Circulaire economieAflevering 6

2050: de revolutie die nog 30 jaar duurt

 In 2050 moet de Nederlandse economie compleet circulair zijn. Dus geen afval meer en grondstoffen die steeds weer worden hergebruikt. Hoe kan die revolutie slagen? In de slotaflevering van deze serie zoekt Ciska Schippers het antwoord.

Een nieuw matras maken van een oud matras. Koptelefoons en smartphones waarvan elk onderdeel te repareren en te vervangen is. Spijkerbroeken van afgedankt denim. Een abonnement op een fiets of een was­machine. Reststromen van voedsel gebruiken, bijvoorbeeld bier van oud brood of soep van misvormde groenten.

Allemaal voorbeelden van circulaire producten. In een circulaire economie worden grondstoffen in producten niet na de levensduur afgedankt en verbrand. Producten worden zo gemaakt dat grondstoffen in de kringloop blijven. Er is vrijwel geen afval, want afgedankte grondstoffen kunnen opnieuw van nut zijn in een (nieuwe) kringloop.

Het klinkt futuristisch, maar het zou al redelijk snel bewaarheid moeten worden: in 2050 wil Nederland compleet circulair zijn. Is dat een haalbaar doel? Wanneer is de economie geheel circulair, en welk probleem hebben we dan eigenlijk opgelost?

Stap 1: het doel – Wat lost een volledig circulaire economie op?

Pleitbezorger van de circulaire economie in Nederland is staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Stientje van Veldhoven. Onlangs nam ze koning Willem-Alexander mee naar twee circulaire bedrijven: bedrijfskledingproducent Schijvens en kringloopbedrijf La Poubelle. ‘Ik heb een brede portefeuille, maar dit is een onderwerp waarvan ik denk dat we nog veel aan bewustwording kunnen winnen. Het wordt positief gezien, maar vaak als iets dat nice to do is, in plaats van need to do’, vertelt Van Veldhoven over haar motivatie om de circulaire economie te belichten. ‘Ongeveer de helft van de CO2-uitstoot komt uit productie van goederen en voedsel. Als we het klimaatprobleem willen aanpakken, moeten we kijken naar de productie van goederen en voedsel. Anders halen we de doelen van Parijs nooit.’

Hoe circulair Nederland is, wat we bereiken met circulariteit en hoe de overheid circulaire doelen kan omzetten in beleid: dat onderzoekt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). ‘De circulaire economie is geen doel, het is een middel’, benadrukt Frank Dietz, hoofd van het thema circulaire economie bij het Planbureau.

Wat is het doel dan wel? In de ­Balans van Leefomgeving 2020 noemt het Planbureau milieuproblemen zoals ‘de plasticsoep in oceanen, versnelde klimaatverandering en biodiversiteitsverlies door onder andere stikstofdepositie’, voor een belangrijk deel het gevolg van ‘een verspillende omgang met grondstoffen’. Dietz: ‘Als je grondstoffen efficiënter gebruikt en producten vervolgens intensiever gebruikt, heb je minder grondstoffen nodig. Dan verminder je dus een deel van die milieuproblemen.’

Maar om de circulaire doelstellingen te bereiken, moeten ze concreter en meetbaarder worden, adviseerde het Planbureau de regering onlangs. ‘Het doel heeft mensen gemobiliseerd, het is nu onderwerp van gesprek. Maar het is geen garantie dat je gaat bereiken wat je wil bereiken’, aldus Maikel Kishna, wetenschappelijk onderzoeker bij het PBL. ‘Nu we een paar jaar verder zijn, merk je dat mensen behoefte hebben aan een richting. Wat moet dan circulair, en op welke manier? Het 2050-doel geeft daar geen antwoord op.’

Stap 2: De strategie – Welke barrières moeten worden overwonnen?

Om in 2050 een compleet circulaire economie te hebben, heeft de overheid een tussendoelstelling: in 2030 moet 50 procent minder abiotische (mineraal, fossiel en metalen) grondstoffen worden gebruikt. In een doelennotitie heeft het Planbureau voor de Leefomgeving uiteengezet welke problemen daarbij komen kijken.

‘De optie is om biotische grondstoffen in te zetten. Bijvoorbeeld om in de bouw hout in plaats van beton te gebruiken’, zegt onderzoeker Kishna. Maar of je daarmee dichter bij de gewenste uitkomst komt, is maar de vraag, stelt Kishna. ‘Als je het gewicht van grondstoffen reduceert, heb je dan ook daadwerkelijk 50 procent minder milieudruk? En ben je dan echt halverwege een circulaire economie?’

Want als je alleen het gewicht van grondstoffen hoeft te halveren om het doel te halen, dan is het verleidelijk om alleen naar omvangrijke en makkelijke grondstoffen te kijken, en de lastige te laten liggen. Terwijl, zoals de Planbureau-onderzoekers schrijven: ‘Het voor de economie en het milieu wel degelijk uitmaakt of het om één ton goud of één ton zand gaat.’

Kishna: ‘Je moet bedacht zijn op perverse effecten. Er zijn manieren waarop je het doel haalt maar eigenlijk niet blij bent, omdat je wat betreft milieuproblemen weinig bereikt. Er zijn ook manieren waarop je het doel niet haalt, maar wel goede stappen hebt gezet in de richting van 2050.’ 

De staatssecretaris laat weten naar aanleiding van het rapport van het PBL te werken aan de vertaling van de doelstelling naar concrete, meetbare indicatoren. Deze concretisering zou er ook voor moeten zorgen dat alle circulaire oplossingen een rol spelen. Het gaat nu vaak over recycling, terwijl er ook andere vormen van circulariteit zijn. Hergebruik van producten is een optie, of producten delen in plaats van kopen, zoals deelplatformen voor auto’s. Of het anders ontwerpen van producten zodat ze langer meegaan, hergebruikt of gerepareerd kunnen worden, zoals bij het circulaire matras of modulaire koptelefoons.

‘Vaak kijken we naar recycling, dat kennen we al, daar zijn doelen voor. Er is geen enkel reparatiedoel, of hergebruikdoel’, aldus Kishna. ‘Maar met alleen recycling ga je niet bereiken wat we willen. En zo kunnen we in een situatie terechtkomen waarin vooral prikkels zijn om wegwerpproducten te maken, om die vervolgens weer te recyclen. Terwijl het misschien beter is om producten zo te ontwerpen dat ze veel langer meegaan.’

Dietz: ‘Het is ook een mindset die moet veranderen. We vinden het doodnormaal om een auto te laten repareren. Er zijn openbare handboeken zodat niet alleen de producent het kan, de onderdelen zijn verkrijgbaar. Dat moet je eens proberen met een vaatwasser.’

Kishna: ‘Ouders vinden tweedehandskleding voor kinderen normaal, want ze groeien zo uit hun kleding. Maar dezelfde ouder kan een shirt kopen, nooit dragen en weer weggooien omdat het niet meer in de mode is.’ 

Stap 3: de context – Hoe afhankelijk is Nederland van anderen?

Begin 2019 telde het Planbureau voor de Leefomgeving in Nederland zo’n 85 duizend circulaire activiteiten, van bedrijven die al lang bestaan maar we nooit circulair noemden (zoals fietsenmakers en kringloopwinkels) tot innovatieve ondernemingen die manieren vinden om grondstoffen in bijvoorbeeld cement of textiel opnieuw te gebruiken. Maar hebben de circulaire activiteiten en doelen van Nederland wel zin, als de rest van de wereld grondstoffen blijft verspillen? 

Van Veldhoven: ‘Als Nederland als enige naar honderd procent circulair wil, dan zou het niet lukken. Maar ook de Europese Commissie wil een circulaire economie in 2050.’ En dan is het mogelijk om eisen te stellen, denkt Van Veldhoven: ‘Alle Europese landen samen is de grootste consumentenmarkt ter wereld. Als zo’n markt om circulaire producten vraagt, wordt het ook voor de Koreaanse producent interessant een product zo te ontwerpen dat het op de Europese markt mag zijn.’ 

Is het doel van een compleet circulaire economie realistisch? PBL-onderzoeker Dietz denkt dat dat de verkeerde vraag is. ‘In onze ordelijke geest willen we weten: wanneer zijn we klaar, wanneer krijgen we bloemen?’ Hij lacht. ‘Zo zit de wereld niet in elkaar. Het is een mooie ambitie, laat het inspireren en richting geven, maar reken er niemand op af. Minder grondstoffen helpt echt, zeker als je zoveel verspilt als nu.’

Staatssecretaris Van Veldhoven benadrukt dat de circulaire economie niet op zichzelf staat: ‘Het is goed om het niet neer te zetten als een aparte agenda, maar als onderdeel van het klimaatprobleem. We kunnen het klimaatprobleem niet oplossen als we niet naar een circulaire economie gaan.’

En of we in 2050 dan helemaal circulair zijn? Van Veldhoven: ‘Je moet een helder doel hebben, en honderd procent is een helder doel. Als je de laatste 2 procent niet redt heb je 98 procent gewonnen in plaats van 2 procent niet gehaald.’ Het dwingt zowel de overheid als de producenten er mee bezig te zijn, redeneert de staatssecretaris: ‘Het is een mooie prikkel om ook te kijken naar dingen die moeilijk zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden