‘Nergens is het mosselvlees zo blank als in Zeeland’

Door strenge milieuregels en gewoon pech valt de mosseloogst de laatste jaren almaar tegen. De bedrijven worden afhankelijk van importmosselen....

Mosselman Wim Witkam (42) weet dat er iets niet klopt, maar hij denkt er liever niet over na. Al 27 jaar vangt hij in de zomer mosselen. ‘Dit is het eerste jaar dat ik tijdens het mosselseizoen op tijd thuis ben om met mijn gezin te eten’, zegt hij terwijl hij uit de mosselkotter over de Oosterschelde tuurt. ‘Dat betekent dat er iets goed mis is.’

Vanuit het donkere water naast de kotter verschijnt een net vol mosselen, met hier en daar een krabbetje, een steen en een oester. Totale gewicht: vijfhonderd kilo. Het zeewater dat eruit loopt, verspreidt een zilte geur. De bruinverbrande Witkam inspecteert de vangst, hij gooit hier en daar wat terug in zee en geeft instructies aan zijn collega die even verderop staat.

‘Er zijn nog nooit zo weinig mosselen geweest als dit jaar’, gaat hij verder, terwijl hij naar de wal van het Zeeuwse mosseldorp Yerseke wijst. Daar staan de mosselfabrieken op een rij, klaar om honderd miljoen kilo schelpdieren te verwerken. ‘Vorig jaar vingen we niet meer dan vijftig miljoen kilo.’ Dit seizoen – dat donderdag officieel is begonnen – verwacht de mosselman de helft, 25 tot 30 miljoen kilo. Dat is een dieptepunt; sinds het seizoen van 1991/1992 werden niet zo weinig mosselen gevangen.

Een doemscenario speelt zich zo nu en dan in Witkams gedachten af. ‘Vijftien jaar geleden lagen er twee keer zo veel boten in de haven, veel inwoners zijn sindsdien hun baan in de mosselsector kwijtgeraakt en proberen elders aan de slag te komen.’

Een van de oorzaken van de tanende oogst ligt twee jaar terug. Toen viel het aantal mosselzaadjes flink tegen. Deze zaadjes, die ontstaan uit larfjes, worden door de mosselkwekers uit zee gevangen en vervolgens op percelen uitgezet. In twee jaar tijd groeien ze uit tot een mossel. ‘Het kan gebeuren in de natuur dat we een slecht jaar hebben’, legt Hans van Geesbergen van de producentenorganisatie Mosselcultuur, uit. ‘Maar vorig jaar was ook al een mager jaar. Volgend jaar belooft weer een bescheiden oogst.’

Door strengere milieuregels mogen de mosselkwekers alleen in bepaalde delen van de Oosterschelde en de Waddenzee mosselzaadjes vangen. Ook is het sinds kort verboden mosselzaad uit Ierland te importeren. Reden: angst voor vreemde ziekten die deze ‘exoten’ met zich mee zouden kunnen dragen.

Dat is wrang, vindt Witkam. ‘Het verboden deel van de Waddenzee ligt zo vol met mosselzaad dat heel Nederland ervan kan eten.’ Bovendien, zegt zijn baas Edwin Foudraine, directeur van Koninklijke Prins & Dingemanse, ‘We gebruiken al sinds 1890 mosselzaad uit Ierland als het Nederlandse tekortschiet. We hebben nog nooit last gehad van vreemde ziekten.’

In tegenstelling tot Witkam voorziet Foudraine geen doemscenario. Hij haalt inmiddels een ‘aanzienlijk deel’ van zijn omzet uit geïmporteerde mosselen. Sinds drie jaar heeft hij kwekerijen in Canada en Noorwegen en werkt hij samen met een Spaanse collega.

Koninklijke Prins & Dingemanse is niet de enige firma die de teruglopende inkomsten zo wil tegengaan. Buurman Deltamossel heeft inmiddels vestigingen in Duitsland, Denemarken en Groot-Brittannië. ‘Als je in Nederland minder mosselen kunt vangen, zoek je ze elders’, zegt directeur Wim van de Plasse. ‘We worden steeds afhankelijker van import. Ik ben bang dat dat een trend is die zich doorzet.’

Angstig voor die ontwikkeling is Foudraine niet. Hij staat in zijn fabriek waar de mosselen die Witkam en zijn collega’s even ervoor hebben gevangen, worden verwerkt. Met stevige plastic handschoenen sorteert het Zeeuwse en Vietnamese personeel de vangst. ‘De Vietnamese medewerkers zijn hier gekomen als oorlogsvluchtelingen. In hun vaderland werkten ze ook al met schelpdieren. Nu werken ze hier, dat is traditie in hun families’, legt Foudraine uit. Krabben, stenen en kapotte schelpen worden in hoog tempo door hen verwijderd. Per uur rollen er in de fabriek ongeveer zeven- tot tienduizend kilo mosselen van de band.

Dat zal op termijn veranderen, stelt Foudraine. ‘Ons doel is internationaal een belangrijke speler te blijven. Om dat te bereiken, is het noodzaak onze werkzaamheden uit te breiden. We moeten het Aalsmeer worden van de schaal- en schelpdierenwereld. Naast kweken, moet internationale distributie de hoofdmoot worden.’

Jammer, vindt mosselman Witkam deze ontwikkeling. Niet dat de buitenlandse mosselen onsmakelijk zijn, maar er gaat niets boven de echte Zeeuwse, zegt hij. ‘Nergens is het mosselvlees zo blank als in Zeeland. Buitenlandse mosselen zijn geel of rood. Bovendien, de heerlijke zilte smaak van onze mossel vind je nergens anders.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.