Serie Stijgende huizenprijzen

‘Ze denken dat we studenten zijn die de boel bij elkaar gaan zuipen’

Het verschilt per gemeente hoe er wordt omgesprongen met werkende volwassenen die een woning willen delen.  Waar Amsterdam haar beleid heeft versoepeld, wacht Utrechtenaren een leefbaarheidstoets en een waslijst aan criteria.

Zita Schimmelpenninck (24) en Kiki Embregts (25). Beeld Marlena Waldthausen

Alleen door zich voor te doen als lesbisch stel kregen Zita Schimmelpenninck (24) en Kiki Embregts (25) een voet tussen de deur. Makelaars en woningbouwverenigingen zijn huiverig voor twintigers die samen een woning willen delen, zegt Zita in haar appartement aan de rand van het Utrechtse centrum. ‘Ze denken dat we een soort studenten zijn, die de boel bij elkaar gaan zuipen.’

Dus trokken Schimmelpenninck en Embregts getweeën de stoute schoenen aan, en meldden zich aan voor een trits bezichtigingen met de woorden: ‘Mijn vriendin en ik zoeken een tweekamerappartement.’ Huiseigenaren hebben tegenwoordig kennelijk meer moeite met dronken studenten dan met homoseksuele geliefden, en zo kregen de meiden toch een uitnodiging en daarmee de kans om persoonlijk kennis te maken met een makelaar.

‘Toen zag hij dat we gewoon volwassen vrouwen zijn, met een baan en behoefte aan een schoon huis’, zegt Schimmelpenninck.

Door het dak

Dit is de tweede aflevering van een serie over de stijgende huizenprijzen.

Door de kieren

Schimmelpenninck en haar huisgenoot zijn exemplarisch voor een groeiende trend onder vaak hoger opgeleide starters: werkende volwassenen die met twee of meer mensen een appartement delen in de binnenstad, omdat stijgende huizenprijzen ook de huren tot onmogelijke hoogten opstuwen. Zij vallen dikwijls door de kieren van het stedelijke woningbeleid. Als ze al genoeg verdienen, is een koopwoning bij gebrek aan een vast contract vaak onbereikbaar. Een huurwoning in de vrije sector is te duur, voor een sociale huurwoning verdienen ze net te veel of is de wachttijd enorm.

‘En ik weiger op deze leeftijd in een rijtjeshuis in Driebergen te gaan zitten, of het nu huren of kopen is’, besluit Schimmelpenninck aan de houten eettafel - deel van de uitzet van huisgenoot Embregts. ‘Ik ben dol op Utrecht.’

Beeld Marlena Waldthausen

Dan blijft woningdelen over. Schimmelpenninck is al een paar jaar geleden gestopt met studeren, heeft net haar eerste serieuze baan, maar woonde tot april dit jaar nog altijd in haar Utrechtse studentenhuis, ‘een kippenhok met negen meiden’. Reuze gezellig, maar net als andere jongvolwassenen aan het begin van hun werkende leven heeft ze steeds minder behoefte aan stappen op dinsdagavond en steeds meer aan rust en yoga op zondagochtend.

Met twee vriendinnen trok ze vol goede moed de woningmarkt op - om vervolgens van een koude kermis thuis te komen. Zodra het woord ‘woningdeler’ viel, kreeg het trio te horen dat ze niet welkom waren bij bezichtigingen. Eén makelaar schoot in de lach. Een ander gooide zelfs de hoorn erop. Dat ging een paar maanden door, totdat vriendin nummer drie een stageplek kreeg in India. De overgebleven twee besloten voortaan bij hun zoektocht in het midden te laten of ze huisgenoten waren of een stel.

Uitschuifbare ladder

In april leverde dat eindelijk een tweekamerappartement op van 75 vierkante meter, met voor de deur een welhaast symbolisch fietsroutebordje: ‘centrum: 1’. Hart van de stad, missie geslaagd. Op een regenachtige donderdagochtend dartelt Schimmelpenninck nu heen en weer tussen stoelen van de Kringloopwinkel, tweedehands salontafeltjes, en een geleend Perzisch tapijt. Met een uitschuifbare ladder kan ze door het dakraam naar een terrasje klimmen. Schimmelpenninck huurt de slaapkamer met twee ramen voor zevenhonderd euro inclusief, Embregts die met één raam voor zeshonderd. Maakt samen 1.300 euro.

Dat is een punt van irritatie. Met haar vriend - die nu om de hoek woont - zou Schimmelpenninck makkelijk dezelfde woning voor 1.100 euro kunnen huren, daarvan is ze overtuigd. Maar omdat woningdelers overal worden geweerd, hebben ze nog minder keuze dan reguliere woningzoekenden. ‘De markt is voor woningdelers veel kleiner, terwijl de vraag naar dit soort woonvormen groeit,’ zegt ze.

Beeld Marlena Waldthausen

De gemeente Utrecht moet meer doen om Utrechters in de stad te houden, vinden Schimmelpenninck en andere voorstanders van woningdelen. Jongeren die in de stad hebben gestudeerd, zien zich vaak voor een onmogelijke uitdaging gesteld als ze hun studentenkamer willen verruilen voor een volwassen woning. Woningdelen is een instrument om mensen in de stad te houden.

Echt samenwonen komt later wel, zegt Schimmelpenninck, over een jaar of twee, als ze dan nog met haar vriend is en als hun salarissen genoeg zijn gestegen om de huizenprijsstijging bij te benen. ‘En met Kiek is het ook gewoon superleuk. Om 11.00 uur naar bed, 7.00 uur op, en in het weekend gezellig samen poetsen’, grinnikt ze. ‘Heerlijk.’

Friends-contract

Zoals wel vaker viel ook de woningdelerstrend het eerst op in Amsterdam. Begin 2017 ontwikkelde de gemeente daarom versoepeld beleid voor woningdelers. Voorheen moesten die een woongroep-vergunning aanvragen en aan negen eisen voldoen. Nu kunnen tot vier volwassenen zonder gezinsrelatie naar gelieven samen een woning huren, zolang de eigenaar die aanmerkt als ‘onzelfstandige woonruimte’ - net als bij studentenkamers. Een vergunning wordt verleend als er een gemeenschappelijke ruimte is, en genoeg geluidsisolatie. Bij vijf of meer bewoners zijn er iets stringentere eisen.

‘Een paar jaar geleden kregen we enkele aanvragen per kwartaal, nu zijn het er vele tientallen’, zegt een woordvoerder van de verantwoordelijk wethouder over woongroepen - een wat ouderwetse benaming voor woningdelen uit vooral ideologische overwegingen.

In Amsterdam-Noord zette vastgoedontwikkelaar AM Noordwest in 2017 zelfs een toren neer met appartementen specifiek ontworpen voor twee zelfstandige eenpersoonshuishoudens. Woningcoöperaties bieden woningdelers steeds vaker een zogenoemd friends-contract, naar de tv-serie uit de jaren negentig.

Beeld Marlena Waldthausen

Andere steden

Dat staat in schril contrast met Utrecht, waar navraag bij de gemeente leert dat woningdelers die met drie of meer mensen willen wonen een vergunning moeten aanvragen waarbij een ‘leefbaarheidstoets’ wordt uitgevoerd. De gemeente beslist op individuele basis, aan de hand van een waslijst criteria, of het past in de buurt.

Maastricht, Groningen en Eindhoven hebben geen specifiek beleid voor woningdelen. Eindhoven denkt wel dat door de ‘overspannen woningmarkt’ het fenomeen ook daar voorkomt. Vooralsnog lijkt het woningdelen echter vooral in de Randstad een groeiende trend.

Rotterdam en Den Haag hebben de grens waarbij een vergunning moet worden aangevraagd onlangs opgerekt van drie personen naar vier personen, om het woningdelers makkelijker te maken. Utrecht overweegt nu hetzelfde te doen; Amsterdam gaat juist het vrije beleid heroverwegen omdat er nu wel erg veel woningen kamergewijs worden verhuurd. Twee personen wordt over het algemeen nergens iets in de weg gelegd, maar zij worden wel als één huishouden aangemerkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.