Interview

‘10 euro per uur. Wat kun je daar nou van kopen?’ zegt Sander Heijne, auteur van de bestseller ‘Fantoomgroei’

Zelfs in de coronacrisis klotsen de winsten tegen de plinten in Nederland, maar de lonen zouden al veertig jaar achterblijven. ‘Fantoomgroei’, noemt journalist Sander Heijne dat. Zondagavond start de talkshowversie van de bestseller die hij er samen met geestverwant Hendrik Noten over schreef. ‘Werkenden zijn relatief steeds meer belasting gaan betalen.’

Schrijver/journalist Sander Heijne, mede-auteur van het boek Fantoomgroei. Beeld Kiki Groot
Schrijver/journalist Sander Heijne, mede-auteur van het boek Fantoomgroei.Beeld Kiki Groot

Sinds hij zeven jaar geleden koos voor een bestaan als zzp’er mag journalist Sander Heijne baas over eigen agenda zijn, dezer dagen wordt hij geleefd. Het ene moment moet hij met presentator Jeroen Pauw en onderzoeksjournalist Jeroen Smit de puntjes op de i zetten voor de talkshow ‘Scheefgroei in de polder’. De volgende dag zit hij alweer in de auto naar de oude Philips-fabriek in Eindhoven voor de opnames. Je hoort hem niet klagen: de tweedelige serie is gebaseerd op Fantoomgroei. Van het vorig jaar verschenen boek dat hij schreef met Hendrik Noten, oud-beleidsmedewerker van werkgeversvereniging AWVN, zijn al bijna 35 duizend exemplaren verkocht.

‘Jeroen Pauw belde me afgelopen zomer’, vertelt Heijne tussen de bedrijven door aan de krant waarvoor hij tot 2014 werkte. ‘Hij zei: “Ik heb jullie boek gelezen. Normaal onderstreep ik hier en daar wat zinnetjes, maar nu merkte ik dat ik het van kaft tot kaft aan het overschrijven was”.’ Trots: ‘Dat vond ik best wel een compliment.’

Nederland zou met ‘fantoomgroei’ groeien: op papier stijgt de welvaart, maar veel mensen merken er weinig van. Hoe zijn jullie op dat woord gekomen?

‘De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het boek al voor 90 procent klaar was. We hadden telkens een regel of tien nodig om uit te leggen wat er precies misgaat in Nederland. De economie groeit, maar niet iedereen profiteert daarvan, waarbij die groei ook niet goed is voor het klimaat, enzovoorts. Tijdens een telefoongesprek met de uitgever floepte ineens de term fantoomgroei er uit. Dat maakte het schrijven veel makkelijker. En het boek een stuk korter.’

Jullie zoektocht start met een grafiek uit een Rabobank-rapport. De opstellers constateren dat het besteedbaar inkomen van huishoudens, rekening houdend met inflatie, sinds 1977 amper is toegenomen. Dat klinkt schokkend, maar kun je die cijfers wel met elkaar vergelijken? Huishoudens zijn kleiner geworden. Gecorrigeerd daarvoor is het besteedbaar inkomen met eenvijfde gestegen.

‘Waar geen discussie over is, is dat de Nederlandse economie al tientallen jaren sneller groeit dan de inkomens. Daarbij maakt het nogal wat uit aan welke kant van de fantoomgroei iemand zit. Ik bezit een huis. Nou, dan is het feest. Ik ben het afgelopen jaar weer 10 procent rijker geworden, zonder er ook maar iets voor te hoeven doen. Wie nog op zoek moet naar woonruimte, krijgt juist elk jaar 10 procent minder huis. Dus inderdaad, de ondertitel van ons boek dat ‘we’ steeds harder werken voor steeds minder geld, klopt niet voor iedereen. Maar aan de onderkant hebben mensen het wel degelijk steeds moeilijker.’

Een van de critici van het boek, CBS-econoom Peter Hein van Mulligen, wees erop dat de gemiddelde Nederlander 51 procent meer te besteden heeft dan in 1980. Dat is toch niet niks?

‘Wij zijn echt niet de enigen die zeggen dat er scheefgroei is. Zelfs premier Rutte heeft zich hierover uitgesproken [zie kader, red.]. De winsten zijn de afgelopen decennia enorm gegroeid. Daar komt bij dat bedrijven een steeds kleiner deel van de belastingen ophoesten, terwijl werkenden meer zijn gaan betalen. Achtereenvolgende kabinetten hebben de winstbelasting verlaagd. Maar de btw ging doodleuk omhoog.

Het is ook een beetje: hoe kijk je naar al die cijfers? Waar ligt je politieke voorkeur? Wij zijn daar heel eerlijk over. Een econoom als Van Mulligen stelt dat het goed gaat met ons. Dat vind ik net zo goed een politieke uitspraak. Dan zeg je eigenlijk dat mensen die niet kunnen meekomen, zitten te zeuren.’

Willen jullie niet gewoon net iets te graag het simpele, Amerikaanse verhaal vertellen? In dat land is het zonder meer duidelijk dat gewone werknemers er geen steek op vooruit zijn gegaan. In Nederland heeft de overheid de groeiende bruto inkomensongelijkheid in toom weten te houden.

‘Daar zit natuurlijk wat in. Een medewerker van Amazon heeft het ondubbelzinnig slechter voor elkaar dan een arbeider bij General Motors in de jaren zestig. In Nederland hangt het meer van iemands persoonlijke situatie af. Werk je als tolk voor de overheid, dan blijft je tarief al decennialang gelijk. Ben je advocaat voor diezelfde overheid, dan stroomt het geld binnen.’

Zuchtend: ‘Ik zou het jammer vinden als dit debat verzandt in de vraag hoeveel euro we er nou wel of niet op vooruit zijn gegaan. Ons boek en de tv-serie zijn pogingen een ander verhaal over de economie te vertellen. Het zou zo mooi zijn als we straks, zodra in de zomer iedereen gevaccineerd is, in onze gedachten af en toe terugkeren naar het gevoel dat we hadden in maart 2020. Toen heerste er een sterk idee dat we een andere richting op moeten met z’n allen. Als we die urgentie vasthouden, kunnen we echt een betere samenleving bouwen.’

Dan moet het jullie deugd doen dat vrijwel alle partijen in hun verkiezingsprogramma een verhoging van het minimumloon voorstellen.

‘Zeker! Als het minimumloon sinds de invoering in 1969 was mee gestegen met de arbeidsproductiviteit, zouden de mensen die hiervan afhankelijk zijn nu een slordige 16 euro bruto per uur verdienen. Had het gelijke tred gehouden met de inflatie, dan was dat 12 euro. Nu bedraagt het slechts zo’n 10 euro per uur. Wat kun je daar nou van kopen? Dat partijen van links tot rechts dit inzien, heeft denk ik te maken met de coronacrisis. Het is nu duidelijk dat bedrijven pas geld kunnen verdienen als de gezondheidszorg en de vitale beroepen op orde zijn. Al is er ook een cynischer verklaring. Tot voor kort gingen de modellen van het Centraal Planbureau ervan uit dat een hoger minimumloon slecht is voor de economische groei en de werkgelegenheid. Dat is aangepast. Partijen die hun verkiezingsprogramma laten doorrekenen, worden hierdoor ineens beloond voor een stijging van het minimumloon.’

Ik proef wel een spanningsveld. Willen jullie nou hogere lonen, meer geld voor de publieke sector of toch minder consumeren voor een beter milieu?

‘Het is een evenwicht. Werken moet lonen. Wie zich inzet voor de samenleving, wil daarvan goed kunnen rondkomen, een vangnet bij ziekte en een pensioen voor als hij of zij oud is. Maar mensen willen óók dat hun kinderen en achterkleinkinderen niet al hun geld kwijt zijn aan het verhogen van de dijken. Wat dat dat betreft gaan we niet de goede kant op.’

Jullie noemen uiteenlopende oorzaken voor de fantoomgroei: de macht van aandeelhouders die snelle winst willen, flexibilisering, bedrijven die vrijwel al hun activiteiten uitbesteden. Als je één probleem kon aanpakken, welke zou dat zijn?

‘Mag ik er ook twee kiezen? Het fundament is een nieuwe, brede welvaartsindicator. Bijvoorbeeld zoals economen van de Universiteit Utrecht en de Rabobank die hebben ontwikkeld. Voordat we dit boek schreven, had ik geen idee waar onze huidige maatstaf voor economische groei, het bruto binnenlands product, vandaan komt. Het bleek oorspronkelijk slechts bedoeld als een middel om de Amerikaanse oorlogseconomie te stroomlijnen in de strijd tegen nazi-Duitsland en Japan. Nu is bbp-groei een doel op zich geworden. Daardoor werd het ineens logisch dat werkgevers en vakbonden in 1982 in Wassenaar afspraken dat werknemers hun lonen moeten matigen. Of vinden we het vanzelfsprekend dat klimaatplannen niet ten koste mogen gaan van de economische groei? Maar het doel moet zijn dat werken loont. Dat je geen voedselbanken nodig hebt in je land, en dat onze economische activiteit niet ten koste gaat van de generaties hierna.’

En plan nummer twee?

‘Gooi het belastingstelsel om. Bedrijven moeten meer betalen, maar het is ook nodig grondstoffen zwaarder te belasten. Op die manier creëer je ruimte om de factor arbeid fiscaal te ontzien.’

In het boek schrijf je dat je het zat was je bij de Volkskrant het schompes te werken voor een kleine 2000 euro netto per maand, voor een Belgische multinational die een paar honderd miljoen winst per jaar maakt. Je besloot ondernemer te worden. Is Fantoomgroei inderdaad je afscheid van de journalistiek geworden?

‘Mijn plannen zijn gewijzigd. Ik heb mezelf beter leren kennen. Hoe het bloed sneller gaat stromen als je een verhaal ruikt… Ik ben en blijf een journalist, ik kan niet anders.’

. Beeld
.

Blijven de lonen echt achter?

‘De winsten klotsen tegen de plinten op, dan kan het niet zo zijn dat alleen de salarissen van de topmannen echt stijgen.’ Met die opvallende uithaal voegde VVD-premier Mark Rutte zich in 2019 in het kamp dat pleit voor meer geld voor de werkvloer. De Nederlandsche Bank, het Internationaal Monetair Fonds, het Centraal Planbureau: het zijn niet de minsten die zich de afgelopen jaren bezorgd toonden over de bescheiden stijging van de lonen. De vraag is: wat is bescheiden? Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft meermaals cijfers gepubliceerd waaruit blijkt dat het besteedbaar inkomen de afgelopen veertig jaar wel degelijk is toegenomen. In 2020 kwam er nog 2,4 procent bij. Bovendien verschillen de meningen over de oorzaken van de al dan niet te bescheiden groei van de koopkracht. Zo wijst het bedrijfsleven naar de overheid zelf. Die slokt met haar lastenverzwaringen een groter deel van de koek op. Dat geld gaat vervolgens onder meer naar de zorg - een publieke voorziening waar iedereen van profiteert. ‘Ik ben een beetje klaar met die studeerkamergeleerden van DNB en CPB’, verwoordde toenmalig werkgeversvoorman Hans de Boer zijn frustratie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden