Reportage Fietsen naar je werk

Aan alle Nederlanders: fiets nóg meer, vooral naar het werk

Een mobiele fietsenmaker bij het bedrijf MN (pensioenbeheerder) helpt een werkneemster met haar fiets. Beeld Marcel van den Bergh

Een fietsland is Nederland al. Nu nog een superfietsland worden. Grote werkgevers als Schiphol en UMC Groningen zijn door de overheid aangewezen om bij deze transitie een centrale rol te spelen via bijvoorbeeld ‘probeeracties’ met e-bikes.

In de oude beveiligingsloge van het Haagse hoofdkantoor van pensioenbeheerder MN hangt een fiets aan het plafond. Met vet op de handen sleutelt Sander Toussain aan de versnellingen en remmen. ‘Als het af is, stuur ik een sms’je naar boven’, zegt de fietsenmaker. ‘Boven’ is het glazen kantoorcomplex, de werkplek van ongeveer duizend MN-werknemers.

Toussain bemant ruim twee jaar elke donderdag zijn mini-fietsenwerkplaats bij de ingang van de ondergrondse fietsenstalling. Hij is onderdeel van het mobiliteitsplan van MN. Het doel is mensen uit de auto en op de fiets te krijgen. Dus is er een fietsenmaker voor onderhoudsbeurten en zijn er leenfietsen en douches, zodat niemand ’s ochtends bezweet in de vergaderzaal hoeft te zitten. Wie wil, kan zelfs elke drie jaar met een bijdrage van 250 euro en een renteloze lening een elektrische of gewone fiets aanschaffen.

Zoals het er bij MN aan toegaat, ziet staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur) het graag. In juni schreef ze in een brief aan de Kamer: ‘In deze regeerperiode stel ik mijzelf ten doel 200.000 extra forensen uit de auto en op de fiets te krijgen, of op de fiets in combinatie met het OV.’ De fiets moet het fileprobleem bestrijden, de gezondheid van de burger verbeteren en de druk op milieu en luchtkwaliteit verlichten.

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66) van Infrastructuur en Waterstaat. Beeld ANP

Een centrale rol in deze transitie van fietsland Nederland naar superfietsland Nederland ligt volgens Van Veldhoven bij de werkgevers. ‘Ik zet stevig in op een werkgeversaanpak’, schreef ze aan de Kamer. ‘Samen kunnen we het voor werknemers aantrekkelijk maken om over te stappen op de fiets.’

Een gebrek aan parkeerruimte na een verhuizing was bij MN de aanleiding om het fietsen te stimuleren. ‘Tegelijk groeide het maatschappelijk bewustzijn over duurzaamheid’, zegt een woordvoerder over het beleid.

Maar niet elke werkgever heeft dezelfde dadendrang en parkeerschaarste als MN. ‘Het grootste gedeelte van het bedrijfsleven doet helaas nog onvoldoende om fietsgebruik aan te moedigen’, zegt Kristel Lageweg van Natuur & Milieu. Uit een enquête van de milieuorganisatie blijkt dat in 2015 ongeveer de helft van de werkgevers faciliteiten of vergoedingen voor fietsend personeel had.

Om meer werkgevers binnenboord te krijgen wijst de staatssecretaris een tiental grote organisaties als Schiphol en UMC Groningen aan als fietsambassadeurs. Die moeten hun personeel aansporen en als voorbeeld dienen voor andere bedrijven. Op lokaal niveau proberen gemeenten en provincies werkgevers en hun autorijdend personeel te lokken met zogeheten probeeracties met e-bikes.

‘De actie bij het UMC Utrecht is de reden dat ik een e-bike heb’, zegt Iris Wagt, stafadviseur voor de Raad van Bestuur van het ziekenhuis.

Tot vorig jaar nam ze altijd de auto voor de rit van 15 kilometer van haar woonplaats De Meern naar haar werk in Utrecht. Ze reed met zon of regen, file of geen file. ‘Ik ben niet echt een fietser’, vertelt ze. Toch rijdt ze nu vrijwel elke dag op haar elektrische fiets naar het UMC. ‘Alleen als het glad is of als het al regent op de heenweg neem ik de auto.’

De probeeracties van het Utrechtse samenwerkingsverband tussen provincie, gemeente en bedrijven begonnen vorig jaar. Wagt en bijna driehonderd andere werknemers van zeventien verschillende bedrijven keken een week of een e-bike beviel. Uiteindelijk kochten 120 proefpersonen een fiets met 175 euro korting. Vergelijkbare acties vonden afgelopen tijd plaats in Assen, Hilversum, Enschede en Nijmegen.

15,5 miljard fietskilometers werden in 2016 in Nederland overbrugd. Dat is 12 procent meer dan tien jaar eerder. De toename komt deels doordat meer mensen fietsen, maar ook doordat mensen langere stukken fietsen door het gebruik van bijvoorbeeld de elektrische fiets.

Aftrekken

‘Bij het UMC mochten we de aankoop daarnaast aftrekken van onze bruto-eindejaarsbonus. Dat scheelt netto toch 42 procent op de aankoopprijs van 2.000 euro. En doordat ik minder benzinekosten en parkeerkosten maak, heb ik de fiets er na acht maanden al bijna uit’, zegt Wagt. ‘Het financiële plaatje heeft me uiteindelijk over de streep getrokken.’

Toch maakt dit soort acties niet het verschil, zegt Erik Verhoef, hoogleraar Vervoerseconomie aan de VU. ‘We moeten niet de illusie hebben dat we met probeeracties het fileprobleem oplossen.’ Dat de fiets helpt om de druk op de steeds verder dichtslibbende snelwegen te verlichten, gelooft hij wel. ‘De fiets als vervoersmiddel heeft grote maatschappelijke voordelen. Fietsen is goed voor de gezondheid en het milieu en neemt veel minder ruimte in dan autorijden. Maar het heeft ook een belangrijk nadeel: de reistijd. Voor de meeste fietsers is 7 à 10 kilometer de bovengrens voor woon-werkverkeer.’

Dus wie van de fiets een succes wil maken, moet de radius vergroten. Dat lijkt mogelijk. Ruim 60 procent van de werkenden woont binnen 15 kilometer van de werkplek. Bij ritten tussen de 7,5 en 15 kilometer pakt nog maar 15 procent de fiets en stapt al 70 procent in de auto. ‘Hier liggen kansen het fietsgebruik verder te laten groeien’, schrijft de staatssecretaris in haar brief en dat beaamt Verhoef.

‘De komst van de elektrische fiets rekt in theorie de bovengrens op. De snelste modellen halen met gemak de 45 kilometer per uur. Dat is zelfs voor een amateurwielrenner heel hard’, zegt Verhoef. ‘Maar de snelheid moet wel worden uitgebuit. Zeker in stedelijk gebied maakt het door de drukte geen verschil of iemand op een snelle elektrische fiets zit of een stadsfiets. Er zijn fietssnelwegen nodig om de technologische verandering van de elektrische fiets echt te benutten.’

Uitkomst

Dat merkt ook Wagt tijdens haar fietstocht van De Meern naar het ziekenhuis. ‘Ik fiets niet de snelste route door de stad. Daar is het echt te druk, ik heb dan last van langzamere, normale fietsers.’ Een fietssnelweg zou uitkomst bieden. ‘Op het eerste stukje, tussen De Meern en Utrecht, ligt al een fietssnelweg. Dat is heerlijk doorfietsen. Ik hoef er niet te stoppen voor stoplichten en door de bredere fietspaden kan ik andere fietsers makkelijk inhalen.’

Marja de Jonge met haar bakfiets op de fietssnelweg in Wassenaar. Beeld Simon Lenskens

Fietssnelwegen zijn vaak duur, zegt Wim Bot van de Fietsersbond. ‘Om te zorgen dat mensen kunnen doorfietsen, moet er bij elke kruising met een autoweg een oplossing bedacht worden. Een tunnel, een viaduct of rotonde. Allemaal kostbare projecten.’ Toch liggen er al ruim dertig fietssnelwegen door het land. ‘Maar ze zijn wel van wisselende kwaliteit. Op de route tussen Rotterdam en Dordrecht moeten fietsers bijvoorbeeld nog heel vaak stoppen voor stoplichten.’

Voor het verbeteren van het netwerk van snelle fietsroutes trok staatssecretaris Van Veldhoven daarom vorige maand 26 miljoen euro uit. De vraag is of dat voldoende is.

‘Als ik nu in Den Haag met extra geld mag schuiven, zou ik dat richting fietsinfrastructuur doen’, zegt Verhoef. ‘Samen met financiële prikkels als rekeningrijden of verhandelbare rechten om in de spits te rijden kan dat echt een verschil maken in de bereikbaarheid en schone lucht van steden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.