500 Designs that matter prikkelt met internationale grafische canon

Die M van McDonald's staat allang niet meer voor alleen Big Macs en Happy Meals. Graphic: 500 Designs that Matter is een prachtige historiografie.

De vlag van Japan en die van het Rode Kruis bestaan beide uit één rood geometrisch symbool tegen een witte achtergrond. De een een cirkel, de ander een kruis. Toch had de culturele betekenis van deze twee beelden niet groter kunnen zijn. De 'rijzende zon' van Japan, pas de officiële vlag sinds 1999, is een nationalistisch symbool; voor slachtoffers van de jappenkampen heeft het een negatieve lading. Het Rode Kruis daarentegen wordt gezien als een baken van neutraliteit en opoffering.

Het boek Graphic: 500 Designs that Matter, onlangs verschenen bij de Britse uitgeverij Phaidon, staat vol met iconische ontwerpen. Het oudste is 's werelds eerste drukwerk, de zenboeddhistische teksten Buljo Jikji Simche Yojeol uit 1377; de jongste is de catalogus van kunstmanifestatie Documenta in Kassel uit 2012. Uit de tussenliggende jaren komen onder meer logo's, tijdschriftomslagen, politieke propaganda en platenhoezen voorbij. Ontwerpen uit de digitale wereld, zoals de Facebook-duim of het @-teken, ontbreken.

Elk beeld zegt - het is een cliché, maar toch - meer dan duizend woorden. Eén welgekozen beeld kan ingrijpende historische gebeurtenissen vertegenwoordigen. Soms ondubbelzinnig, zoals het hakenkruis. Soms associatief, zoals het McDonald's-logo, dat bijna een pictogram is voor massaconsumptie, inclusief bijbehorende uitwassen als globalisering, bio-industrie en obesitas. Dat maakt Graphic niet alleen een canon van de grafische vormgeving, maar ook een visuele historiografie.

Bladeren door dit boek is grasduinen door vooral de 20ste eeuw. Opvallend is daarbij dat sommige beelden al twee of drie keer van betekenis zijn veranderd. Het soepblikje van Cambell's stond ooit symbool voor de Amerikaanse welvaart, totdat Andy Warhol ermee aan de haal ging. De ironie wil dat diens zeefdrukken inmiddels de intrede markeren van het hyperkapitalisme op de kunstmarkt. Dit is door de redactie van het boek speels verbeeld met een cover van het tijdschrift Esquire, waarop Warhol verdrinkt in een soepblik. 'De definitieve ondergang van de Amerikaanse avant-garde', staat ernaast.

De indeling is schijnbaar willekeurig, maar prikkelend. Na het befaamde I love NY-logo (met rood hartje) uit 1977 volgt de platenhoes van God Save the Queen van de Sex Pistols, óók uit 1977, en een Sovjet-poster van Aleksandr Rodtsjenko uit 1923. Enig houvast geeft het tweede deel van het boek, waarin de ontwerpen chronologisch geordend zijn en zijn voorzien van toelichting. Dat levert naast onmisbare historische context soms ook smeuïge anekdotes op: de swoosh van Nike, een van de waardevolste merklogo's, is in 1971 bedacht door een student, die daarvoor 35 dollar in rekening bracht.

Graphic wordt nergens loodzwaar. Veel ontwerpen zijn wonderschoon, zoals de filmposters van Saul Bass en de platenhoezen van Peter Saville of, meer recent, de 'hope'-poster van Barack Obama - die van grafisch ontwerper Shepard Fairey een bekendheid maakte. Nederland is trouwens goed vertegenwoordigd; van het New Alphabet (1967) van Wim Crouwel en het Zonnebloem-biljet van 50 gulden (1981) van Ootje Oxenaar tot de atlassen van Joost Grootens.

Graphic: 500 Designs that Matter. Uitgeverij Phaidon, euro 19,90.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden