept het naast elkaar bestaan van twee organisatiemodellen verwarring bij de doelgroep. Ook is hij van mening dat het bemiddelingsmodel de 'common bond' verzwakt omdat niet alle leden dezelfde kredieten financieren.


'Op de ledenvergadering zijn er straks winnaars en verliezers. De één heeft geld geleend aan een bedrijf dat failliet gaat en een ander lid springt er wel goed uit en krijgt zijn geld terug met rente. Dan krijg je scheve ogen en dat ondermijnt de onderlinge solidariteit.'


Lampe is zo sterk tegen het bemiddelingsmodel gekant dat hij de AFM heeft gevraagd het gebruik van de naam 'kredietunie' te verbieden voor kredietunies die het bemiddelingsmodel hanteren. De AFM meldt in een reactie dat 'wij ons nog over de vraag en het signaal van de heer Lampe aan het buigen zijn'. Van Lampes VKN mogen alleen kredietunies met het centrale kasmodel lid worden.


Uit onvrede met de principiële opstelling van de VKN hebben de rekkelijken onder de kredietunies een eigen vereniging opgericht, de Vereniging Samenwerkende Kredietunies (VSK). Bij deze vereniging kunnen zowel centrale kasunies als bemiddelingsunies zich aansluiten.


VSK-directeur Georgie Friederichs vindt het verschil tussen een centrale kas en bemiddeling 'niet cruciaal'. 'Voor ons is de essentie dat ondernemers elkaar financieel helpen en coachen. Hoe dat precies georganiseerd wordt, vinden wij minder belangrijk.'

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Bemiddelingsmodel

Rouwcentrum Spierings is het tweede bedrijf dat een lening kreeg van de Kredietunie Brabant. Deze kredietunie werkt volgens het bemiddelingsmodel. Het krediet voor Spierings werd betaald door negen ondernemers die in zijn plan geloofden.


De eerste klant van Kredietunie Brabant was Dennis Neyndorff, die elektrische fietsen produceert onder de bedrijfsnaam Mihatra (Minder Hard Trappen). Hij kreeg een lening van 1 ton, gefinancierd door zeven kredietgevers. Neyndorff: 'Wij zijn enorm snel gegroeid. Begin 2014 zag ik aankomen dat ik meer werkkapitaal nodig zou hebben. Daar ben ik over gaan praten met mijn huisbank. Die zei: 'Dennis, ga vooral zo door, maar we kunnen niks voor je betekenen'. Mijn accountant bracht me toen in contact met Kredietunie Brabant.'


Van de ongeveer zes kredietunies die al leningen hebben verstrekt is er één, Kredietunie Zeeland, alweer ter ziele. Het bestuur wijt de mislukking in een persbericht aan 'een gebrek aan kredietaanvragen van het Zeeuwse mkb'. De meeste van de zestien kredietaanvragen die de kredietunie binnenkreeg waren van slechte kwaliteit, meldt het persbericht.


Aan de andere kant van het spectrum staat Naoberkrediet uit Winterswijk. De kredietunie voor ondernemers uit de Achterhoek heeft al tien kredieten verstrekt. De vereniging heeft 35 leden, onder wie 20 investeerders die ieder minimaal 10 duizend euro hebben ingelegd. Naoberkrediet hanteert het centrale-kasmodel.

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Ons kent ons

Voorzitter Toon Lepoutre onderschrijft Lampes stelling dat een kredietunie staat of valt met een 'ons-kent-ons-gevoel'. 'Als we een kredietunie voor heel Gelderland waren geweest, was het nooit gelukt. In de Achterhoek heerst een groot saamhorigheidsgevoel. Er is veel bereidheid elkaar te helpen. Maar onze leden willen niet investeren in een bedrijf uit Geldermalsen.'


Naoberkrediet wil geen kant kiezen in de twist tussen de VKN en de VSK en is lid van beide verenigingen. Toon Lepoutre: 'Die ruzie over wat het juiste model is leidt af van de kern van de zaak: dat bedrijven worden geholpen.'


Over de toekomstperspectieven van de kredietunies is de Winterswijker optimistisch. 'We worden nu een beetje weggehoond, maar als er straks een stuk of vijftig kredietunies zijn als Naoberkrediet, hebben we het al over een half miljard euro aan kredietverlening. Ondernemers moeten aan het model wennen. In de VS en Ierland heeft dat ook jaren geduurd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden