INTERVIEW

'Politiek moet kwesties rond eten oplossen, niet consument'

Interview: Herman Lelieveldt, auteur De Voedselparadox

Herman Lelieveldt ziet met verbazing hoe wezenlijk eten voor iedereen is geworden. Tegelijk windt hij zich op over hoe weinig verant woor delijk heid de politiek neemt in het voedseldebat.

De vleesbarbecue is volgens Lelieveldt niet toevallig op het Binnenhof gehouden, de vegetarische op het Buitenhof. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Nederland is in de ban van 'foodism', zegt Herman Lelieveldt. De invoering van een nieuwe Schijf van Vijf leidt tot verhitte discussies, voedselhypes volgen elkaar op, al dan niet vermeende allergieën zijn het nieuwe normaal. 'Het is straks bijna onmogelijk om nog met een groep mensen aan tafel uit dezelfde pan te eten. Er spreekt een totaal waanzinnige preoccupatie met eten uit.'

Lelieveldt (48) is docent politicologie aan het University College Roosevelt in Middelburg en auteur van het deze week verschenen boek De Voedselparadox. Daarin pleit hij ervoor dat de politiek haar verantwoordelijkheid in het voedseldebat weer oppakt.

'De overdaad en wellust waarmee wij het over voedsel hebben, neemt pathetische vormen aan. Het geouwehoer komt je bijkans de oren uit', schrijft hij in zijn inleiding.

Is dat echt zo erg?
'In kranten en tijdschriften, op tv: overal gaat het erover. Als je ziet wat er gebeurt in de eredivisie van restaurants, de energie die er gestoken wordt in gerechten, dat is van een extreme extravagantie. Aan de andere kant is er de voedselindustrie die ons steeds verder van het normale voedsel afbrengt om maar zo goedkoop mogelijk te produceren. Voedsel spreekt steeds minder voor zichzelf.'

Herman Lelieveldt, auteur De Voedselparadox

Eten is een kwestie van identiteit geworden, zegt u.

'De maatschappelijke discussie is verschoven. Vroeger ging de klassieke strijd tussen links en rechts over wie krijgt wat? Dat speelveld is steeds smaller geworden. De aandacht voor de economie heeft zich verplaatst naar culturele issues. Voedsel past daarin. Neem het verzet tegen TTIP (handelsverdrag EU met de Verenigde Staten, red.). Dat wordt over de band van voedsel gespeeld. Het gaat vooral over genetisch gemanipuleerd voedsel, hormoonvlees, chloorkippen.

'Voedsel bepaalt inmiddels mede onze identiteit. Zie de discussie over ritueel slachten. Die zegt vooral iets over wat wij willen zijn: een land waar dieren niet onverdoofd geslacht worden. De vraag is niet meer: wie krijgt wat? Maar: wie zijn wij?'

Is dat slecht?

'Het leidt er in elk geval toe dat we ons meer bewust zijn van wat we eten. Is er een eerlijke prijs voor betaald? Wat zijn de milieu-effecten ervan? Die vragen houden consumenten nu bezig. Die bereiken ook de politieke arena.'

De markt voorziet hierin, er zijn keurmerken voor biologisch, diervriendelijk en Fair Trade-voedsel.

'We privatiseren zo de voedselpolitiek. Een politiek issue wordt onschadelijk gemaakt door het op het bordje van de consument te leggen, in plaats van er een politiek vraagstuk van te maken. Uiteindelijk is de groep bewuste consumenten te beperkt; Fair Trade blijft een nicheproduct. Als je zegt dat je een betere wereld kunt kopen, leg je een te zware last op de schouders van de consument.'

Bij de barbecue die traditioneel het zomerreces inluidt in politiek Den Haag is pas een jaar of tien een vleesloos alternatief. Beeld anp

Toch worden er successen geboekt. Neem de campagne van Wakker Dier tegen de plofkip.

'Hoe lang loopt die al niet? Vier, vijf jaar? Nog steeds zijn lang niet alle supermarkten om. Let wel: 70 procent van de Nederlandse kippen wordt geëxporteerd. Dus ook al kopen wij hier alleen nog diervriendelijke kip, dan is nog steeds driekwart van alle kip uit Nederland plofkip. Wakker Dier claimt successen. Maar uiteindelijk hebben ze genoegen moeten nemen met een kip die minder is dan één ster (de minimale welzijnseis van de Dierenbescherming, red.).

We praten te weinig over voedsel en politiek?

'De regels die wij hebben voor voedsel zijn het resultaat van politieke processen waarin belangengroepen hun aandeel hebben gehad. De voedselproducenten hebben zich in het hart van de besluitvorming genesteld en daarin zijn ze nog steeds dominant.

'Je ziet het aan de discussies over de intensieve veehouderij in Nederland. Rapport na rapport verschijnt waarin staat dat het zo niet langer gaat. Die verdwijnen in de bureaula.

'Het feit dat wij onleesbare etiketten hebben op etenswaren is een direct gevolg van de lobby van voedselproducenten in Brussel. Het is een typisch asymmetrische belangenstrijd. Tegenover een kleine groep producenten met grote belangen staat een diffuse groep consumenten. En dus modderen we voort.'

Herman Lelieveldt: De Voedselparadox. 197 pagina's; 17,90 euro.

Hoe moet het dan wel?

'Het is les 1 in de economie: als er externe kosten zijn die niet worden meegenomen in de markt, moet de overheid ingrijpen. Bij voedsel is sprake van marktfalen. Voor vlees bijvoorbeeld betalen we geen reële prijs. De milieuschade van vleesproductie is nu niet in de prijs verdisconteerd. Dat zou de overheid moeten regelen.'

Voor een vleestaks krijg je de handen toch niet op elkaar?

'Er rust een taboe op symboolpolitiek. Maar dat zelfs een conservatief als Cameron in Groot-Brittannië een heffing op frisdrank wil, zegt toch wat. Je kunt zeggen: symboolpolitiek, want er liggen genoeg andere producten met suiker in het schap. Toch laat je zo als politiek zien dat er een probleem ligt waar je iets aan wilt doen.'

U wilt een minister voor voedselbeleid?

'Nu valt voedsel onder verschillende ministeries: Economische Zaken doet de productiekant, Volksgezondheid de gezondheidsaspecten. Het is belangrijk dat we de maatschappelijke kosten van voedsel beter op het netvlies krijgen. Je hebt een minister nodig die het probleem integraal aanpakt. Dan geef je een signaal af: ons voedselsysteem kraakt in zijn voegen en wij willen er serieus naar kijken.'

Wat zou de eerste prioriteit moeten zijn van die minister?

'Vlees. In de vleesindustrie komen zoveel problemen samen: milieu, gezondheid, dierenwelzijn. Ik stond laatst in de supermarkt: anderhalf pond varkensvlees kost 5 euro. Goedkoper dan vleesvervangers. Als je bedenkt wat voor externe kosten er aan vlees zitten, is dat absurd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.