60 duizend Wajongers moeten aan het werk

Zestigduizend jonggehandicapten met een Wajong-uitkering kunnen volgens het UWV aan het werk. Op basis van een 'dossieronderzoek' denkt de uitkeringsinstantie dat deze jonggehandicapten deels een eigen inkomen kunnen verdienen.

Jetta Klijnsma de altijd optimistische PvdA-staatssecretaris van Sociale Zaken. Beeld ANP

Deze 60 duizend Wajongeren krijgen geen herkeuring, maar een brief van het UWV met de mededeling dat ze aan het werk kunnen. Menen de jonggehandicapten toch recht te hebben op een volledige uitkering, dan moeten ze zelf snel bezwaar maken. Reageren ze niet, dan wordt er een 'werkplan' opgesteld, waarin staat welke begeleiding ze nodig hebben als ze gaan werken. Wie geen baan vindt, zal minder geld krijgen. De uitkering wordt dan op 1 januari 2018 met een paar tientjes verlaagd tot bijstandsniveau.

Van de kleine kwart miljoen mensen met een Wajong-uitkering, zijn er volgens het UWV 67 duizend volledig arbeidsongeschikt. Van de 155 duizend die kunnen werken, werkt eenderde al en is voor 41 duizend inmiddels een werkplan opgesteld. De overige 60 duizend Wajongers krijgen nu ook een brief met een werkplan opgestuurd.

Participatiewet

Gemeenten moeten met dat werkplan aan de slag om de jonggehandicapten aan het werk te helpen. Veel zin hebben de gemeenten niet. Ze zijn nog niet echt op dreef met het inrichten van 'beschut werk' voor jonggehandicapten, zo schreef staatssecretaris Klijnsma (PvdA) van Sociale Zaken onlangs aan de Tweede Kamer. Gemeenten moeten volgens de Participatiewet dit soort werkplekken regelen bij henzelf of bij bedrijven. Vandaag debatteert de Tweede Kamer met Klijnsma over de 'P-wet'.

Als steun in de rug voor gemeenten en werkzoekenden is ook de Quotumwet van kracht geworden, die bedrijven en overheid op straffe van geldboetes verplicht de komende jaren 125 duizend jonggehandicapten aan werk te helpen. Volgens een eerste inventarisatie van Klijnsma ligt het bedrijfsleven op schema, maar de overheid niet. Deze trend is nog prematuur, omdat het om kleine aantallen gaat en de bruikbaarste krachten het eerst worden ingehuurd. Een blamage voor de overheid is het echter wel.

Verantwoordelijkheid

De Participatiewet heeft gemeenten dit jaar verantwoordelijk gemaakt voor bijstandsgerechtigden, jonggehandicapten en sociale werkplaatsen, in Haags jargon 'de onderkant van de arbeidsmarkt'. De bijstand en de werkplaatsen vielen al onder de gemeenten, voor de jonggehandicapten is dit nieuw.

De eerste rapportages over het aantal beschutte werkplekken en over het aantal nieuwe werkplekken voor jonggehandicapten stemmen dus somber, maar de immer optimistische Klijnsma houdt het op opstartproblemen in het eerste jaar. Het is een enorme klus voor gemeenten, ook omdat de sociale werkplaatsen een sterfhuisconstructie zijn geworden. Voor nieuwe krachten is daar geen plek, de 100 duizend werkers moeten als het even kan elders aan de slag.

Ervaring

Gemeenten hebben de nodige ervaring opgedaan met het vinden van werk voor bijstandsgerechtigden - 'reïntegratie' heet dat. In 2004 werden de gemeenten financieel volledig verantwoordelijk voor de uitvoering van de bijstand. Voordien betaalde Den Haag 80 procent van de bijstandskosten. Gemeenten keken nauwelijks om naar hun bijstandsklanten.

Dat veranderde in 2004. Sinds dat jaar krijgen gemeenten jaarlijks een budget voor de bijstand. Geld dat ze overhouden mogen ze houden, wat ze tekortkomen moeten ze zelf bijpassen.

Het aantal bijstandsgerechtigden daalde hierdoor de eerste jaren fors. Want de gemeenten begonnen de kaartenbakken enthousiast op te schonen. Wie eigenlijk geen recht had op de uitkering, raakte die kwijt. Er werden reïntegratieprojecten gestart en banenmarkten georganiseerd. Amsterdam en andere steden hielden de eerste jaren miljoenen over. De plichten van bijstandsontvangers zijn ook flink aangescherpt. Was de bijstand in de jaren zeventig en tachtig nog een verkapt basisinkomen, nu is het een verkapte armoederegeling.

Calculerend

Gemeenten waren ook calculerend. Ze zochten een alternatieve uitkering voor hun bijstandsgerechtigden. Dat werd de Wajong, de uitkering voor jonggehandicapten die in 1998 was ingesteld als opvolger van de volksverzekering AAW, de Algemene Arbeidsongeschiktheidwet uit 1977.

Tot 2004 werden jaarlijks zo'n vierduizend mensen afgekeurd en tot jonggehandicapte bestempeld. Sindsdien bleken veel bijstandsontvangers ineens van jongs af een handicap te hebben waardoor ook zij voor de Wajong in aanmerking kwamen. Het aantal nieuwe Wajongers steeg van vierduizend naar 17 duizend per jaar. Het CPB wees in 2010 op het verband tussen de uitvoering van de bijstand door gemeenten en de explosieve stijging van het beroep op de Wajong. Twee jaar daarvoor had een commissie onder leiding van Bert de Vries, oud-minister van Sociale Zaken voor het CDA, al voorgesteld alle regelingen aan de onderkant van de arbeidsmarkt samen te voegen - bijstand, werkplaatsen en Wajong. Het kabinet-Rutte I deed een aanzet, Klijnsma kopte die in met de Participatiewet.

Cynisch grapje

Het doorschuiven van mensen van bijstand naar Wajong had een voordeel voor gemeenten en uitkeringsgerechtigde. De gemeente raakte een bijstandsgerechtigde kwijt en hield zo geld over op het bijstandsbudget. Voor de uitkeringsgerechtigde was het aantrekkelijk omdat de Wajong-uitkering iets hoger is dan de bijstand en er minder plichten gelden.

De daling van het aantal bijstandsgerechtigden na 2004 bracht ambtenaren tot het cynische grapje dat de gemeenten zo succesvol zijn met de bijstand dat ze nu ook het volgende probleem, de Wajong, mogen aanpakken. Het probleem dat ze zelf hebben veroorzaakt. Vluchten lijkt niet meer mogelijk; er zijn immers geen alternatieve uitkeringen meer waar gemeenten de Wajongers massaal heen kunnen sturen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.