19.00 uur Een ree en een mooie rare fuut

Een bosrand in Drenthe blijkt een ecologisch walhalla. 8.00 uur: er zijn 37 vogelsoorten geteld. 17.00 uur: kikkerconcert.

05.10
Paniek! Toch net iets laat opgestaan. Het is vanaf onze overnachtingsplek nog een half uur rijden naar Boswachterij Gees. Gisteravond hebben we een ideale, idyllische bosrand uitgekozen, met uitzicht op het herstelde beekdal van de Geeserstroom, nu rijden we er als dollen in twee auto’s naartoe, in het donker over onbekende Drentse weggetjes. De adrenaline giert als we op het Mr. H. Greebepad uit de auto’s springen. Stress, dat is wel het laatste wat ik vooraf had gedacht bij dit project.

06.10
Paniek! Het ochtendconcert is in volle gang, een half uur voor zonsopgang. Kakafonie! We grijpen onze schrijfblokjes en proberen te registreren en te noteren wat we kunnen. Bioloog Jochum, vandaag mijn steun en toeverlaat, hoort en/of ziet binnen vijf minuten veertien vogelsoorten, tien minuten later zit hij op 25. Dat varieert van winterkoning, grote lijster, zanglijster, tjiftjaf, pimpelmees, vink, zwartkop, boomklever, boomkruiper en grote bonte specht tot meerkoet, knobbelzwaan, fazant en dodaars.

Al die 25 soorten samen klinken ongeveer zo: Toewie tsieiss-tsie-tsirrr toewie truuu-truu tjif aak-aak tjef aak juudie juudie jodelo tsieei-oei bèè toewie.... Pas een half uur later zwakt het concert iets af. De zon komt op.

07.00
Wie zegt dat de natuur saai is? Ik ben nog altijd niet geïnstalleerd – statief met fototoestel posteren, ieder kwartier afdrukken, thermoskan tevoorschijn halen, kijken met de verrekijker, koffie inschenken, vlinderstoeltjes uitpakken en uitklappen, pen en schrijfblokje paraat houden – en ondertussen volgt de ene prikkel op de andere.

Voor ons een schitterende zonsopgang, vechtende meerkoetjes, nijlganzen, knobbelzwaan, witte kwikstaartjes en kwakende groene en bruine kikkers, boven en naast ons in de houtwal van de bosrand zien we spreeuw, zwartkop, gekraagde roodstaart en fitis, op het zandpad achter ons hipt een roodborstje en in het bos daar weer achter klinkt nog altijd een wat uitgedund zangkoor.

Met boswachter Bernard de Jong van Staatsbosbeheer waren we gisteravond het gebied doorgereden. De Jong had laten zien hoe een paar jaar na het herstellen van het oude beekdal nauwelijks nog te zichtbaar is dat hier vijf jaar geleden een kanaal liep en akkers bewerkt werden.

Nu kronkelt er kilometers lang heel ondiep water, de oude akkerscheidingen zie je er nog dwars doorheen liggen, waardoor de beekstroom uit plasjes lijkt te bestaan, die weer grenzen aan bos en aan het heidegebied de Hooge Stoep. De boswachter had een paar bosranden in de aanbieding, allemaal waren ze even mooi.

De bosrand waar we nu zitten is perfect. Een mooie, gezellige houtwal met eik, berk, lijsterbes, achter ons loofbos, voor ons een mooi plasje met watervogels en daarachter een coulissenlandschap en een andere bosrand. Misschien zien we wel een ree, of, met veel geluk, een das. Bernard de Jong had ons bezworen, nee, dat was geen grap, dat hier – net als in Limburg – onlangs een lynx was gesignaleerd.

Ook de telescoop is nu geïnstalleerd. Je doet iets goed of je doet het niet. We noteren: witgatje, zomertaling en watersnip. Jochum zit al op 37 vogelsoorten.

08.00
Bosranden zijn populair onder ecologen, de laatste jaren. Op randen van gebieden gebeurt van alles, wat betreft biodiversiteit. Maar de overgangen van natuurgebieden zijn in Nederland verre van perfect, want te abrupt, zeggen kenners. De ideale overgang zou in gradaties moeten gaan. Van het hoge loofbos, via de houtwallen, lagere struiken, naar laag, schraal grasland waar mooi, kwetsbare plantjes een kans krijgen. Ideaal voor vlinders, voor insecten, voor vogels.

Wat er dan gebeurt aan zo’n bosrand, dat proberen we vandaag te zien, van voor zonsopgang tot na zonsondergang. Mei zou de ideale maand zijn voor dit project, dan zijn de bosranden op hun best, maar vandaag – 15 april – op de tot nu warmste dag van het jaar is de lente toch ook al flink losgebarsten.

Veel zitten aan de bosrand is er nog niet bij. Want opzij, boven en achter ons zijn putters te zien, een goudvink, een kneu en een goudhaantje. En de zwartkop weer, een typisch bosrandvogeltje. En zo blijven we heen en weer lopen.

09.00
Een haas! Hij staat rechtop, rechts in het heideachtige veldje tussen ons en het plasje. Niet alleen maar vogels dus.

Ik noteer ook: pitrus, paardenbloem, klaver, pinksterbloem, boterbloem, dotterbloem, struikhei, lisdodde.

De haas is weer weg.

Jochum komt aanzetten met een eikenhouten salontafel. Die had hij toevallig in zijn auto liggen.

Alleen de schemerlamp ontbreekt nog.

Ik schrijf op: twee paarden. Op een veldje aan de overkant.

De eerste wandelaar komt voorbij. Ook haar twee vrolijke honden, moeder en dochter Drentse patrijs, registreren we.

10.00
We schrijven bij: kneu, geelgors, roodborsttapuit. Jochum heeft al 43 soorten geteld. Druppelsgewijs komen daar nog soorten bij.

En dan, om 10.14 uur, fladdert, alsof het niets is, het oranjetipje, prachtig vlindertje met oranje vleugeltopjes, voorbij. Nu de zon warmte begint af te geven, komen nog meer vlinders tevoorschijn. Koolwitje, noteer ik, citroentje en nog een oranjetipje.

Een hommel ook.

11.00
Jochum begint almaar meer hoog in de lucht te turen. ‘Je zou zeggen dat nu de roofvogels tevoorschijn komen’, verklaart hij. ‘Vanwege de thermiek.’ Ik leer: roofvogels laten zich meevoeren door opstijgende warme lucht. En verdomd als het niet waar is: de eerste buizerd meldt zich rond half twaalf. De boerenzwaluw heeft, even eerder, ook al voor opwinding gezorgd.

12.00Roofvogeltijd. We zien haviken, een blauwe kiekendief, nog meer buizerds. Een sperwer duikt een eikenboom in aan de overkant van het water. Over het water scheren witte kwikstaartjes.

Schotse Hooglanders komen langzaam, al grazend, het beeld inschuiven. Ze komen uit het noorden, aan het einde van de dag staan ze aan de zuidkant van ons panorama.

Fotograaf Harry Cock arriveert. Hij blijft twee uur hangen, haalt koffie in het dorp, blijft nog wat treuzelen en rukt zich uiteindelijk met moeite los van de bosrand.

Er komt een auto langs, over het zandpad. Het is de postbode.

13.00
‘Ik ben wel weer toe aan een nieuwe soort’, zegt Jochum. We blijven consumenten, natuurconsumenten in dit geval. En er valt nu al drie kwartier weinig te beleven.

In de verte rijdt een tractor heen en weer over een akker.

14.00
Twee overvliegende, snaterende ganzen verstoren de stilte. Dan, net als we aan indutten beginnen te denken: een reebok, in het veld, aan de overkant van het water.

Het wordt nog een mooi palet aan waarnemingen.

‘Nu nog een lynx’, grappen we.

15.00
Jochum heeft een levendbarende hagedis gefotografeerd op de hei, honderd meter verderop. Hij heeft ook een libel gezien, een vuurjuffer. Dat is rijkelijk vroeg in het seizoen.

Dan zien we nog iets vreemds, in het water voor ons. Overal witgele bloemetjes die we vanochtend nog niet zagen. Boekje erbij gepakt, Jochum zegt: ‘Het moet een waterranonkel zijn. Een kikkerbeet misschien, maar dat kan niet.’

Een wandelend stel komt voorbij. De vrouw vraagt: ‘Weten jullie wat dat is, in het water? Het moet een waterranonkel zijn, maar het is geen kikkerbeet.’

Vreemde gesprekken. Wel prachtig, die ontluikende waterplantjes.

Dan opeens: een schitterende invasie van ooievaars. Het zijn er vier en ze vliegen ons panoramalandschap binnen alsof ze een ereronde maken, zo glorieus.

16.00
Ik dut in, maar wordt direct gewekt door vreemd duet tussen meerkoet (voor) en boomklever (achter).

Ik dommel weer in, maar nu doet het geklapper van de opvliegende knobbelzwaan met meteen weer opschrikken.

Boswachter Bernard de Jong en een collega komen gevulde koeken brengen en informeren hoe het gaat. De collega vertelt hoe hij op een keer, terwijl hij op de tractor zat, een ree zag jongen. ‘Onvergetelijk.’

Nog een auto op het zandpad. Erop staat: Lekker-thuis.nl. ‘De leesmap’, weet De Jong. Die gaat naar een collega die in het bos woont.

17.00
Kikkerconcertje. Een meneer op een toerfiets stapt af, parkeert in alle rust, loopt naar ons toe en zegt: ‘Alles heeft met alles te maken. In China hadden ze een mussenplaag. Die hebben ze bestreden. Karren vol met dode mussen. Maar toen kregen ze een insectenplaag. Moesten ze mussen invoeren uit Rusland om de insectenplaag te bestrijden. Dan zeg ik: alles heeft met alles te maken. Goedemiddag.’

18.00
We inventariseren wat we nog niet hebben gezien en wel hadden verwacht. En wat we nog graag zouden willen zien. Kraanvogel en houtsnip, hoopt Jochum. Vooral de kraanvogel, want de houtsnip heeft hij vanochtend al gehoord. De kraanvogel broedt sinds een paar jaar in Nederland, hier vlakbij. Belangrijk voor vogelaars, die zeldzaamheid. Zelf zou ik net zo blij zijn als ik de goudvink eens van dichtbij zou kunnen zien. En ik had een stille hoop op vos of das. Maar dat gebeurt niet zomaar.

We volgen een haas, die zich in zijn eentje vermaakt in het zonnetje. Hij speelt in het veld aan de overkant. Hij rolt door het gras, gaat rechtop zitten, rolt weer door het gras, lijkt even in te dutten en verdwijnt dan.

19.00
Een ree. Ik verwacht nu veel meer leven bij de bosranden aan de overkant. Maar ik zie vooral vlaamse gaaien op paaltjes. En de Schotse Hooglanders natuurlijk.

‘Laat de lynx maar doorkomen’, zeggen we.

De meligheid slaat toe.

Wel genieten we nog even van de dodaarsjes, voor ons in het water. Mooie, rare fuut.

Op de valreep komt ook de blauwe reiger nog overvliegen. Die hadden we gek genoeg nog niet.

Maar geen kraanvogel.

20.00
De zon is al flink gezakt. De grote bonte specht begint achter ons te roffelen. We hopen dat het de opmaat is voor een uitbundig avondconcert. Maar de samenzang komt dit keer niet echt van de grond.

Toch: het is waar, er valt van alles te zien aan een beetje bosrand, alleen al 56 vogelsoorten hebben we geteld. Enige kanttekening: misschien is alleen een ochtend ook voldoende. Je mist een paar soorten (de ooievaar bijvoorbeeld), maar voor ons, verwende stadsbewoners, is zestien uur langs de bosrand wel lang.

Ik drentel nog wat op en neer op het bospad, in afwachting van de zonsondergang. Opeens: geritsel en krijsende vogeltjes die in paniek op de vlucht slaan.

Even is het stil, maar dan komt de bosmuis tevoorschijn. Een mooi slotakkoord, vind ik; ik heb nog nooit een bosmuis heb gezien.

Jochum is wat minder enthousiast: hij hoopte op een wezel.

20.45
We hebben alles al ingepakt en opgeruimd, in afwachting van de zonsondergang. En nu is het zover.

Nog een laatste blik op het plasje, een glimp van de knobbelzwaan, de Schotse Hooglanders aan de overkant. Dan stappen we in de twee auto’s en rijden we in het donker over Drentse binnenweggetjes naar de dichtstbijzijnde eetgelegenheid. Het was een fantastische dag.

Aan de bosrand, met uitzicht op de plas (Harry Cock/ de Volkskrant)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.